| Terug naar overzicht | |
In memoriam Bert Tas |
tww mei 2026 |
| Door: Martin van Rijssel | |
|
Bij twee bierfusten kreeg ik de tapstang er niet uitgedraaid. De truc met het twee-euromuntstukje werkte bij deze fusten niet, dus op de clubavond stelde ik de vraag hoe ik deze eruit kon draaien. Tja, als het met de muntstukjes niet lukt, wist men het ook niet. Bert zat vlak voor mij. Hij draaide zich om en zei: “Geef ze maar aan mij mee, ik zorg daar wel voor. Komt goed.” Mijn eerste kennismaking met Bert — en het kwam goed. Na twee dagen internet afzoeken en forums raadplegen had hij gevonden hoe je het klemmetje opzij kon duwen. De volgende dag even snel voor het eten de vaatjes bij hem opgehaald. Maar sinds zijn pensionering was Bert een fanatiek alcoholstoker op zijn zelfgemaakte installaties; hij kon bijna elk drankje wel maken. Eenmaal binnen kwam je niet weg voordat je zijn whiskey, gin, limoncello e.d. geproefd had — mijn tweede kennismaking. Bert was sinds een paar maanden lid van de vereniging en wilde graag bier leren brouwen. Hij vond dat moeilijker dan stoken. Hij volgde de cursus en was tegelijkertijd heel actief binnen de vereniging: eerst in de Gadgetcommissie en later zat hij ook bij het Clubbier. Over hoe je drank moet stoken heeft hij zelfs een hele presentatie gegeven en later heeft hij met een paar enthousiaste leden een heel whiskeyproject opgezet, met een geweldig eindresultaat. Wij hadden gelijk een goede klik. Tas is een bekende kwekersfamilie in Aalsmeer; Bert zijn opa was ook kweker en had een kwekerij in Rijsenhout — toevallig de kwekerij waar ik in 1984 begonnen ben. We besloten om samen te gaan brouwen. Voor Bert voelde dit als thuiskomen: je mooiste hobby uitvoeren in de voetsporen van je opa. En natuurlijk meedoen met het clubkampioenschap. We gingen voor goud, het werd brons. Afgelopen najaar hebben we ons eigen barleywineproject opgezet: 80 liter gebrouwen. Bert had twee kleine whiskeyvaatjes en voldoende smaakjes om toe te voegen. Door zijn vakantie van twee maanden naar Bonaire waren alleen de vaatjes gevuld en werd het bottelen uitgesteld naar januari. Na de uitslag van een bloedonderzoek moest Bert hals over kop naar het ziekenhuis; zijn bloed was niet goed. Snel kwam de uitslag: leukemie in een niet te genezen vorm, levensverwachting één jaar. Dan stort je wereld in, maar Bert bleef positief en opgewekt. “We maken er maar het beste van,” zei hij. Om infecties te voorkomen moest hij zoveel mogelijk in quarantaine blijven. Ik sprak af dat ik het bier wel zou bottelen en regelmatig wat zou brengen. Op 28 april appte ik hoe het ging en dat ik langs wilde komen met bier. Ik kreeg antwoord van zijn schoonzoon: Bert is op 25 april, op zijn 72e verjaardag, overleden. Hij ging ineens snel achteruit. Twee weken daarvoor was hij opgenomen in het ziekenhuis met een longontsteking, die hem uiteindelijk fataal werd. Het was een mooie, drukbezochte afscheidsdienst en heel fijn om te horen hoe belangrijk het bierbrouwen en de club voor hem waren. Iedereen in zijn omgeving moest dit weten; zelfs in het ziekenhuis werden zijn biertjes geproefd. De behandelende artsen wisten allemaal dat Bert brouwde en stookte. Tot het laatst bleef hij positief. Bert Tas — een prachtig mens is heengegaan. |
|
| Terug naar overzicht | |
