| Terug naar overzicht | |
Brouwraad, maart 2026 |
tww maart 2026 |
Door: Laurens Hesseling
|
|
|
Het panelRoanne de Boer is professioneel brouwer bij Klein Duimpje in Hillegom en opgeleid als brouwer bij Stibon en Lentis in Rotterdam. Sinds 2018 is Roanne actief in de brouwerij en sinds de COVIDperiode full-time actief als brouwer. Daarnaast brouwt Roanne ook thuis. Gery Uytenhaak brouwt ondertussen (samen met partner Ben) 14 jaar bier. Eenmaal bevangen door het brouwvirus heeft Gery de Stibon opleiding gedaan en daarna de opleiding voor bierkeurmeester. Naast sommelier is Gery sinds 2017 bierkeurmeester. Theo van Eijden brouwt sinds 1996 en is al vele jaren zeer actief binnen de vereniging. Ook Theo is bierkeurmeester. De vraag van deze maandIs het nodig om bij gebruik van vloeibare gist het wort te voorzien van extra zuurstof? Hoe doe je dat dan? Is het ook nodig als er een giststarter is gemaakt? RoanneJa, extra zuurstof toevoegen aan de wort is vrijwel altijd aan te raden, zeker bij gebruik van vloeibare gist. Zuurstof helpt de gist namelijk bij het opbouwen van celmembranen (sterolen en vetzuren), waardoor de gist gezond kan vermenigvuldigen en goed kan vergisten. Een aantal redenen om zuurstof toe te voegen zijn dat in de eerste fase van de vergisting gist zuurstof gebruikt om nieuwe gistcellen te maken en sterke celmembranen op te bouwen. Zonder voldoende zuurstof kan de vergisting langer de tijd nodig hebben om op gang te komen, minder ver uitvergisten en meer ongewenste smaken produceren. Dit geldt voornamelijk bij zwaardere bieren en lagers. Zuurstof kan je gemakkelijk toevoegen door de wort in het gistvat te laten 'kletteren', door te schudden/klotsen met je emmer/vat indien deze te tillen valt. Het is nog steeds aan te raden om zuurstof toe te voegen als je een giststarter hebt gemaakt, want een giststarter verhoogt wel het aantal actieve cellen, maar vervangt niet de zuurstof in je wort welke de gist nodig heeft om goed te kunnen vergisten. GeryWij gebruiken niet heel vaak vloeibare gist, de afgelopen jaren alleen voor een Mexican lager en de Grodziskie. In beide gevallen hebben we geen extra zuurstof toegediend. Het eindresultaat was toen uitstekend. Op basis van het artikel over zuurstofinslag in het februarinummer van het clubblad (beslist een aanrader om te lezen als je dat nog niet hebt gedaan) tijdens het brouwen zou je bijna concluderen dat er al zoveel zuurstof in je bier zit, dat extra toedienen niet nodig is. Wanneer je met vloeibare gist een giststarter wilt maken, is het niet noodzakelijk om zuurstof toe te voegen. Het is dan wel aan te raden om een roerplaat te gebruiken, of als je die niet hebt, regelmatig te schudden. TheoBinnen de brouwerswereld laait de discussie over het beluchten van wort met enige regelmaat op. De kernvraag is of het werkelijk noodzakelijk is om extra zuurstof toe te voegen bij het gebruik van vloeibare gist, zeker wanneer er reeds een giststarter is geproduceerd. Hoewel men in de brouwliteratuur vaak hamert op het belang van een verzadigd zuurstofniveau, dwingt de praktijk ons tot een nuchtere heroverweging. Veel brouwers ervaren immers dat een pragmatische aanpak, waarbij complexe apparatuur achterwege blijft, uitstekende resultaten oplevert. De theoretische noodzaak voor zuurstof vloeit voort uit de behoefte van de gistcel om sterolen en onverzadigde vetzuren aan te maken. Deze stoffen zijn cruciaal voor de opbouw van gezonde celmembranen, wat de gist in staat stelt om zich efficiënt te vermenigvuldigen en een hoge alcoholtolerantie te ontwikkelen. Bij korrelgist is dit proces tijdens de industriële productie al voltooid, waardoor deze gistcellen over voldoende reserves beschikken om direct aan de slag te gaan. Bij vloeibare gistvarianten zijn deze reserves echter beperkter, wat de roep om extra beluchting verklaart. Wanneer men echter een vitale giststarter maakt, verandert de dynamiek aanzienlijk. In een dergelijke starter vindt de celvermeerdering en de opbouw van reserves al plaats onder gecontroleerde omstandigheden. Het enten van een aanzienlijke hoeveelheid actieve gistcellen reduceert de noodzaak voor verdere zuurstofopname in het hoofdwort. In feite neemt de giststarter de zware taak van de lagfase over, waardoor de gist bij toevoeging aan het wort direct kan overgaan tot de anaerobe vergisting. In de praktijk blijkt dat de natuurlijke opname van zuurstof tijdens het brouwproces vaak wordt onderschat. Lucht bestaat voor twintig procent uit zuurstof en op het moment dat het wort vanuit de koeler het gistvat in stroomt, vindt er door turbulentie en kletteren al een aanzienlijke gasuitwisseling plaats. Voor veel brouwers die werken met vloeibare gisten van gerenommeerde leveranciers zoals White Labs, volstaat deze passieve beluchting ruimschoots voor een gezonde vergisting. Het toevoegen van zuurstof of lucht via bruissteentjes of flessen met zuivere zuurstof introduceert bovendien extra kosten en complexiteit, terwijl het risico op infecties toeneemt door de extra benodigde handelingen en apparatuur. De vraag blijft of een intensievere beluchting daadwerkelijk een superieur bier oplevert. Bij bieren met een standaard begin-SG lijkt de winst marginaal, mits de gist in goede conditie verkeert. Alleen bij extreem zware bieren of bij het hergebruiken van oudere gistcellen kan actieve beluchting een zinvolle verzekering zijn tegen een stokkende vergisting. Voor de gemiddelde amateurbrouwer weegt de extra investering in tijd en geld echter zelden op tegen de resultaten die met een eenvoudige, hygiënische werkwijze en een goede giststarter worden behaald. |
|
| Terug naar overzicht | |
Door: Laurens Hesseling
