| Terug naar overzicht | |||||
Brasserie Orval |
tww mei 2026 | ||||
Door: Peter van den Bosch
|
|||||
|
In de zuidelijkste punt van Wallonie ligt het plaatsje Virton en daarbij ligt ook het meest zuidelijke dorpje van België genaamd Torgny. Eigenlijk is dat niet meer dan een gehucht, maar het wordt veel bezocht vanwege de ligging, een beetje vergelijkbaar met Vaals bij ons. Men noemt dit gebied de ‘Provence van Belgie’, ten zuiden van de hogere Ardennen bergrug. Een gebied met een (voor Belgische begrippen) aangenaam klimaat. Dat wordt daar als toeristisch argument ingezet en men is er in dat gebied ook wel een beetje ‘fier’ op. Tijdens onze vakantie hebben we daar, met de caravan op weg naar huis, een tussenstop gemaakt op de camping bij Virton. Een leuke kampeerplek, ze hebben er best goed eten en lekker bier van de lokale brouwerij in de buurt, genaamd Brasserie Rochehaut, ten noorden van Bouillon. Dichterbij op zo'n 20 minuutjes rijden van de camping ligt de trappistenbrouwerij van Orval. Daar naartoe rijdt je over een lommerrijk en slingerend binnenweggetje, vanaf Virton een heel stuk direct naast de beek, die tevens de Franse grens markeert, in de richting van Florenville. En onderweg, vlakbij de kruising ten zuiden van het dorp zelf, vind je ‘Brasserie Orval’ in het gelijknamige klooster Abbeye d'Orval. Nog steeds nabij de Franse grens overigens. Die abdij is een voorbeeld van welvaart uit het ‘rijke Roomse leven’, maar kende ook dieptepunten. Zoals de verwoesting door de Franse troepen van Napoleon, op veldtocht naar het noorden. Voordat die verschenen werd er al gebrouwen, maar na de verwoesting was de abdij enige tientallen jaren verlaten tijdens die roerige tijden, alvorens herbouw van start ging en men ook weer bier begon te brouwen. De overgebleven monniken waren voor een goed heenkomen naar Luik in het noorden gevlucht. Bij een bezoek aan de deels herbouwde en deels ernaast gebouwde abdij kun je de rijke geschiedenis in een rondwandeling lezen en zien. Zeker de moeite waard om dat alles te bekijken. Maar in het gedeelte waar de monniken verblijven en hun religieuze activiteiten verrichten mag je niet komen. In de ernaast gebouwde brouwerij zeker niet en daar staat ook een hoge muur omheen. Er zijn hoogstens wat foto's en videobeelden van te zien in het voor publiek toegankelijke gebied. De voorheen gebruikte koperen brouwketels zijn wel ter decoratie in het openbare gedeelte opgesteld. De brouwerijOnder supervisie van wat monniken werken er in de brouwerij ongeveer 35 mensen. En er wordt trouwens ook kaas gemaakt, die krijg je bij een bierproeverij ernaast. Zolang die monniken rondlopen en ‘meewerken’ mag Orval abdijbier de naam trappistenbier voeren. De brouwerij staat onder leiding van mevrouw Anne Francoise Pypaert, zij bewaakt dagelijks het productieproces en is bijvoorbeeld ook verantwoordelijk voor de aanvoer van ‘ruw materiaal’ zoals mouten en hoppen. Er wordt altijd gebrouwen met verse en vooraf gehydrateerde gist. Hoogstwaarschijnlijk is dat ‘Bastogne ale’, maar dat wordt niet bekend gemaakt. Dat houden ze vijf weken vol en dan wordt er vanuit de stockvoorraad opnieuw opgestart. Bij KU Leuven zijn ze verantwoordelijk voor de bewaring van de giststam en eens per jaar wordt er daar uit de vriezer opnieuw gist gehaald voor een verse opbouw van de gistvoorraad. Dit alles om muteren van de gist tijdens herhaald gebruik te voorkomen, door het door een verse opstart te blokkeren. Om veel smaak in het bier te brengen wordt er ge-koudhopt en dat doen ze in zakken van gaas, denk maar aan een grote theebuil. Dit om het verdampen van smaakstoffen tijdens het koken te ontwijken. Na de hoofdgisting wordt de aanwezige startgist volledig weggefilterd en worden er bij het flessen vullen 2 bottelgisten toegevoegd, tesamen met Brettanomyces bruxelliensis als derde. Die laatste (‘Brett’), kweken ze zelf op, want ze hebben een eigen stamselectie van deze ‘wilde’ gist. Deze gist is ook bekend van de open vergistingen die bij o.a. Lambiek worden toegepast in het Belgische Pajottenland ten westen van Brussel. Brettanomyces bruxelliensis is een langzaam werkende gist die er drie maanden over doet om zijn volledige werking te halen. Dat betekent dat de twee ‘snelle’ bottelgisten eerst aan de slag gaan en dan komt Brett pas aan de beurt. Dan zul je denken: ja maar, dan is de gisting op fles toch al klaar? Nee dus! En nu komen we op het verhaal van het effect van de diastaticus gisten, die in een vorig clubblad zijn besproken. Ook deze Brettanomyces is in staat om de meest complexe lange suikermoleculen (dextrinen) te vergisten. Opnieuw op weg naar droog bier, maar nou via een andere aanpak. SmakenBrett werkt langzaam en heeft invloed op het smaakpalet van Orval en het alcoholpercentage. Dus naarmate het bier ouder wordt verandert ook langzaam de smaak. Mevrouw Pypaert geeft zelf aan dat Brett een paardendekensmaak afgeeft. Die begint lichtjes merkbaar te zijn en wordt sterker naarmate Brett in drie maanden zichzelf ontwikkeld. Daarnaast neemt de bitterheid af naarmate Orval langer bewaard wordt. Ook dat is de invloed van Brett. En tevens neemt het percentage alcohol toe, veroorzaakt door de verdere doorgisting. Het bier wordt wat licht zurig. Orval wordt altijd 10 tot 14 dagen na bottelen op 17 °C opgeslagen. Twee weken heeft de voorkeur, maar soms is eerder leveren bij grote vraag aan de orde. De typenOrval vert (groen) wordt alleen op vat gezet en kun je uitsluitend bij de proeverij naast de abdij verkrijgen. Is bedoeld om diverse smaken te kunnen presenteren en vergelijken. Dit wordt eerst drie weken op vat gehouden bij 17 °C. Medium is de gangbare versie in de handel en die is dan drie maanden bewaard. Deze is dan minder bitter, ietsje donkerder en hier is de kenmerkende paardendekensmaak in te vinden. Vieille (oude) Orval is meer dan zes maanden bewaard, minder bitter maar droger. Dit bier is weer wat donkerder van kleur en kent door lichte oxidatie iets andere smaken. Uiteraard hangt hier door de lange bewaring een steviger prijskaartje aan.
Zoals al gemeld is een bezoek aan de abdij de moeite waard. En uiteraard is er bij de uitgang een winkeltje, maar wel met zwaar overprijsde parafernalia. Maar een sfeervol proeflokaal in de bouwstijl van de abdij is er niet en da's een afknapper. Ongeveer 500 meter verderop langs de weg naar de kruising is er een vrij modern café restaurant waar je voor een proeverij heen moet. Het is, na het abdijbezoek, niet echt duidelijk dat je daar moet zijn. Het etablissement is ook helemaal niet passend bij de monumentale abdij, maar ach, bijzaak en we zullen maar denken dat dit België is.
Tot slotMevrouw Pypaert en andere bierkenners geven aan dat de mening over Orval weinig nuance kent. Of je houdt ervan of je vindt het helemaal niks. Het bier komt uit een religieus gewijde omgeving, maar riep bij mij (en mijn vrouw) geen Halleluja-stemming op. Mwah, ik heb gele schuimsopjes gedronken die ik lekkerder vond. Maar ach, geproefd en ervaren. En een leuk vakantie-uitstapje. En smaken verschillen nou eenmaal. |
|||||
| Terug naar overzicht | |||||
Door: Peter van den Bosch



