Artikelen
12 artikelen uit het clubblad van Januari 2026
| Terug naar overzicht | |
Van het bestuur, januari 2026 |
tww januari 2026 |
Door: Martijn Aartsma
|
|
|
Tempus volat – de tijd vliegt! We bevinden ons alweer in een nieuw (brouw)jaar: 2026! 2025 was wat mij betreft weer een mooi verenigingsjaar. Wees gerust: ik zal niet volledig terugblikken. Dat heeft Peter in het vorige clubblad immers al gedaan. Hoogtepunten voor mij waren de gezamenlijke brouwdagen en natuurlijk de excursie naar Texel. Verder genoot ik bijzonder van de deelname aan (en resultaat van) de gadgetcommissie en van de nieuw opgerichte Adventcommissie. Ik hoop dat jullie ook van de inspanningen van deze en de overige commissies hebben genoten. Afgelopen ClubavondDe laatste clubavond was absoluut ook een genot. De Bier-Foodpairing, voorbereid en verzorgd door Gery en Mark, was een enorm succes. De hapjes (wild) zijn o.a. afkomstig van de jacht, en door Gery en Mark verwerkt tot heerlijke hapjes. Tevens werd een en ander toegelicht middels slides (onder andere informatie over de jacht en haar geschiedenis). Een passende en zeer smaakvolle afsluiter van 2025. Tegelijkertijd een verzoek: mocht je foto's van de gerechtjes hebben gemaakt, stuur die aub door aan redactie@twortwat.nl. Het was ook de avond van de prijsuitreikingen. Tussen de gangen door werden prijzen en blijken van waardering uitgereikt. Zo werden de prijzen voor de clubcompetitie uitgereikt (spoiler: Chris en Patricia Talbot zijn clubkampioen). Zie de website voor de uitslagen per categorie. De Gouden Veer viel Yoeri Sanstra ten deel. De Wisselkei werd dit jaar uitgereikt aan Theo van Eijden. En natuurlijk werden onze verzorgende kanjers Cera en John Gouwerok zelf ook in het zonnetje gezet met respectievelijk een groot bos bloemen en een ruim bierpakket. Komende Clubavond, 30 januariDeze avond hebben wij als spreker brouweres Eva van X-Brewing, Katwijk. X-Brewing heeft onze Polderbok 2025 gebrouwen. Haar eigen bieren zijn, net als Eva zelf, niet bepaald in het keurslijf te vatten en zeer uitgesproken. Conventionele smaken en regels worden overboord gegooid. ‘Over de Verder Vooruitkijkend
Persoonlijke nootIk heb besloten uit het bestuur te stappen. Met plezier heb ik gedurende deze mooie tijd de vereniging gediend. Het is voor mij nu tijd om ruimte te maken voor andere bezigheden. Ik blijf lid, blijf brouwen en blijf ook actief in diverse commissies. En komende clubavond ben ik ook aanwezig (ijs en weder dienende), maar daarna lange tijd niet (Japan). Ik mis o.a. de ALV. Vandaar langs deze weg: dank voor jullie energie en feedback. Het was mij een genoegen! Warme brouwersgroet, en het allerbeste toegewenst voor 2026! Martijn Aartsma |
|
| Terug naar overzicht | |
Maandbier en ander geneuzel |
tww januari 2026 |
Door: John Gouwerok
|
|
Clubavond december 2025Het beloofde een mooie gezellige laatste avond van het jaar te worden, met verkiezing van de club kampioen 2025, de uitdeling van de gouden ganzenveer en de maandbierwisselkei. Ook de oorkondes voor de winnaars van de andere prijzen lagen al klaar. De tafels en stoelen stonden gereed en werden al snel gevuld met leden die er zin in hadden. Het thema is Wild en Bier dat kan dus alleen maar een topavond worden. Hierbij de uitslag van de wisselkei die ik deze avond voor de twintigste keer mocht uitreiken. Er hadden 3 leden een fustje bier ingeleverd voor de tap, gelijk aan vorig jaar.
Na het tellen van de uitgebrachte punten op de formulieren is de uitslag als volgt:
Proficiat! Voor de rest: dank voor het meedoen en tot het nieuwe jaar 2026. Het was een prachtige avond voor Sera en mij, ook dank voor de bloemen en het bierpakket. En ik was verrast met de tweede prijs voor mijn Milk Stout. Op naar 2026! Groetjes het barteam, John en Sera. |
|
| Terug naar overzicht | |
Jaarverslag van het bestuur over 2025 |
tww januari 2026 | |||||||||||||||||||||
Door: Nico de Boer
|
||||||||||||||||||||||
|
Met dit verslag geeft het bestuur van de Amateurbierbrouwersvereniging 't Wort Wat! een overzicht van de gebeurtenissen van het verenigingsjaar 2025. BestuursbeleidHet ledental eind 2025 is 311 leden en 5 donateurs. Gelijk aan vorig jaar willen we als vereniging eigenlijk niet meer groter groeien Als bestuur richten we ons op beheersbaarheid qua grootte van het aantal leden. We hebben daarom onze promotieactiviteiten geminimaliseerd. We blijven nadruk leggen op het gezamenlijk brouwen, proeven en beoordelen van bier. De georganiseerde activiteiten dienen altijd in lijn te zijn met de doelstelling van de vereniging, wat bij oprichting vastgesteld is als: “het bevorderen van het zelf brouwen van bier, en het opbouwen en delen van kennis daarover”, dienen. Het bestuur in 2025Tijdens de ALV op 28 maart 2025 zijn bestuursleden gekozen/herkozen:
Met deze samenstelling van het bestuur werden de taken in de maand april als volgt verdeeld:
Wij hebben dit jaar van 30 leden afscheid genomen, maar hebben een aanwas van 12 nieuwe leden. Dit resulteert dus in een afname van 18 leden. Op dit moment (peildatum: 31 december 2025) hebben we 311 leden, waarvan 1 erelid. Tevens hebben wij 5 donateurs binnen onze vereniging. De gemiddelde leeftijd van onze leden is 58 jaar, het jongste lid is 26 jaar oud en de oudste 80 jaar. Clubavonden in 2025Er zijn dit jaar 9 clubavonden gehouden in De Boerderij, 1 op locatie en de jaarlijkse barbecue was georganiseerd in Lisserbroek.
Commissieactiviteiten van het afgelopen jaar
Onze vereniging heeft een (kleine) groep vrijwilligers en leden die structureel een steentje bij dragen aan de activiteiten van onze vereniging binnen een of meerdere commissies of op andere manieren. Dit is een groep waar we als vereniging best trots op mogen zijn. Maar nog steeds zijn er een aantal commissies die nieuwe actieve leden kunnen gebruiken. Ervaring leert dat dit vooral gezellige en leerzame bezigheden zijn. Met het bovenstaande overzicht hoopt het bestuur jullie voldoende te hebben geïnformeerd over beleid en activiteiten in het afgelopen jaar. Wij hopen dat dit tijdens de Algemene Leden Vergadering jullie goedkeuring kan krijgen. Namens het bestuur, Nico de Boer
|
||||||||||||||||||||||
| Terug naar overzicht | ||||||||||||||||||||||
Brouwraad, januari 2026 |
tww januari 2026 |
Door: Laurens Hesseling
|
|
|
Het panelRoanne de Boer is professioneel brouwer bij Klein Duimpje in Hillegom en opgeleid als brouwer bij Stibon en Lentis in Rotterdam. Sinds 2018 is Roanne actief in de brouwerij en sinds de COVIDperiode full-time actief als brouwer. Daarnaast brouwt Roanne ook thuis. Gery Uytenhaak brouwt ondertussen (samen met partner Ben) 14 jaar bier. Eenmaal bevangen door het brouwvirus heeft Gery de Stibon opleiding gedaan en daarna de opleiding voor bierkeurmeester. Naast sommelier is Gery sinds 2017 bierkeurmeester. Theo van Eijden brouwt sinds 1996 en is al vele jaren zeer actief binnen de vereniging. Ook Theo is bierkeurmeester. Chris Talbot brouwt sinds 2014 thuis (met partner Patricia). Hij is van 2018 tot 2024 actief geweest als BKG bierkeurmeester en heeft in 2022 ook de cursus tot StiBON biersommelier afgerond. De lezersvraag van deze maandIk heb een tripel gebrouwen waarvan het schuim na openen van de fles meteen wegviel. Colaschuim zoals ze dat zeggen. Ik heb dat bij enkele andere bieren ook gehad. Hoe kan ik dit voorkomen? RoanneBelangrijk is eerst naar je recept kijken? Wat is je maischschema? Heb je er een goede eiwitrust in zitten, hoeveel en welke hop gebruik je, hoeveel procent suiker en hoeveel tarwe? Probeer rond de 10% suiker te gebruiken bij een tripel (suiker verdunt namelijk de eiwitten) en voeg 3-7% tarwe toe. Als we kijken naar het maisschema is niet onbelangrijk om te kijken naar je stappen. Bijvoorbeeld een lange rust rond 50–55 °C kan schuimbevorderende eiwitten afbreken. Oplossing zou dan zijn dat je de eiwitrust max 10 min laat duren op 52 °C, en je te focussen op je brewerswindow (62-68 °C) voor de vergistbare suikers en de stap van 72 °C (voor de body en het schuim). Ook kan het zo zijn dat je bier te warm vergist is, waardoor er weinig restsuikers overblijven (wat je op zich wel wil), maar te weinig restsuikers in combinatie met alcohol kan ook zorgen voor een instabiel schuim. Oplossing hiervoor zou zijn iets hoger maischen (64–66 °C), meer mout gebruiken, suiker terugschroeven en de vergisting niet onnodig warm starten. Bepaalde hoppen kunnen ook drager zijn van vettigheid (olie), wat weer kan bijdragen aan slechte schuimstabiliteit. Kijk daar ook eens naar en kies dan voor de hopsoorten die vaker worden gebruikt bij tripels zoals Saaz en Challenger. Deze dragen juist bij aan een goede schuimstabiliteit. GeryEr zijn verschillende oorzaken die dit probleem kunnen veroorzaken. Wat vaak voorkomt is dat een bier te warm wordt vergist. Bij vergisten worden esters gevormd. Esters zijn verbindingen van alcoholen en zuren. Esters en alcoholen hebben een negatieve invloed op het schuim. Wanneer er een te hoge vergistingstemperatuur wordt toegepast, ontstaan er meer esters en zuren. Kijk op het zakje gist wat de ideale vergistingstemperatuur is en start op de ondergrens (vaak 18-19 °C). Na paar dagen vergisting kan je de temperatuur langzaam op laten lopen tot bovengrens. Een meer onverwachte oorzaak kan het gebruik van een filterdoek/zak zijn. Wanneer je een filterdoek/zak gebruikt doe je er verstandig aan om deze eerst goed uit te spoelen met water voor je deze gaat gebruiken. Als er zeepresten aanwezig zijn op het doek/zak, gaat dit ten koste van je schuim. Er blijft vaak meer zeep achter dan je zou verwachten. Wanneer je met (veel) suiker brouwt, kunnen er te weinig schuimbevorderende stoffen in de wort zitten. Maar ook een te dik beslag kan nadelig zijn. Een reden is dat in een meer geconcentreerde oplossing de meer hydrofobe stoffen (die schuimstabiliserend zijn) verloren gaan omdat er in verhouding minder vloeistof is om in op te lossen. Verder is belangrijk dat alle brouwspullen schoon zijn, vetvrij en zeepvrij. Vet en zeep zijn sterk schuimnegatief. TheoHet probleem van ‘cola-schuim’ – schuim dat direct na het inschenken bruisend omhoog komt en vervolgens binnen enkele seconden volledig verdwijnt – is een bekend fenomeen bij thuisbrouwers. Bij een tripel, die vaak een hoger alcoholpercentage en een hogere koolzuurverzadiging heeft, valt dit extra op. Er zijn verschillende oorzaken en oplossingen om dit in de toekomst te voorkomen: Vet is de grootste vijandVet breekt de oppervlaktespanning van de bellen direct af. Dit kan op drie plekken misgaan:
Eiwitrust en moutstortSchuim bestaat uit eiwitten. Als je een te lange eiwitrust aanhoudt tijdens het maischen (rond de 50-52 °C), worden de schuimnegatieve eiwitten afgebroken, maar ook de eiwitten die juist voor de stabiliteit zorgen.
Vergisting en hogere alcoholenBij zware bieren, zoals een tripel, kan de gist onder druk staan. Als de gist gestrest raakt door een te hoge temperatuur of te weinig voeding, kan deze hogere alcoholen en vetzuren produceren die de schuimstabiliteit negatief beïnvloeden. Ook autolyse, het afsterven van gist, bij te lang laten staan op de gistkoek kan schuimnegatieve enzymen vrijgeven.
Koolzuurgehalte en reinheid van de flesAls het bier wel bruist als cola, is er genoeg koolzuur, maar geen ‘houvast’. Als de binnenkant van de fles niet perfect schoon is, kunnen er te veel nucleatiepunten zijn waardoor het koolzuur te snel ontsnapt.
HopgebruikHopzuren (iso-alfazuren) dragen bij aan de stevigheid van de schuimkraag. Een zeer laag gehopt bier heeft vaak een minder stabiele kraag. Hoewel een tripel niet extreem bitter hoeft te zijn, helpt een gezonde gift van aromahop aan het einde van de kook ook bij de schuimvorming. |
|
| Terug naar overzicht | |
Effect maltotriosegist in laag-alcoholische bier |
tww januari 2026 |
Door: Theo van Eijden
|
|
|
Regelmatig wordt het gebruik van gisten die geen maltotriose vergisten of andere laag-attenuerende stammen aanbevolen. De vraag is echter hoeveel verschil dit daadwerkelijk maakt in laag-alcoholisch brouwen. Maltotriose is een complexe moutsuiker. De meeste brouwersgisten kunnen maltotriose effectief metaboliseren, maar dit gebeurt pas nadat alle eenvoudigere suikers, zoals glucose, fructose, sucrose en maltose, zijn verbruikt. Er zijn echter stammen die de capaciteit missen om deze suiker om te zetten, zoals Lallemand Windsor en London Ale III. Dit resulteert in een lagere attenuatie, waarbij restzoetheid, body en mondgevoel overblijven of verbeteren. Wat betekent dit voor de brouwer?Voor een brouwer van alcoholvrij of laag-alcoholisch bier is een lagere attenuatie en de aanwezigheid van restbody en zoetheid vaak wenselijk, aangezien dit bijdraagt aan een ronder en voller bier. De vraag is hoe groot het verschil is ten opzichte van een reguliere giststam. Bij een wort met een lage beginstamwort, die voornamelijk uit lange-ketensuikers bestaat, vindt sowieso een relatief korte vergisting plaats. Het is daarom relevant te onderzoeken of de gistkeuze in dit scenario een significant verschil maakt. Dit is middels een experiment onderzocht. Doel van het experimentDit experiment vergelijkt de impact van een giststam die geen maltotriose vergist (Lallemand Windsor) met die van een reguliere stam (Lallemand Verdant IPA). Het doel is vast te stellen of het gebruik van een dergelijke gist leidt tot een lagere attenuatie en een vollere body, wat resulteert in een beter smakend laag-alcoholisch bier. Recept: ’Another Pale Ale’Batchgrootte: 22 L
IngrediëntenMoutstort
Hopgift (dry hop verdelen over de twee gistvaten)
Gist
WaterprofielCa²⁺ 96 | Mg²⁺ 12 | Na⁺ 27 | Cl⁻ 87 | SO₄²⁻ 162 | HCO₃⁻ 65 BrouwprocesHet proces start met 28 liter RO-water. Dit water wordt in de ketel verhit tot een storttemperatuur van 82 °C. Na het bereiken van de storttemperatuur worden de wateraanpassingen uitgevoerd, de mout toegevoegd en goed geroerd om klonten te voorkomen. De maisch duurt 30 minuten op 80 °C (ja, je leest het goed: 80 °C!). Na de maisch wordt de mout verwijderd en het wort goed uitgelekt. Het pre-boil SG wordt gemeten, waarna het kookproces start. Bij aanvang van de kook wordt de timer op 30 minuten ingesteld en de eerste hopgift gedaan, gevolgd door de rest van het hopschema. Na de kook wordt een monster genomen voor het post-boil SG. Vervolgens wordt 11 liter hete wort verdeeld over twee gistvaten, die vooraf zijn aangezuurd tot pH < 4,6. Het wort koelt ’s nachts af tot enttemperatuur. De volgende ochtend wordt 5,5 g Lallemand Windsor in het ene gistvat geënt en 5,5 g Lallemand Verdant IPA in het andere. Beide vergisten 7 dagen op 19 °C. Op dag 3 worden de dryhop-toevoegingen gedaan. Na 7 dagen wordt gecontroleerd of het eind-SG is bereikt, waarna beide batches 3 dagen worden gecold-crasht op 2 °C. Daarna gaan ze elk op een 9,5 L keg en worden gedurende 7 dagen op 12 psi (82,74 KPa) gecarboniseerd. Resultaten
UiterlijkBeide bieren vertonen een mooie goudtint met een heldere sluier. Een rijke schuimkraag met blijvende, kleverige schuimresten is aanwezig. AromaDe aroma’s zijn sappig en tropisch, met tonen van grapefruit, sinaasappel, een vleugje meloen, en lichte toffee- en karamelmouttonen. SmaakDe smaak kenmerkt zich door zachte karamel- en toffeenoten in de basis. Voorin is een milde dennen-/appelschilbitterheid waarneembaar, gevolgd door tropische fruitsmaken met prominent grapefruit en sinaasappel, en een hint van meloen. De afdronk is droog en bitter, wat uitnodigt tot een volgende slok. Eerste indrukDit betreft een uitstekend laag-alcoholisch voorbeeld van een American Pale Ale: goed in balans, met helder gedefinieerde aroma’s en smaken, en visueel aantrekkelijk door een gouden, honingachtige gloed en lichte waas. De algehele indruk is zeer positief. Discussie en conclusieIn een directe vergelijking zijn de bieren zeer gelijkend. De Windsor stopte iets hoger op 1,010; de Verdant vergistte door tot 1,008 en kwam daarmee net boven de 0,5% uit (0,8% ABV). Dit was conform de verwachting, aangezien Windsor geen maltotriose vergist en dus hoger zou moeten eindigen. Zonder een side-by-side proef is het verschil echter moeilijk in te schatten – dit experiment maakt het tastbaar. Voor een smakelijk, laag-alcoholisch bier wordt vaak Lallemand Windsor aanbevolen. Doordat deze stam geen maltotriose vergist, blijft restsuiker achter en daalt het alcoholpercentage. Het resultaat is een iets zoeter en voller bier dan met een standaard giststam, wat de metingen bevestigen. Voor brouwers die nog werken aan receptuur en vergistbaarheidbeheersing in ultra-laag/laag-alcoholisch bier, is Windsor een uitstekend startpunt. De Windsor-batch wordt als iets zachter en zoeter ervaren; de Verdant is iets droger en bitterder – en daarmee wat ‘trouwer aan stijl’ voor hop-forward ales. Voor sterk gehopte bieren (IPA, APA) zou men daarom eerder naar Verdant neigen. Een aanpassing van de beginstamwort naar een lager niveau zou dan overwogen kunnen worden om onder de 0,5% ABV te blijven, aangezien die batch in dit experiment de scherpste, meest gedefinieerde smaak en afwerking had. Windsor tempert de smaken licht, wat niet altijd wenselijk is – al liggen de resultaten dicht bij elkaar. BronOorspronkelijke Engelse tekst. Vertaald en bewerkt door Theo van Eijden |
|
| Terug naar overzicht | |
Nieuwe gisttrends |
tww januari 2026 |
Door: Theo van Eijden
|
|
Van klassieke stammen tot hypergespecialiseerde gistprofielenDe laatste jaren heeft de gistmarkt voor brouwers een duidelijke versnelling doorgemaakt. Waar de keuze voor de hobbybrouwer ooit beperkt was tot een klein aantal universele korrelgisten en een wat onoverzichtelijk aanbod aan vloeibare culturen, is er inmiddels sprake van een ware diversificatie. Het afgelopen jaar valt vooral op door twee bewegingen: enerzijds de vertaling van klassieke vloeibare stammen naar authentieke droge varianten, anderzijds de introductie van hypergespecialiseerde gisten die zijn ontworpen voor zeer specifieke bierstijlen en fermentatiestrategieën. Deze ontwikkelingen zijn niet langer voorbehouden aan professionele brouwerijen; de meeste stammen zijn in heel Europa via webshops en speciaalzaken verkrijgbaar. Namen als Lallemand, Fermentis, White Labs, Omega Yeast en Mangrove Jack’s zijn inmiddels vaste waarden in het schap. Het gistlandschap voor Europese hobbybrouwers bevindt zich duidelijk in een fase van versnelling en verfijning. Enerzijds worden klassieke, geliefde stammen – zoals WLP001 en WLP066 van White Labs – in een toegankelijke droge vorm aangeboden, waardoor logistieke drempels verdwijnen en de betrouwbaarheid toeneemt. Anderzijds rollen producenten als Lallemand, Fermentis, Omega en Mangrove Jack’s een steeds breder palet aan hypergespecialiseerde gisten uit, variërend van kveik en biotransformatiestammen tot gisten voor zuur, hoog‑alcoholisch of laag‑alcoholisch bier. 1. Klassieke vloeibare stammen krijgen een korrelvariantEen van de meest ingrijpende verschuivingen voor de hobbybrouwer is de overgang van iconische vloeibare giststammen naar actieve droge gist, zonder dat daarbij wordt teruggevallen op ‘lookalikes’ of benaderende varianten. De originele giststam wordt in droge vorm aangeboden, met behoud van genetische identiteit en gistprofiel. Een sprekend voorbeeld is WLP001 California Ale Yeast van White Labs. Deze stam, al jarenlang een referentie voor cleane, hoppige Amerikaanse ales, is inmiddels als authentieke droge gist beschikbaar (White Labs WLP001 Dry). Voor Europese brouwers betekent dit dat een gist die traditioneel in vloeibare vorm en met gekoeld transport werd verkocht, nu als stabiele korrelgist kan worden aangeschaft. WLP001 staat bekend om zijn neutrale smaakprofiel, hoge vergistingsgraad en vermogen om hoparoma’s te accentueren zonder zelf nadrukkelijk op de voorgrond te treden. Een vergelijkbare stap heeft White Labs gezet met WLP066 London Fog Ale Yeast, een gist die zich heeft ontwikkeld tot een favoriet voor hazy of juicy IPA's. Deze stam is eveneens als droge variant op de markt gebracht (White Labs WLP066 Dry). Kenmerkend zijn de zachte, romige body, beperkte flocculatie (waardoor een stabiele troebelheid ontstaat) en een uitgesproken fruitig aromaprofiel met tonen van tropisch fruit, ananas en grapefruit. London Fog is bij uitstek geschikt voor moderne NEIPA‑achtige bieren waarin hopjuiciness en mondgevoel centraal staan.
Hoewel White Labs hiermee veel aandacht trekt, past deze ontwikkeling in een bredere trend. Ook Lallemand biedt een groeiend assortiment droge stammen die in Europa breed verkrijgbaar zijn, waaronder:
Het praktische gevolg voor de hobbybrouwer is dat klassiekers die vroeger vrijwel alleen als vloeibare gist beschikbaar waren, nu in een robuust, lang houdbaar droogformaat voorhanden zijn. De noodzaak van starters, strakke logistiek en gekoeld transport wordt daarmee aanzienlijk gereduceerd. 2. Kveik en thermotolerante gisten veroveren het Europese gistvakEen tweede belangrijke ontwikkeling is de normalisering van kveik en andere thermotolerante stammen in het standaardassortiment van Europese leveranciers. Kveik, oorspronkelijk een verzamelnaam voor traditionele Noorse boerengisten, is inmiddels wereldwijd commercieel beschikbaar in geselecteerde, genetisch gekarakteriseerde varianten. Een prominente commerciële stam is LalBrew Voss Kveik Ale Yeast van Lallemand. Deze gist kan vergisten in een opmerkelijk breed temperatuurbereik van ongeveer 25 tot 40 °C, met een optimaal gebied tussen 35 en 40 °C. Binnen dat optimum worden vergistingen vaak in twee tot drie dagen volledig afgerond, zonder de gebruikelijke bijsmaken die men zou verwachten bij zulke hoge temperaturen. Het smaakprofiel is relatief neutraal met subtiele tonen van sinaasappel en citrus, hetgeen de inzetbaarheid voor uiteenlopende ale‑stijlen vergroot. Voss wordt in Europa door talloze webshops en groothandels gevoerd en heeft zich ontwikkeld tot een vaste waarde in het kveiksegment. Andere commerciële kveikvarianten die in Europa makkelijk verkrijgbaar zijn, zijn onder meer:
Het effect voor de hobbybrouwer is tweevoudig. Enerzijds maken deze stammen het mogelijk om zonder uitgebreide koelinstallaties toch gecontroleerd te vergisten, zelfs in warmere omgevingen. Anderzijds bieden zij een geheel eigen aromatisch palet, dat varieert van relatief neutraal met lichte citrusaccenten (zoals bij LalBrew Voss™) tot uitgesproken esterrijk bij andere kveikfamilies. 3. Gisten voor biotransformatie, thiolen en moderne hopbommenMet de opmars van intens hoparomatische bieren – variërend van NEIPA tot Cold IPA – is er een duidelijke vraag ontstaan naar gisten die meer doen dan alleen suikers omzetten in alcohol. Producenten spelen daarop in met stammen die specifiek zijn geselecteerd of ontwikkeld om biotransformatieprocessen te bevorderen en aromatische thiolen vrij te maken uit hop en mout. Voorbeelden van commercieel beschikbare gisten in Europa in deze categorie zijn:
Hoewel niet elke van deze gespecialiseerde gisten al in elk Europees hobbybrouwkanaal beschikbaar is, groeit het aanbod gestaag. De kern van de trend is dat gist expliciet wordt mee‑ontworpen als aroma‑aanjager, in nauwe samenhang met hopkeuze en hopregime (dryhop‑timing, cold‑side‑hopgiften, whirlpooltoevoegingen). 4. Lagerachtige fermentaties op hogere temperatuurEen andere categorie waarin de laatste jaren veel gebeurt, is die van de gisten voor ‘snelle lagers’ en hybride stijlen zoals Cold IPA. Het uitgangspunt is hier dat brouwers de cleanheid en frisheid van lagerachtige bieren wensen, maar niet de lange, koude vergistings‑ en lageringstijden. Een deel van deze behoefte wordt ingevuld door zeer neutrale kveikvarianten zoals Omega Lutra Kveik, die bij hogere temperaturen een verrassend schoon profiel kunnen leveren. Daarnaast brengen producenten als Fermentis en Mangrove Jack's verschillende lagerstammen op de markt die compatibel zijn met relatief gematigde fermentatietemperaturen, hoewel dat doorgaans nog onder de klassieke ale‑range blijft.
Hoewel deze stammen niet specifiek als ‘hoogtemperatuurlager’ zijn gepositioneerd, laat de praktijk zien dat veel brouwers in de hobbysector ze met goede resultaten iets warmer laten vergisten dan traditioneel gebruikelijk is, zeker in combinatie met moderne temperatuurcontrole‑ 5. Gisten voor zuur, laag‑alcohol en speciale toepassingenNaast bovengenoemde hoofdtrends is er een parallelle ontwikkeling richting gisten voor heel specifieke functionele rollen in het brouwproces. Lallemand en Fermentis hebben de laatste jaren diverse stammen geïntroduceerd die niet primair op klassieke bierstijlen mikken, maar op technologische of gezondheidsgerichte doelstellingen. Voorbeelden hiervan zijn:
Voor de hobbybrouwer betekent dit dat niches die voorheen vooral via complexe mengculturen, bacteriën of aanvullende enzymen werden aangeboord, nu via één enkel gistproduct toegankelijk zijn.
|
|
| Terug naar overzicht | |
Brouwer in Beeld, januari 2026 |
tww januari 2026 |
Door: Laurens Hesseling
|
|
|
René van den Hof
We zijn nog niet zover dat we volgens een biertype brouwen. In de toekomst wil ik nog wel aan een wedstrijd mee doen, puur om van te leren. Nu staat er een bier met een lager alcoholpercentage in de klimaatkast, geïnspireerd op een Karmeliet. Daarvoor heb ik een Imperial Stout gemaakt. Het idee komt uit het clubblad uit het interview met Kelvin. Ik heb met hem contact opgenomen en het recept gekregen. Ik kom regelmatig op de clubavonden. De laatste clubavond in december was erg geslaagd met heerlijke hapjes. Complimenten aan de organisatoren. De proeftafel vind ik ook een geslaagd item. Ik gebruik altijd korrelgist. Ik heb mij niet verder verdiept om andere gist te gebruiken. Ik ben wel precies in mijn brouwproces. Als er 4,5 kilo pilsmout in hoort, dan moet er ook 4,5 kilo pilsmout in. Ik weeg het ook allemaal van tevoren af. Zet ik het allemaal klaar tot en met de hop. Ik brouw niet zomaar een beetje uit de losse pols. De gisthoeveelheid laat ik ook berekenen door Brewfather, maar rond het wel af naar hele pakjes. Aan waterbehandeling of aanzuren doe ik niet. Mijn waterprofiel heb ik wel in Brewfather ingevoerd. Ik zie nu nog niet de meerwaarde, maar misschien komt dat nog wel. Het is ook maar een hobby. Ik hoef geen Champions League te winnen. Ik wil gewoon bier brouwen wat ik lekker vind. Natuurlijk komt er een beetje trots bij kijken als iemand anders het lekker vindt. Wat ik altijd wel doe is dat ik alles noteren in een logboek, zodat je dat de volgende keer weer kunt gebruiken. Ik heb ook echt een checklist gemaakt van alles wat en wanneer je moet doen. Ik denk dat ik wil leren om echt wel te brouwen naar de juiste stijl. Als je dan een Stout maakt, dat het als een Stout smaakt. Ik raadpleeg ook nog regelmatig het boek ‘Verander water in bier’. Het zou ook wel kunnen helpen om een keer met een ander te brouwen. Nu brouwen we alleen met zijn tweeën en dan leren we uiteindelijk niets meer van elkaar. Daarom vind ik het ook leuk om bij de club te zitten. Nieuwe mensen leren kennen waar ik dan ook nog van kan leren. Het is gewoon een erg leuke hobby!
|
|
| Terug naar overzicht | |
Brouwcursus |
tww januari 2026 |
Door: Theo van Eijden
|
|
Twaalf cursisten hebben brouwcursus afgerondOp 8 januari werd de cursus bierbrouwen op feestelijke wijze afgesloten. Twaalf enthousiaste cursisten namen die avond hun certificaat in ontvangst na weken van intensieve theorie en praktijk. De laatste bijeenkomst vond plaats in de winkel van Brouwmaatje, waar de cursisten de kroon op hun werk zetten door hun eigengebrouwen bier te bottelen. Zij keerden huiswaarts met een officieel diploma, een krat van dit zelfgebrouwen bier en – bovenal – een schat aan waardevolle brouwkennis. De cursus bracht een gevarieerde groep bierliefhebbers samen, variërend van absolute beginners tot hobbybrouwers die op zoek waren naar verdieping. Onder deskundige begeleiding werden alle facetten van het ambacht belicht: van grondstoffenkennis en moutkeuze tot gistculturen en het cruciale belang van temperatuurbeheersing. De kracht van de opleiding lag in de wisselwerking tussen technische diepgang en de praktijk. Naast smaakprofielen en de historie van het bier kwam het brouwproces echt tot leven bij de ketel: mouwen opstropen, ingrediënten afwegen en gezamenlijk het brouwproces beheersen. Tijdens de uitreiking was de trots van de gezichten af te lezen. Met de overhandiging van de certificaten is onze vereniging een nieuwe lichting brouwers rijker. We kijken met veel verwachting uit naar hun toekomstige creaties en hopen hen nog lang als actieve leden in onze brouwgemeenschap te mogen verwelkomen. |
|
| Terug naar overzicht | |
Druk in de bierfles |
tww januari 2026 |
Door: Theo van Eijden
|
|
De dynamiek van druk in de bierflesWanneer een bierfles met een sissend geluid wordt geopend, komt een complex samenspel van natuurkunde en biologie tot uiting. Voor de hobbybrouwer is de druk in de fles veel meer dan alleen een bijproduct; het is een cruciale factor die het mondgevoel, de schuimstabiliteit en zelfs de veiligheid in de brouwerij bepaalt. De druk in een afgesloten fles ontstaat doordat koolstofdioxide (CO2), geproduceerd door de gist tijdens de (na)gisting, deels oplost in de vloeistof en deels de kopruimte boven het bier vult. De hoeveelheid koolzuur in bier wordt doorgaans uitgedrukt in volumes CO2. Dit getal geeft aan hoeveel liter gas er in één liter bier is opgelost, gemeten bij standaardomstandigheden. Een standaard pilsener bevat meestal tussen de 2,3 en 2,7 volumes CO2. De uiteindelijke druk die dit in de fles veroorzaakt, is sterk afhankelijk van de temperatuur. Bij een koude temperatuur van rond de 5 °C kan bier veel meer gas vasthouden, waardoor de druk in de kopruimte relatief laag blijft, grofweg tussen de 0,6 en 0,8 bar overdruk. Zodra de fles opwarmt naar kamertemperatuur, kan de vloeistof minder gas vasthouden. Het koolzuur verplaatst zich naar de kopruimte, waardoor de druk in diezelfde fles kan oplopen tot rond de 2 bar of meer. Dat verklaart ook waarom een lauwe fles bij het openen vaak veel heftiger reageert dan een goed gekoelde. Voor de thuisbrouwer begint het beheersen van deze druk bij het kiezen van een passend koolzuurgehalte per bierstijl en het correct berekenen van de hoeveelheid bottelsuiker. Een Engelse stout met een vol, zacht mondgevoel profiteert van een relatief laag koolzuurniveau, ongeveer 1,8 tot 2,0 volumes CO2. Een frisse pils of blonde komt doorgaans beter tot zijn recht rond de 2,3 tot 2,6 volumes. Een weizen of bepaalde Belgische stijlen zoals saison en tripel mogen flink sprankelen en gaan richting of zelfs boven de 3 volumes. Elke bierstijl heeft zo zijn eigen ‘natuurlijke’ prikniveau, dat past bij het aroma, de body en het gewenste schuimgedrag. Het bepalen van de juiste hoeveelheid suiker begint bij een eenvoudige gedachte: met de bottelsuiker wordt extra koolzuur in het bier geproduceerd. Gist zet suiker om in alcohol en CO2. Maar niet alle koolzuur komt uit die bottelsuiker; in het jongbier is na de hoofdgisting al een hoeveelheid CO2 opgelost, het zogenaamde restkoolzuur. Hoe kouder de vergistingstemperatuur is geweest, hoe meer restkoolzuur in het bier aanwezig blijft. Een bier dat bijvoorbeeld heeft uitgegist rond 18–20 °C bevat ongeveer 0,8 tot 1,0 volumes CO2. Wie een eindcarbonatie van bijvoorbeeld 2,5 volumes nastreeft, hoeft dus nog maar grofweg 1,5 volumes via de nagisting op fles te produceren. In de praktijk gebruiken veel brouwers hiervoor een eenvoudige berekening of een online calculator. Het principe is telkens hetzelfde: eerst wordt het gewenste eindniveau in volumes CO2 gekozen, vervolgens wordt het geschatte restniveau afgetrokken, en dat verschil wordt omgerekend naar grammen suiker per liter. Een ruwe vuistregel is dat ongeveer 4 tot 5 gram suiker per liter bier ongeveer 1 tot 1,2 volumes CO2 oplevert. Wie een bier van 1 vol naar 2,5 vol wil brengen, zal meestal ergens rond de 5,5 tot 6,5 gram suiker per liter uitkomen, afhankelijk van de gebruikte aannames en het type suiker. Minstens zo belangrijk als de berekening is de manier waarop de suiker wordt toegevoegd. De meest gecontroleerde werkwijze is om de totale benodigde hoeveelheid suiker voor het hele brouwsel nauwkeurig af te wegen en deze op te lossen in een kleine hoeveelheid gekookt en afgekoeld water. Dit suikersiroopje gaat vervolgens in een aparte bottel- of hevelemmer, waarna het bier rustig op deze oplossing wordt overgeheveld. Door tijdens het overhevelen voor een lichte werveling te zorgen, mengt het suikerwater zich gelijkmatig door het hele volume. Alle flessen krijgen dan ongeveer dezelfde hoeveelheid suiker en dus ook een vergelijkbaar koolzuurgehalte. Het alternatief – korrels suiker rechtstreeks in elke fles doseren – vergroot de kans op ongelijkheid tussen flessen en daarmee op wisselende druk of zelfs overdruk in een deel van de batch. Naast de smaakbeleving speelt veiligheid een grote rol bij het bepalen van de optimale druk. Hoewel de meeste standaard bierflessen ontworpen zijn om een aanzienlijke druk te weerstaan, kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan wanneer de nagisting ongecontroleerd verloopt. Dit gebeurt vaak wanneer bier te vroeg wordt gebotteld, voordat de hoofdgisting volledig is voltooid, of wanneer er beduidend te veel suiker wordt toegevoegd. In zulke gevallen kan de druk de structurele grens van het glas overschrijden, wat leidt tot de beruchte flesbommen. Het controleren van het soortelijk gewicht gedurende meerdere dagen aan het einde van de hoofdgisting is daarom een eenvoudige maar belangrijke veiligheidsmaatregel. Een stabiel eind-SG is de beste indicatie dat de hoofdgisting daadwerkelijk klaar is en dat de suikers die nog aanwezig zijn, bewust en berekend worden toegevoegd via de bottelsuiker. Voor wie graag met concrete richtlijnen werkt, kan een eenvoudige tabel houvast bieden. Daarin worden typische bierstijlen gekoppeld aan gewenste koolzuurniveaus en bijbehorende suikerhoeveelheden per liter, rekening houdend met de vergistingstemperatuur. Een stout of Engelse ale komt dan vaak uit op ongeveer 3,5 tot 4 gram suiker per liter bij een vergisting rond 20 °C, terwijl een weizen of sterk Belgisch blond al snel richting 7 gram per liter gaat voor de hogere carbonatie. Zulke tabellen zijn nooit perfect, maar geven een betrouwbare startwaarde voor de meeste thuisbrouwsituaties. Digitale hulpmiddelen maken het de moderne brouwer nog gemakkelijker. Verspreid over internet zijn diverse carbonatietabellen en rekenhulpen te vinden, waarmee in een paar klikken de juiste hoeveelheid bottelsuiker is bepaald. Een voorbeeld is de carbonatietabel op de Jolly Good Beer site, en Dr. Hans die per bierstijl een aanbevolen bandbreedte aan volumes CO2 laat zien en helpt bij het kiezen van een passend koolzuurniveau voor het eigen recept. Daarnaast bestaan er online ‘priming calculators’ die, op basis van batchvolume, temperatuur en gewenste volumes CO2, direct het benodigde aantal grammen suiker uitrekenen. Ook populaire brouwsoftware helpt hierbij. Brewfather beschikt bijvoorbeeld over een uitgebreide carbonatie-tool, waarin de brouwer het biervolume, de huidige temperatuur en het doel in volumes CO2 invult. Vervolgens kan gekozen worden uit verschillende soorten bottelsuiker, zoals kristalsuiker, dextrose, DME of honing. De software rekent dan automatisch uit hoeveel gram suiker nodig is. Bovendien geeft Brewfather richtlijnen voor koolzuurniveaus per bierstijl, zodat het eenvoudig wordt om een stout, pils of weizen precies in de juiste zone te carboneren. Dezelfde tool kan ook worden gebruikt voor keggen; dan berekent Brewfather bij welke druk en temperatuur de gewenste carbonatie bereikt wordt. Wie dit hele proces zorgvuldig en met aandacht benadert, wordt beloond met een glas bier dat zich voorbeeldig gedraagt. Bij het openen ontsnapt een gecontroleerde sis in plaats van een explosieve wolk schuim. Het bier stroomt rustig en helder in het glas en bouwt een stevige, stabiele schuimkraag op. In de mond voelt het levendig maar niet agressief, met precies genoeg prik om de aroma's te dragen zonder de smaken te verdringen. Zo wordt de druk in de bierfles van potentieel probleem, een krachtig instrument in handen van de thuisbrouwer die met weegschaal, thermometer en een beetje rekenwerk zijn bier naar een hoger niveau tilt. Bronnen |
|
| Terug naar overzicht | |
Mouten voor meer mondgevoel |
tww januari 2026 |
Door: Theo van Eijden
|
|
Verhogen van mondgevoel in laag-alcoholische bierLaag-alcoholische en alcoholvrije bieren zijn inmiddels een vast onderdeel van het schap, maar ze kampen vaak met hetzelfde probleem: een mager, dun mondgevoel. Waar een volmout tripel of stout bijna vanzelf een rond, stroperig karakter ontwikkelt, voelt een bier van 0-3% al snel waterig, scherp en weinig bevredigend aan. Het vergroten van het mondgevoel in dit soort bieren vraagt daarom om een bewuste aanpak waarin moutselectie, maischschema, gistkeuze en koolzuurgehalte nauw op elkaar worden afgestemd. Een eerste, en misschien wel meest directe, manier om mondgevoel te versterken is het gericht inzetten van mouten die bijdragen aan body. Waar bij een standaard pils- of pale ale-mout doorgaans dominant is, volstaat die aanpak bij laag-alcoholisch bier vaak niet. Basismouten leveren vooral vergistbare suikers; in een bier met lage vergistingsgraad en beperkt alcoholgehalte resulteert dat in weinig structuur. Door een deel van de basismout te vervangen door Vienna- of Munich-mout ontstaat meer diepte en een voller moutprofiel, zonder dat het bier meteen zwaar of log wordt. Daarnaast kunnen lichte caramel- of crystal-mouten, zoals Carapils of Carahell, een belangrijke rol spelen. Deze mouten brengen niet alleen subtiele karameltinten mee, maar vooral dextrines: onvergistbare koolhydraten die het bier een romiger, steviger mondgevoel geven en bovendien de schuimstabiliteit verbeteren. Naast ‘klassieke’ gerstemouten zijn granen als haver, tarwe en rogge bijzonder waardevol. Havervlokken en havermoutmout staan bekend om hun bijdrage aan een zijdezacht, bijna olieachtig mondgevoel. Zeker in laag-alcoholische IPA's en tarwebieren kunnen zij het verschil maken tussen een dun drankje en een vol, bijna sapachtig bier. Tarwemout zorgt op zijn beurt voor een romiger textuur en een stabiel, fijn schuim, eigenschappen die het mondgevoel eveneens versterken. Roggemout voegt daar nog een karakteristieke kruidigheid en een lichte stroperigheid aan toe, wat vooral in donkere of amberkleurige laag-alcoholische bieren goed tot zijn recht komt. Wel vraagt het gebruik van deze granen om aandacht bij het filtreren, omdat het beslag stroperiger kan worden. Toch is moutkeuze slechts één aspect. Het maischschema bepaalt in hoge mate de verhouding tussen vergistbare suikers en dextrines. In laag-alcoholische bieren is het vaak wenselijk om relatief veel onvergistbare stoffen in het uiteindelijke wort te behouden, om zo body en restzoetheid te creëren. Een hogere maischtemperatuur – bijvoorbeeld rond 67-69 °C – bevordert de vorming van dextrines en beperkt de vergistingsgraad. Het resultaat is een bier met meer structuur en mondvulling, ondanks het lage alcoholpercentage. Sommige brouwers kiezen daarnaast bewust voor een kortere maischtijd of voor een schema met een relatief korte rust bij lagere temperaturen om de vorming van sterk vergistbare suikers juist te beperken. Ook de keuze van de giststam en de vergistingsstrategie beïnvloeden het mondgevoel. Gisten met een lage tot middelmatige vergistingsgraad laten meer restsuikers achter, wat bijdraagt aan een voller mondgevoel en een zachtere afdronk. In laag-alcoholische bieren kan een te ‘harde’ vergisting – waarbij vrijwel alle vergistbare suikers worden omgezet – juist leiden tot een scherp, dun bier waarin zowel de hopbitterheid als de koolzuurprikkel onaangenaam naar voren treden. Een iets hogere vergistingstemperatuur kan bovendien extra esters opleveren, die, hoewel ze niet direct bijdragen aan body, wél een indruk van rijkdom en complexiteit geven. Koolzuur verdient in deze context speciale aandacht. Een hoog koolzuurgehalte kan een bier fris en levendig maken, maar in laag-alcoholische varianten versterkt het ook de indruk van dunheid en scherpte. Door de carbonatie iets te verlagen ontstaat een zachtere, romigere beleving, waarin de moutigheid en eventuele restzoetheid beter tot hun recht komen. In combinatie met een iets hoger eind-SG kan dit een overtuigende illusie van ‘gewicht’ creëren, zonder dat het bier daadwerkelijk meer alcohol bevat. Ten slotte spelen hoparoma en bitterheid een subtiele, maar niet te onderschatten rol. Een uitgesproken bitterheid zonder voldoende moutbasis werkt snel samentrekkend en dun. In laag-alcoholische IPA's is het daarom raadzaam om de nadruk te leggen op late hopgiften en dryhopping voor aroma, terwijl de bitterheid gecontroleerd wordt gehouden. Het geurprofiel – tropisch fruit, citrus, hars, kruiden – kan de indruk van intensiteit en volheid versterken, mits de basis van body en mondgevoel al op orde is. Het verhogen van het mondgevoel in laag-alcoholische bieren is daarmee geen kwestie van één trucje, maar van een zorgvuldig samenspel. Door doelgericht te werken met body-opbouwende mouten, een op dextrinevorming gericht maischschema, een passende giststam, gematigde carbonatie en een uitgebalanceerde hopgift, kan een brouwer een laag-alcoholisch bier creëren dat vol en bevredigend aanvoelt. Het uiteindelijke doel is dat de drinker het lage alcoholgehalte niet per se proeft, maar hooguit constateert op het etiket: het bier zelf staat dan overeind als een volwassen, compleet product, met een mondgevoel dat niet onderdoet voor zijn sterkere tegenhangers. 1. Basismouten (Pils, Pale, Vienna, Munich)
2. Caramel-/Crystal-moutenDeze zijn de grootste ‘body-builders’.
3. Havermout / Haver(mouten)
4. Tarwemout
5. Roggemout
6. Speciaalmouten (melanoidin, biscuit, etc.)
Overige factoren die mondgevoel beïnvloedenNiet mout, maar wel belangrijk:
Praktische richtlijnen (voorbeeld)Wil je bijvoorbeeld een blond bier met meer mondgevoel:
Maischen op ≈67 °C. |
|
| Terug naar overzicht | |
Uitslag clubkampioenschappen 2025 |
tww januari 2026 |
Door: Wilfred van der Heijden
|
|
|
Allereerst ook vanuit de clubkampioenschappencommissie voor iedereen de beste wensen voor 2026 en dat we wederom maar weer mooie bieren mogen brouwen. Afgelopen jaar zijn er door de brouwers heel wat mooie bieren gebrouwen en ingeleverd voor de clubkampioenschappen. Door de samenwerking met de brouwdag- en kwaliteitscommissie lijkt het niveau van de gebrouwen bieren toch omhoog te gaan. In 2025 waren er 63 bieren ingeschreven voor de clubkampioenschappen, vier meer dan het jaar ervoor. Twee bieren werden uitgesloten van de wedstrijd (verkeerde dop of fles) De keuring vond eind november plaats. Er waren zeven keuringstafels onder leiding van een keurmeester(es) met zeven of acht medeleden. De keurmeester neemt de leden mee in het keuringsproces, zoals kleur, geur, smaak, schuimkraag en andere voor het type bier relevante factoren, In overleg worden de punten gegeven, waarbij de keurmeester de objectiviteit in de gaten houd. Omdat de prijsuitreiking al na drie weken was, moesten de bieren voor de tweede ronde door de keurmeesters thuis gekeurd worden. Na het bekend worden van de uitslag konden de bekers worden besteld en de certificaten gemaakt De prijsuitreiking heeft, zoals gewoonlijk, op de clubavond van december plaatsgevonden. We bedanken de Keurmeesters voor hun hulp en hopen dat zij volgend jaar ook alvast in de agenda willen zetten (27 november). Hieronder een overzicht van de prijswinnaars clubkampioenschappen 2025 met een certificaat voor alle 1e, 2e en 3e prijzen en een beker voor de nummers 1 in de verschillende klassen. En de winnaars zijn: Wedstrijdbier Milk stout
Wedstrijdbier Double / Imperial IPA
Klasse A-C-V
Klasse B–D-V
Clubkampioen 2025Voor het clubkampioenschap moet er zijn ingeleverd: 1 wedstrijd bier en 1 bier in de categorie: A-B-C-D of V De punten van het beste bier uit deze twee groepen worden bij elkaar opgeteld. TOP 3:
Alle prijswinnaars van harte gefeliciteerd! UitslagDe uitslag, per bier, met commentaar en punten is te downloaden op de website. Een lid kan na inloggen in het ‘Voor leden’ menu naar ‘Mijn uitslagen’ gaan. Daar staan alle keuringsformulieren van de bieren waarmee hij heeft meegedaan. Bovenin kun je het wedstrijdjaar kiezen. Door op het downloadknopje (links in de regel) te klikken, krijg je het keuringsrapport als PDF.
Jaar 2026 |
|
| Terug naar overzicht | |
ONK 2026 |
tww januari 2026 |
Door: Theo van Eijden
|
|
Jouw bier, jouw eerGa de uitdaging aan op het ONK 2026!Brouwers, het is tijd om de ketels op te stoken voor de ultieme persoonlijke test. In juni 2026 vindt in Hengelo het Open Nederlands Kampioenschap (ONK) Bierbrouwen plaats. Dit is dé wedstrijd waar jij als individuele brouwer kunt laten zien wat je in huis hebt. Geen teamprestatie, maar puur jouw recept, jouw proces en jouw passie in een flesje. Waarom jij dit jaar moet meedoen
Hoe pak je het aan?Het ONK is een individuele strijd, maar dat betekent niet dat je het alleen hoeft te doen in de voorbereiding. Gebruik de clubavonden om je proefbrouwsels te laten proeven door je mede-leden. Vraag om die kritische blik voordat je jouw definitieve drie flesjes afvult voor de jury. Durf jij het aan?Of je nu een ervaren rot bent of een aanstormend talent: dit is de kans om jezelf op de kaart te zetten. Kies je beste recept, perfectioneer je proces en laat Nederland zien dat het beste bier van 2026 uit jouw brouwerij komt. Voor wie onbekend is met het ONK Bierbrouwen 2026Hieronder nog even de belangrijkste info. Voor 2026 is er al behoorlijk wat bekend over het Open Nederlands Kampioenschap (ONK) Bierbrouwen. Algemeen
Datum & locatie
Inschrijven
Bieren aanleverenJe levert per ingezonden bier 3 flesjes in Type flesjes
Periode inleveren1 t/m 7 april 2026 Inleveren kan
Te laat binnen = diskwalificatie. Klassen en biertypenEr wordt gekeurd volgens de indeling en biertypenlijst van het Bierkeurmeestersgilde (BKG): Hoofdklassen A–D op basis van:
Daarnaast:
De volledige biertypenlijst (met kenmerken per stijl) staat hier: BKG Biertypenlijst (PDF). Voorbeelden
Keuring & jureringKeuring door leden van het Bierkeurmeestersgilde (BKG). Bieren worden beoordeeld op:
Er zijn:
Na afloop komen keuringsformulieren en uitslagen op onkbrouwen.nl. Toekomstige ONKsHandig om te weten als je vaker wilt meedoen:
|
|
| Terug naar overzicht | |
Door: Martijn Aartsma



Door: John Gouwerok



Door: Nico de Boer
Door: Laurens Hesseling

Door: Theo van Eijden








Door: Wilfred van der Heijden







