| Terug naar overzicht | |
Mythe: India Pale |
tww augustus 2025 |
|
We dachten dat iedereen ondertussen toch wel de ware toedracht over de bierstijl India Pale Ale kende, maar blijkbaar was dat wishful thinking. Met de regelmaat van de klok horen we nog steeds het vaak herhaalde en compleet foutieve verhaaltje dat IPA (India Pale Ale) ontwikkeld werd voor de export naar de Britse koloniën in India, dat het bestemd was voor de Britse troepen en dat het bier sterker gehopt moest zijn om de lange zeereis te overleven. Ooit kreeg iemand het in zijn hoofd om twee volledig correcte stellingen (hop is een bewaarmiddel in bier en de zeereis naar India duurde een paar maanden per schip) te combineren tot een volstrekt nonsens verhaal. En helaas doet het de ontkrachting van de mythe geen goed wanneer het verhaaltje klakkeloos wordt overgenomen door allerhande brouwerijen, tijdschriften, websites, drankenhandels, cafés en horecazaken, bierblogs…
Een mythbuster van formaat…Nochtans is het verhaal van IPA op zich interessant genoeg, zonder de romantische bijverhaaltjes. In 1600 werd de East India Company opgericht, een handelsorganisatie die over 70 schepen beschikte en algauw een belangrijke speler werd in de handel tussen Groot-Brittannië en de kolonie in India. De East India Company zou in latere jaren zelfs uitgroeien tot een invloedrijke economische, politieke, maar ook militaire grootmacht. De officieren van de East India Company hadden een belangrijk privilege: ze mochten namelijk in eigen naam handel drijven. Zij kochten bier, maar ook cider, wijn, kaas, ham, textiel, glaswerk … in London, dat ze dan op de schepen naar India meenamen en verkochten aan de ambtenaren van de East India Company en de ‘expats’ die er bijvoorbeeld theeplantages uitbaatten. Britse soldaten behoorden niet bepaald tot hun clientèle.
Dit alles dateert uiteraard uit de tijd dat analyses van brouwwater, of het aanpassen van brouwwater, nog niet mogelijk waren en het zorgde voor een grote ontwikkeling van de brouwactiviteit in Burton. Veel brouwerijen uit London richtten een tweede brouwerij op in Burton om het water te kunnen gebruiken. Pas later zal men erin slagen om brouwwater aan te passen aan het type bier, ook nu nog spreekt men van ‘burtoniseren’. De Bow Brewery was ondertussen uitgepraat. Even werd er nog geprobeerd om met een flessenversie van het blonde bier de eigen binnenlandse markt te overtuigen, en het is in advertenties uit deze periode (in de jaren 1830) dat de naam ‘India Pale Ale’ voor het eerst genoemd wordt, ongeveer tweehonderd jaar nadat de eerste bieren naar India werden geëxporteerd. Maar toen de spoorlijnen tussen Burton en Londen werden aangelegd in 1839, raakten de bieren van Allsopp en Bass erg goedkoop tot in Londen, waar ze opnieuw die van Bow overspoelden. In 1849 stond de Bow Brewery leeg. Wat is er dus waar van de mythe?
Ook andere biersoorten, zoals porter, ale, small beer, maar bijvoorbeeld ook cider werden reeds honderd jaar eerder naar India verscheept voor er nog maar sprake was van de Bow Brewery. Er zijn bewijzen genoeg dat ander bier grote afstanden aflegde, met name porter.
Het is jammer voor de IPA-mythe, maar aanbestedingen en bestellingen tussen 1849 en 1857 tonen aan dat de vraag vanuit India voor porter meer dan het dubbele was dan voor pale ale, wat een totaal ander beeld schetst dan dat van de IPA-drinkende expats. Volgens het ‘Report of the Commissioners Appointed to Inquire Into the Sanitary State of the Army in India’ van 1863 kregen soldaten zelfs een dagelijks rantsoen van een quart (iets meer dan een liter) porter, geen pale ale. Laten we een laatste nagel in de doodskist van de IPA kloppen, en het ook eens hebben over oud bier, want die zeereis naar India, was dat echt zo ver dat men er zogezegd een bierstijl voor moest uitvinden? Het antwoord is neen. De reis per schip naar India mocht dan wel enkele maanden duren, dit was maar klein bier tegenover de verbazend lange bewaartijden die toen reeds werden gehanteerd in het kader van een belangrijke en lange traditie. Het was in de grote landhuizen immers de gewoonte om grote hoeveelheden bier te brouwen bij de geboorte van de eerste erfgenaam, en die dan op een groots feest te drinken wanneer de erfgenaam meerderjarig was. Met andere woorden: er werd bier gebrouwen die men toen voor een verbluffende 21 jaar liet rijpen. Die ‘volwassenwordingsbieren’ bestonden, men beschikte over de techniek om zulke extreme bewaarbieren te maken, waarom zou men dan een bierstijl – IPA – moeten ‘uitvinden’ voor een tochtje van enkele luttele maanden?
Maar een bewaarbaarheid van 10 jaar was nog maar het topje van de ijsberg. Eén van de eerste geschreven bronnen van zo’n ‘volwassenwordingsbier’ dateert uit 1730 en handelt over de geboorte van Charles Watson-Wentworth, op Wentworth House in Yorkshire, als eerste zoon van Thomas Watson-Wentworth, parlementslid voor Yorkshire, Most Honourable Order of the Bath, Lord Lieutenant van de West Riding of Yorkshire, Baron Malton, en later ook Graaf van Malton, Baron van Rockingham en Markies van Rockingham. Toen Charles in mei 1751 meerderjarig werd, werd een fenomenaal feest georganiseerd in Wentworth House, met meer dan 10.000 gasten (waarvan er ‘slechts’ 3.000 in het huis konden plaatsnemen). Op het menu prijkten onder andere 110 schotels rundsvlees, 66 schotels schapenvlees, 55 schotels lamsvlees, 48 hammen, 70 schotels kalfsvlees, 40 schotels kip, 104 schotels met vis, 1.000 liter wijn, 2.000 liter punch, 3.250 liter bier en 5.000 liter sterk bier waarvan de grootste hoeveelheid gebrouwen was in het jaar 1730, 21 jaar geleden. De Engelse acteur en biografist John Bernard bezocht in 1793 het huis van de Graaf van Mount Edgcumbe, waar hij het familiebier mocht proeven, gebrouwen in 1764 bij de geboorte van de graaf z’n eerste zoon en pas voor de eerste keer geproefd bij diens meerderjarigheid in 1785. Het bier dat Bernard toen dronk, was dus al minstens 29 jaar oud. De techniek die men toepaste om de bieren gedurende zo’n extreem lange tijd te bewaren, wordt duidelijk gemaakt in een artikel in de Hampshire Advertiser die verslag uitbracht van de feestelijkheden ter gelegenheid van de meerderjarigheid van Lord Valletort in 1886, drie generaties verder in Mount Edgcumbe. Er werd toen bier gedronken dat gebrouwen was in 1865 en gedurende 21 jaar bewaard werd in grote 1.000 liter vaten. Het bier werd elke 7 jaar ververst met nieuwe hop, om het supergerijpte bier in topconditie te houden.
Het brouwen van grote hoeveelheden bier van hoge kwaliteit bij de geboorte van een erfgenaam, en het onaangeroerd laten tot de dag van de meerderjarigheid om het dan feestelijk te delen met gasten, lijkt een universeel gebruik te zijn geweest in Engeland. Maar het gebruik beperkte zich enkel en alleen tot de private brouwerijen, de extreme bewaarbieren konden zich immers onmogelijk ontwikkelen in een commercieel kader.
De eerste wereldoorlog en de belangrijke belastingsverhoging bleken de doodsteek te zijn voor de 21-jarige bieren, maar de moraal van het verhaal is deze: verspreiders van de IPA-mythe beweren dat men een speciale bierstijl moest uitvinden om een bier te laten bewaren voor een overtocht die ongeveer vier maanden duurde, maar op dat moment bestonden er reeds bieren die heel wat langer bewaarden. Een-en-twintig jaar. Alstublieft. BronOvergenomen met toestemming, zie website http://obad.be/index.html |
|
| Terug naar overzicht | |









