| Terug naar overzicht | |
De Brouwraad, september 2025 |
tww september 2025 |
Door: Laurens Hesseling
|
|
|
In deze maandelijkse rubriek buigt een panel van ervaren brouwers zich over jouw prangende brouwvragen. Ieder panellid geeft onafhankelijk zijn of haar visie, zodat je als lezer kunt profiteren van meerdere invalshoeken en inzichten. Stuur jouw vraag in via redactie@twortwat.nl en ontdek hoe onze panelleden het aanpakken! Het panel deze maand: Gery Uytenhaak brouwt ondertussen (samen met partner Ben) 14 jaar bier. Eenmaal bevangen door het brouwvirus heeft Gery Stibon gedaan en daarna de opleiding voor bierkeurmeester. Naast sommelier is Gery sinds 2017 bierkeurmeester. Theo van Eijden brouwt sinds 1996 en is al vele jaren zeer actief binnen de vereniging. Ook Theo is bierkeurmeester. Roanne is professioneel brouwer bij Klein Duimpje in Hillegom en opgeleid als brouwer bij Stibon en Lentis in Rotterdam. Sinds 2018 is Roanne actief in de brouwerij en sinds de COVIDperiode full -ime actief als brouwer. Daarnaast brouwt Roanne ook thuis. De vraag van deze maand: Verandert de smaak van het bier als je het na de vergisting op fust of keg zet in plaats van het op fles te bottelen?
Gery:Er zal geen aanzienlijk groot smaakverschil ontstaan, bij fles of fust (of kleine fles of grote fles), maar het geeft een subtiel verschil. Theo:Wanneer we dieper kijken naar het verschil tussen bottelen en keggen, draait het niet alleen om praktisch gemak, maar vooral om wat er op moleculair en microbiologisch niveau gebeurt. Daarmee wordt ook beter te begrijpen waarom dezelfde wort na vergisting in de fles anders kan smaken dan in een keg. Bij het bottelen met hergisting voeg je suiker toe die door de overgebleven gistcellen wordt omgezet in alcohol en CO₂. Tijdens dit proces ontstaan ook secundaire metabolieten: esters, hogere alcoholen, fenolen en kleine hoeveelheden zwavelverbindingen. Deze stoffen kunnen subtiel bijdragen aan de complexiteit van het bier. Vooral bij stijlen die traditioneel met hergisting op fles worden afgewerkt, zoals tripel of saison, is dit extra gistwerk onderdeel van het smaakprofiel. Bovendien blijft de gist actief in de fles aanwezig en fungeert zij als een soort biologische bescherming: zuurstof die tijdens het bottelen meekwam, wordt opgebruikt, waardoor oxidatie vertraagt. Het bier ontwikkelt zich hierdoor anders dan in een zuurstofvrij afgesloten vat. In feite is er sprake van een levende microflora in de fles die het bier nog maandenlang vormt en verfijnt. In een keg wordt het bier doorgaans geforceerd gecarboniseerd. Hierbij breng je CO₂ onder druk in oplossing zonder dat de gist nog iets doet. Het grote voordeel is dat je de smaak van de hoofdvergisting behoudt zonder verdere biochemische bijproducten. Hierdoor proef je het bier in een soort “bevroren toestand”: zoals het na de lagering of cold crash smaakte, zo blijft het ook in de keg. Voor hoppige bieren is dat ideaal, omdat hoparoma’s bij flesrijping vaak sneller vervagen of veranderen. De keerzijde is dat er geen gist meer aanwezig is om zuurstof weg te werken. Dit maakt het vullen van een keg risicovoller: als er lucht in het vat blijft, kunnen oxidatieproducten zoals trans-2-nonenal (papiersmaak) of melanoïdineafbraak (sherrytonen) zich sneller ontwikkelen. Het verschil in mondgevoel komt voort uit de manier waarop koolzuur in oplossing gaat. Bij hergisting wordt CO₂ langzaam en continu ingebouwd, waardoor er een fijnmazig koolzuurprofiel ontstaat. Bij geforceerde carbonisatie bepaalt de druk en de contacttijd de oplosbaarheid. Een snelle “burst” carbonatie kan grovere bubbels geven, terwijl een langdurige, evenwichtige verzadiging nauwelijks van fleskoolzuur te onderscheiden is. Schuimstabiliteit hangt bovendien samen met eiwitten en polyfenolen die met koolzuur en gistdeeltjes interageren. Daarom zie je bij flesbieren vaak een voller, stabieler schuim. Samenvattend kun je zeggen dat de keuze tussen fles en keg neerkomt op een fundamenteel verschil in biochemische dynamiek. Bottelen met hergisting levert een levend bier dat zich blijft ontwikkelen en waarin de gist actief bijdraagt aan smaak, stabiliteit en complexiteit. Keggen met geforceerde CO₂ geeft juist een statisch bier dat zijn frisheid en helderheid behoudt, maar gevoeliger is voor oxidatie en minder complex kan overkomen. Geen van beide methoden is objectief beter; ze benadrukken verschillende eigenschappen van hetzelfde bier. Voor de brouwer betekent dit dat de keuze vooral afhangt van het doel: wil je evolutie en diepte, of juist behoud van aroma en frisheid.
Roanne:De smaak verandert wel degelijk als je op fles hergist. De gist geeft dan smaak af aan het bier. Kijk maar naar La Trappe, de flessen zijn met hergisting en het vat niet. Hier proef je duidelijk het verschil. Doordat je fust met koolzuur verzadigd, geeft dit geen smaak af op je bier. Toch kan, als je carboniseert op zowel fles als fust, er toch ook smaakverschil optreden. Dit heeft te maken met dat bijvoorbeeld een doliumfust in de loop van de tijd toch een minimale hoeveelheid zuurstof gaat doorlaten. Een fles doet dat niet.
|
|
| Terug naar overzicht | |
Door: Laurens Hesseling
