Terug naar overzicht

Poperinge

tww juni 2026
Door: Bert Pinkster

Op reis door de Westhoek van Vlaanderen belandden wij in Poperinge, het centrum van de Vlaamse hopcultuur met 181 ha aan hopplanten (ter vergelijking: Duitsland is het grootste hopland met 17.170 ha). Hoe ik aan die kennis kom? In Poperinge is het Belgisch nationaal hopmuseum, dat wij natuurlijk gingen bezoeken. Het is gelegen in de oude Stadsschaal, in Nederland zouden we Waag zeggen. In de Stadsschaal werd de geoogste hop gedroogd, gesulfateerd (waarover later meer), in balen geperst, gekeurd, gewogen en verhandeld.

Bert Pinkster
Bert Pinkster
Het gebouw is ook het belangrijkste bestaansrecht voor dit museum alhoewel er best een aardige tentoonstellingsruimte gevuld wordt. Bij binnenkomst word je direct naar de bovenste verdieping gestuurd waar het hopverhaal begint bij het ontstaan van de aarde en de hop. Een fraai bijbels verhaal, waarschijnlijk afkomstig uit een apocriefe versie, vertelt dat onze schepper aan Lucifer (de duivel) om hulp vroeg bij het scheppen van de aarde en dat Lucifer toen een handvol aarde in zijn mond achtergehouden had. Toen daarna de planten op de aarde begonnen te ontkiemen, groeide er ook een plant uit de mond van Lucifer. Deze razendsnel groeiende plant, die Lucifer dreigde te verstikken, is de hopplant. En zo zijn er nog veel meer verhalen en legendes van bijvoorbeeld de heilige Vedastus, Sint-Rochus, Hildegard von Bingen, Sint Arnoldus en Sint Willibrord. Al die smakelijke verhalen hier vertellen zou een spoiler zijn, dus ga zelf naar dit museum om dit te horen.

hommel
hommel
Het museum gaat verder met de wat meer technische onderdelen, bijvoorbeeld waarom de mannelijke planten geweerd worden. Het hebben van mannelijke planten kon zelfs tot boetes en gevangenisstraf leiden. Met enig zoeken vond ik ook de traditionele Belgische hoprassen: Groene bel, Witte rank van Aalst, Coigneau, Witte rank van Poperinge, Buvrinsche van Poperinge. In de hopvelden wordt echter al sinds 1932 vooral Hallertau en Saaz geplant. Dat planten gebeurde vroeger anders dan tegenwoordig. Er werden heuveltjes gemaakt, de hommels. Op de heuveltjes werden stokken geplaatst en aan de bovenkant tegen elkaar gebonden. Zo ontstond een soort tentframe waar de hopplanten tegenaan konden woekeren. Rond de hommel werden braamstruiken geplant om het ongedierte te weren.

Een groot probleem was de bladluis, die de oogst in korte tijd compleet kon vernietigen. Als bestrijdingsmiddel werd een combinatie van tabaksrook en grijze zeep op de hopplanten gespoten. In de oogsttijd kwamen zo’n 7000 dagloners uit België, Frankrijk, Duitsland, Polen en Rusland om de hop te verwerken.

museumshop
museumshop
We gaan verder naar beneden en komen in een ruimte waar allerlei machines en gereedschappen voor de hopverbouw uit alle tijden gepresenteerd worden, tot zelfs een scharensliep aan toe. Ook is er aandacht voor het sulfateren, het branden met zwavelpoeder om de hop te ontsmetten. Dat gebeurt in de droogoven. Boven op de oven staat een Ast-kap, zoals je die wellicht kent uit de whiskystokerijen. Een grote kap met een windvang eraan. Toen ik de eerste Ast-installatie zag, dacht ik ook bij een whiskystokerij aanbeland te zijn. Tot ca. 1995 was dit nog gebruikelijk, inmiddels is het niet meer toegestaan. Op weg naar de uitgang passeer je nog een lange wand met exemplaren van het bier van de huidige Vlaamse brouwerijen en in de museumshop alleen zo’n 30 bieren van de circa 15 brouwerijen van Poperinge waaronder het Poperingse Hommelbier en de producten van Sint Bernardus. Ik heb de foto maar gemaakt voor ik ging aankopen, zo’n halflege kast ziet er toch niet uit.

Sint Bernardusbrouwerij in Watou

brouwketel
brouwketel
Van de hop dus naar het bier met een rondleiding bij Sint Bernardus. De uitstekende gids Elke nam ons mee door de presentatieruimtes, de oude brouwerij en langs (achter glas) de nieuwe brouwerij waar nu 50.000 hl per jaar gebrouwen wordt, maar de groei blijft zich voortzetten. Er werd uitgebreid ingegaan op de geschiedenis van eerst de kaasmakerij en de vriendschap van een Poolse monnik en de eigenaar en hoe die in 1932 verleid werd om ook bier voor de monniken te gaan brouwen onder de naam St Sixtus. Al snel kreeg de eigenaar een licentie voor 30 jaar om ook voor de markt te gaan brouwen. Er waren natuurlijk de nodige tegenslagen: de Tweede Wereldoorlog en een eigenaar die er geen zin meer in had, maar met een nieuwe eigenaar werd in 1962 de licentie met weer 30 jaar verlengd.

etiketwijziging
etiketwijziging
Op het etiket een trotse pater met een bokaal bier en de naam Sint Sixtus van de naburige abdij in Westvleteren. Overigens zijn zowel Watou als Westvleteren buurtschappen van Poperinge. In 1992 kwam het niet tot het verlengen van de licentie. Inmiddels was het label trappistenbier en het label abdijbier ontstaan en de brouwerij voldeed aan geen van de voorwaarden. Geen monnik meer bij betrokken, niet binnen de muren van de abdij en uit de opbrengst werden noch monniken noch goede doelen gesteund.

proefglaasjes
proefglaasjes
Dus in de loop van twee jaar werd de monnik op het etiket veranderd in een edelman met een wijde mantel, het bier werd van Abdij Sint Sixtus Brouwerij Sint Bernard via een tussenvorm Sint Bernardus Sixtus al snel Sint Bernardus. De productie en de afzet leden er niet onder.

Overal werd rondgebazuind dat dit het originele recept was en de abdij met een nieuw bier begonnen was. Er werden nog wat grappige marketingfeitjes verteld, bijvoorbeeld dat de edelman op 1 op de duizend flesjes een knipoog geeft, dat het Tokio witbier speciaal voor de wereldtentoonstelling in Tokio bedacht is enz. 

krat Westvleteren
krat Westvleteren
Voor de techneuten: de gids vertelde dat zij uitsluitend Magnum en Saaz hop gebruiken, dat de maisch 90 minuten duurt met een startwaarde van 62 graden, de kook ook anderhalf uur met de eerste hopgift na een half uur, maar meer wilde ze of kon ze niet kwijt.

In het proeflokaal waren alle bieren te proberen inclusief de Abt12-Nitro die niet met CO2, maar met stikstof gepresenteerd werd. Vanaf mei komt ook de 0 procent Sint Bernardus op de markt. Hij is reeds gebrouwen en gebotteld, maar staat nog in de warme kamer.

Tot slot nog even naar Westvleteren om bij de Sint-Sixtus abdij een kratje te scoren. Ook daar is een heel verhaal over te vertellen, maar misschien volgt dat later.

 

 

 

Terug naar overzicht