11 artikelen uit het clubblad van September 2026

Terug naar overzicht

van het bestuur september 2026

tww september 2026
Door: Mark Ekelschot

 

Logo 't Wort Wat

Van het bestuur September 2026

Beste leden.

De vakantieperiode is helaas voorbij. De scholen zijn weer begonnen, en velen van ons zijn weer aan het werk. Ook het bestuur en de commissies zijn weer volop bezig om een mooi programma voor jullie te maken. Met nog 4 clubavonden, de excursie en de traditionele polderbok lancering (met competitie) zijn er weer genoeg momenten elkaar te ontmoeten en het glas te heffen.

Eerst een terugblik:
De afgelopen clubavond vond plaats op 29 augustus in Lisserbroek. Traditioneel organiseren we deze clubavond het ZAF. Met de tap, ter beschikking gesteld door Klein Duimpje, hadden we weer 6 tapkranen tegelijk tot onze beschikking. Jan Wurpel bracht een Witbier mee, en Laurens Hesseling een Dry stout en een Oktoberfest bier. Daarnaast hadden we de laatste 2 clubbieren beschikbaar. Zonnedauw, naar recept van Chris Talbot en Polderbok naar recept van Youri Sanstra. (En een kelder-vondst die we wellicht beter daar hadden kunnen laten…) Vervolgens was er nog Levens Elixer gebrouwen door BE-ER voor ooit cafe De Gooth en Blauwe tram van KD.
Ook aan eten was weer gedacht. Wederom een uitgebreid buffet, met genoeg keuze en hoeveelheid. Nadat Fred het aanstaande excursie programma aankondigde nam onze quizmaster René het woord. Hij trakteerde ons op een leuke quiz met daarin ook de aanstaande excursie verwerkt. Prijzen werden verdiend en en er werd nog gezellig doorgebierd en gepraat met op de achtergrond de `t Wort Wat spotify playlist.
Graag een dankwoord aan de vrijwilligers die ons geholpen hebben met boodschappen en het op en afbreken van de feestruimte. Ook dank aan  de familie Duivenvoorden voor het beschikbaar stellen van de ruimte.

De aanstaande clubavond is op 25 september. Dan krijgen we bezoek van Martijn de Zeeuw, eigenaar en brouwer van Brouwerij de 12 Stuyvers uit Hazerswoude-Dorp.
Tijdens zijn presentatie vertelt Martijn over de ontwikkeling van zijn brouwerij en de keuzes achter zijn bieren. Hij deelt zijn passie voor barrel-aged bieren, waarbij stouts en saisons rijpen op diverse vaten voor extra complexiteit. Daarnaast gebruikt de brouwerij Brettanomyces-gist om zijn Brett Saisons een kenmerkend ‘funky’ karakter te geven. Het belooft een inspirerende avond te worden voor iedereen die geïnteresseerd is in moderne speciaalbieren en vergistingstechnieken.

Vervolgens gaan we vrijdag 2 oktober op excursie naar het zuiden. Een mooie tocht langs drie brouwerijen: Brouwerij Duits & Lauret in Everdingen, Brouwerij Sint Servattumus in Schijndel en Brouwerij Hertog Jan in Arcen.
Bij alle brouwerijen krijgen we een rondleiding en kunnen we uiteraard verschillende bieren proeven. In de avond sluiten we de dag af bij Hertog Jan in Arcen met een heerlijk dinerbuffet.
De kosten voor deze complete dag, inclusief vervoer, rondleidingen, proeverijen en dinerbuffet, bedragen € 119,50- per persoon.
Schrijf je snel in! Er zijn slechts 50 plaatsen beschikbaar. Vol = vol!

En we krijgen er maar geen genoeg van! De volgende dag, zaterdag 3 oktober lanceren we de polderbok 2026, bij Brouwmaatje.
De Polderbok 2026 is gebrouwen volgens het winnende recept van Youri Sanstra door Brew-Ed en clubleden. Leden kunnen de Polderbok via de website bestellen. Tot de lanceerdatum geldt er een gereduceerde prijs voor leden. Om de beschikbaarheid te waarborgen is het aantal dozen tot de lancering beperkt tot één per soort per persoon. Tijdens dit event kunnen leden hun bestellingen direct ophalen en krijgen ze muntjes om het bier te proeven. Ook is er dit jaar weer een gezellige competitie waarbij brouwers hun eigen versie van de Polderbok kunnen meenemen. Een panel zal deze bieren keuren om te zien of Youri's titel kan worden overgenomen. De winnaar van deze wedstrijd mag namelijk het recept leveren voor de Polderbok 2027.
Heb je vragen? Stuur gerust een e-mail. Doe je mee? Laat het de commissie alvast weten via: polderbok@twortwat.nl

 

Helaas heeft de brouwdagcommissie moeten besluiten de gezamenlijke brouwdag niet door te laten gaan. Ondanks de ruim 30 bestellingen, waren er slechts een handvol leden die op 12 september op locatie in Lisserbroek wilde brouwen. De bestellers zijn via de mail op de hoogte gesteld waar zij het pakket konden ophalen.

Ook bij t Wort Wat Bier Advent Kalender is het aantal aanmeldingen tot nu toe erg laag en nog niet op het verwachtte niveau. Zeker gezien de lovende positieve geluiden van vorig jaar, verbaast dit de commissie wel een beetje. Zij staan daarom zeker open voor feedback waartoe jullie besloten hebben om niet mee te doen dit jaar. Mocht je dat willen delen neem dan vooral contact op met Kelvin, Chris of Edwin. Als je mee wil doen, laat het weten door te mailen naar advent@twortwat.nl.

Zoals velen van jullie weten, staat de locatie van onze brouwdagen en feest gepland te worden gesloopt. Wanneer is al jaren onduidelijk. Maar eens gaat het gebeuren. Om in de toekomst niet verrast te worden, meent het bestuur op zoek te moeten naar een alternatieve plek. Om jullie mening te kunnen meewegen hadden we bedacht de clubavond van juni bij de scouting in het haarlemmermeerse bos te organiseren. Helaas is deze avond door de extreme warmte niet doorgegaan. Daarom organiseren we de clubavond van 30 oktober alsnog op deze plek. De locatie is goed bereikbaar met fiets en auto, maar ook niet te ver lopen van de halte Overbos van buslijnen 300 en 340. We zijn benieuwd wat jullie ervan zullen vinden. Wat in ieder geval ontbreekt is de speciale “maatvast bier koelkast”. Om die reden is het thema dan ook “Proeftafel XXL”. Simpel gezegd, jullie moeten zelf bier meenemen. Zonder beperking, alles mag. Zelf gebrouwen, maar ook iets meegenomen tijdens je vakantie, een “keldervondst”, een uniek bier wat anderen echt moeten proeven etc. Wij zorgen voor de bruine fruitschaal. En Guus van der Veek presenteert zijn Baltic Porter versie van Pohjala als maandbier inclusief proef van het origineel. Dit bier van Guus is door deelnemers verkozen tot het beste bier van de adventkalender 2025.

Tenslotte. Tot het einde van dit jaar is de clubkalender goed gevuld. En ook voor volgend jaar hebben we al het een en ander bedacht. Mocht je zelf een leuk idee hebben of een presentatie (groot of klein) willen geven, laat het ons weten: bestuur@twortwat.nl

Op het moment van schrijven genieten we van een korte na-zomer, met heerlijke terras temperaturen. Wellicht dat het de komende weken meezit met het terrasweer. Maar niet getreurd als het weer weer eens tegenzit, boktober is in aantocht. Krijg er dorst van. Proost!

Met warme brouwersgroeten,

Mark

 

Terug naar overzicht

Grape Ale

tww september 2026
Door: Theo van Eijden

Grape Ale, Een nieuwe bierstijl uit Italië

Italië staat wereldwijd bekend om zijn wijncultuur, maar heeft de afgelopen decennia ook een eigen bierstijl ontwikkeld: de Italian Grape Ale (IGA). Deze bijzondere bierstijl ontstond in Italië uit de samengang van twee kenmerkende producten van het land: bier en druiven. Italiaanse brouwers gebruiken daarbij druiven, druivenmost of afgeleide druivenproducten tijdens het brouw- of vergistingsproces.
Een Italian Grape Ale is geen mengsel van bier en wijn. Het is een gebrouwen en vergist bier waarin de druif een wezenlijk onderdeel vormt van het smaak- en aromaprofiel. De gebruikte druivensoort bepaalt in belangrijke mate het karakter: witte druiven kunnen tonen van perzik, peer, abrikoos of ananas geven, terwijl rode druiven eerder aroma’s van kers, aardbei en ander rood fruit bijdragen. De mout, hop en gist blijven doorgaans op de achtergrond, zodat de druif centraal staat.
De stijl biedt brouwers veel ruimte voor interpretatie. Er kan worden gewerkt met witte of rode druiven, verse most, sap, schillen of ingekookte most. De toevoeging kan plaatsvinden tijdens het koken, de hoofdvergisting, de nagisting of de rijping. Daardoor varieert een Italian Grape Ale van fris en lichtvoetig tot complex, krachtig en wijnachtig. Ook houtrijping, wijngist, gemengde vergisting en een lichte zuurgraad behoren tot de mogelijkheden, zolang de druif herkenbaar blijft en de overige kenmerken het fruit niet overheersen.
De Beer Judge Certification Program (BJCP) erkent Italian Grape Ale als X3: Italian Grape Ale, een lokale stijl binnen Appendix B van de richtlijnen. Buiten Italië wordt de stijl vaak aangeduid als Grape Ale. In de BJCP-richtlijnen van 2021 is daarnaast 29D: Grape Ale opgenomen als internationale stijl, geïnspireerd op het Italiaanse voorbeeld. 

BJCP Stijlrichtlijn: X3 Italian Grape Ale (Appendix B: Local Styles)
Algemene indruk: Een soms verfrissende, soms meer complexe Italiaanse ale die wordt gekenmerkt door verschillende druivenvariëteiten.

 

Aroma: Aromatische kenmerken van een specifieke druif moeten waarneembaar zijn, maar mogen de overige aroma's niet overheersen. Het druivenkarakter moet aangenaam zijn en mag geen gebreken vertonen zoals oxidatie. Het moutkarakter is doorgaans terughoudend en mag geen gebrand, stout-achtig profiel vertonen. Hoparoma  kan variëren van medium-laag tot afwezig. Sommige voorbeelden kunnen een iets wild karakter vertonen, omschreven als boerenerf, aards of bokkig, maar dit mag niet zo intens zijn als in een lambiek of fruitlambiek. Geen diacetyl.

Uiterlijk: De kleur kan variëren van licht goud tot koper, hoewel sommige voorbeelden bruin kunnen zijn. Een roodachtige of robijnrode kleur is meestal te danken aan het gebruik van rode druivenrassen. Witte tot roodachtige schuimkraag met doorgaans een medium-lage retentie. De helderheid is over het algemeen goed, maar enige troebelheid kan aanwezig zijn.

grape ale
grape ale
Smaak: Evenals bij het aroma moet het druivenkarakter (most- of wijnachtig) aanwezig zijn, variërend van een medium-lage tot medium-hoge intensiteit. Druivenvariëteiten kunnen op verschillende wijze bijdragen aan het smaakprofiel: in het algemeen kunnen steenvruchten en tropisch fruit (perzik, peer, abrikoos, ananas) afkomstig zijn van witte druiven, en roodfruitaroma's (zoals kers en aardbei) van rode druivenrassen. Verder is een fruitig karakter van fermentatieve oorsprong eveneens gebruikelijk. Verschillende soorten speciaalmout kunnen worden gebruikt, mits deze ondersteunend en evenwichtig zijn en niet zo prominent dat ze het basisbier overvleugelen. Een sterk gebrand en/of chocoladekarakter is ongepast. Lichte zure tonen als gevolg van het druivengebruik zijn gangbaar en kunnen de doordrinkbaarheid ten goede komen, maar mogen niet prominent zijn zoals in een sour ale of lambiek. Eikentoetsen, samen met lichte boerenerf-, aardse of bokkige tonen, kunnen aanwezig zijn, maar mogen niet domineren. Bitterheid en hopsmaken zijn laag. Diacetyl is afwezig.

Mondgevoel: Een medium-hoge koolzuurverzadiging versterkt de aromawaarneming. De body varieert over het algemeen van laag tot medium, waarbij enige aciditeit kan bijdragen aan een verhoogde perceptie van droogheid. Zwaardere varianten kunnen enige alcoholwarmte vertonen, evenwel zonder scherp of oplosmiddelachtig aan te voelen.

Kenmerkende ingrediënten: Pilsmout in de meeste gevallen of een bleke basismout met eventueel wat speciaalmouten. Het druivenaandeel kan oplopen tot 40% van de totale storting. Druiven of druivenmost, soms langdurig gekookt voor gebruik, kunnen in verschillende stadia worden toegevoegd: tijdens het koken of, meer gebruikelijk, tijdens de hoofd- of nagisting. Gist kan een neutraal profiel tonen of een fruitig en kruidig karakter hebben (Engelse en Belgische stammen). Wijngist kan eveneens worden ingezet, al dan niet in combinatie met andere gisten. Hopvariëteiten uit de Oude Wereld, voornamelijk Duits of Engels, worden in bescheiden hoeveelheden gebruikt om het bier niet overmatig te typeren.

Karakteristieken:

  • Bitterheid: 6 – 30 IBU
  • Kleur: 8 – 50 EBU
  • Begin SG: 1.045 – 1.100
  • Eind SG: 1.005 – 1.015
  • Alcoholpercentage: 4,5 – 12,0% vol.

Recept: Birra all'Uva (Klassieke Blonde Italian Grape Ale)
Dit recept is ontworpen voor een brouwvolume van 20 liter en combineert een neutrale, elegante moutbasis met het aromatische karakter van witte wijndruiven.

Specificaties:

  • Brouwvolume: 20 liter
  • Begin SG (wort vóór toevoeging most): 1.054 (13,3 °P)
  • Geschat eind SG: 1.008 (2,0 °P)
  • Bitterheid: 15 IBU
  • Alcoholpercentage: circa 7,0% vol. (inclusief vergistbare suikers uit de most)

Grondstoffen:

Stort

  • 4,0 kg Pilsmout (circa 80% van de graanstort)
  • 0,7 kg Tarwemout (circa 14%)
  • 0,3 kg CaraPils / Dextrinemout (circa 6%)

Wijntoevoeging

  • 4,0 liter verse, ongepasteuriseerde most van witte druiven (bijvoorbeeld Garganega, Sauvignon Blanc, Pinot Grigio of Chardonnay), toegevoegd tijdens de hoofdgisting.

Hop

  • 25 g Hallertau Mittelfrüh (4,0% alfazuur) – 60 minuten meekoken (ca. 12 IBU)
  • 15 g Saaz (3,5% alfazuur) – 10 minuten meekoken (ca. 3 IBU)

Gist

  • Een neutrale ale-gist met een hoge vergistingsgraad (bijvoorbeeld Fermentis SafAle US-05, LalBrew Nottingham of een droge champagne-/wijngist zoals Lalvin EC-1118 voor een drogere afdronk).

Brouwproces

  1. Beslaan en Maischen: Maisch de geschrote mouten in met 15 liter water op 65 °C voor een droge, vlot doordrinkbare basis. Houd deze rust 60 minuten aan om een hoog aandeel vergistbare suikers te verkrijgen. Verhoog de temperatuur vervolgens naar 78 °C voor het uitmaischen (5 minuten).
  2. Spoelen en Koken: Spoel het bostel met water van 78 °C tot het gewenste kookvolume is bereikt. Kook het wort gedurende 60 minuten. Voeg de bitterhop toe bij aanvang van de kook en de aromahop tijdens de laatste 10 minuten.
  3. Koelen en Eerste Vergisting: Koel het wort direct na het koken terug naar 18 °C. Belucht het wort zorgvuldig, ent de geselecteerde gist en laat de hoofdvergisting starten bij 18–19 °C.
  4. Mosttoevoeging: Voeg op de derde dag van de actieve hoofdgisting (wanneer de hevigste turbulentie voorbij is) de gepasteuriseerde of vers geperste druivenmost geleidelijk toe aan het gistvat. Laat de temperatuur rustig oplopen naar 20–21 °C zodat de gist zowel de wort- als de druivensuikers volledig kan verwerken.
  5. Lagering en Bottelen: Geef het bier na afloop van de gisting minimaal twee tot drie weken rust bij lagere temperaturen (tussen 4 en 10 °C) om het bier te klaren en de tannines te laten versmelten. Bottel vervolgens met circa 6 gram suiker per liter voor een gemiddelde, champagne-achtige pareling die het fruitige aroma fraai accentueert.

Bronnen
Beer Judge Certification Program. (2021). X3. Italian Grape Ale. BJCP Style Guidelines,  BJCP – X3 Italian Grape Ale.
Sauers, C. (2026, 10 augustus). Style School: Where Grape Meets Grain, the Italian Way. Craft Beer & Brewing. Craft Beer & Brewing.
Strong, G. (z.d.). Grape Ale: Pyment’s beery cousin. Brew Your Own.
Maestrelli, M. (2021, 17 februari). Grape News — How a New Generation of Italian Brewers Created Italian Grape Ale. Good Beer Hunting.

 

Terug naar overzicht

Brouwraad september 2026

tww september 2026
Door: Laurens Hesseling

de brouwraad
de brouwraad
In deze maandelijkse rubriek buigt een panel van ervaren brouwers zich over jouw prangende brouwvragen. Ieder panellid geeft onafhankelijk zijn of haar visie, zodat je als lezer kunt profiteren van meerdere invalshoeken en inzichten. Stuur jouw vraag in via redactie@twortwat.nl en ontdek hoe onze panelleden het aanpakken!

 

Het panel:

Gery Uytenhaak brouwt ondertussen (samen met partner Ben) 14 jaar bier. Eenmaal bevangen door het brouwvirus heeft Gery StiBON gedaan en daarna de opleiding voor bierkeurmeester. Naast sommelier is Gery sinds 2017 bierkeurmeester.

Roanne is professioneel brouwer bij Klein Duimpje in Hillegom en opgeleid als brouwer bij Stibon en Lentis in Rotterdam. Sinds 2018 is Roanne actief in de brouwerij en sinds de COVID-periode full-time actief als brouwer. Daarnaast brouwt Roanne ook thuis.

De vraag van deze maand:

Kan ik mijn bier na het vergisten bij het bereiken van het eind SG meteen in een keg doen of moet ik het een tijdje op kamertemperatuur laten staan? Zo ja, hoe lang conditioneren voor de cold crash?

Gery:

Hoewel de gist klaar lijkt te zijn, is het goed om het bier nog een aantal dagen op kamertemperatuur te laten staan. Gist stopt niet ineens, maar 'eet' dan nog reststoffen op. Denk bv aan diacetyl. Meestal wordt een paar dagen aangeraden, denk aan 2 tot 4 dagen. Bij wat zwaardere, donkere bieren kan een week tot twee weken geen kwaad. Na de cold crash hevel je het bier over naar een keg. Tijdens de cold crash zakken eiwitten en gistcellen naar beneden, deze wil je niet ook in je keg hebben, ervan uitgaand dat deze op druk wordt gebracht.

 

Roanne:

Het is verstandig om het bier niet direct op het fust te gooien bij het bereiken van je eind-SG. Laat het gistvat nog een paar dagen op kamertemperatuur staan om zeker te weten dat je bier uitvergist is maar ook om de gist goed uit te laten werken

​Diacetyl Rust

Zelfs als de suikers zijn vergist en het SG stabiel is, heeft de gist nog werk te doen. In deze fase ruimt de gist bijproducten op zoals:

  • ​Diacetyl:Geeft een ongewenste boter- of popcornsmaak.
  • ​Acetaldehyde:Geeft een smaak van groen/zure appels.

Hoe zou ik het afvullen?

  1. ​Rijping/Conditioneren (2 tot 4 dagen):Laat het bier nadat het eind-SG is bereikt nog 2 tot 4 dagen op kamertemperatuur (18°C–22°C) Bij bovengistende bieren is dit ruim voldoende om alle bijproducten op te ruimen en het bier te laten "opruimen".
  2. ​Cold Crash (24 tot 48 uur):Koel het gistvat vervolgens af naar 1°C tot 4°C gedurende 24 tot 48 uur. Hierdoor zakken gist, eiwitten en eventuele hopdeeltjes (bij dry-hopping) naar de bodem, wat zorgt voor een helder bier in je keg.
  3. ​Overhevelen naar de keg:Hevel het bier helder over naar een gereinigde en desinfecteerde keg en breng deze op druk met co2 of laat deze hergisten op vat door er een klein beetje suikerwater aan toe te voegen, krijg je wel residu onderin je vat en goed in de gaten houden.

 

 

 

 

Terug naar overzicht

Wat zit er in mijn bier? Pediococcus!

tww september 2026
Door: Theo van Eijden

pediococcus
pediococcus
Onlangs brouwde ik mijn jaarlijkse Grodziskie, ditmaal met een bijzonder ingrediënt: authentieke mouten die rechtstreeks vanuit Polen waren opgestuurd als blijk van waardering voor mijn deelname aan de internationale Grodziskie-brouwwedstrijd. Dit lichte, verfijnde bier staat bekend om zijn subtiele rooksmaak, verkregen door op eikenhout gerookte tarwemout. Groot was echter de ontsteltenis toen het resultaat bij het inschenken een uiterst ongebruikelijk gedrag vertoonde. Niet alleen de schuimkraag oogde vreemd, maar ook de eerste slok onthulde een mondgevoel dat in niets leek op de beoogde frisse textuur. In de flessen waren slierten zichtbaar, zie foto. 

Deze ervaring dwong mij tot een grondige analyse van het brouwproces en de microbiologische achtergrond van dit defect. Het onderzoek dat daarop volgde, vormt de basis voor onderstaand artikel. De conclusies waren helaas onverbiddelijk: de volledige batch verdween in de gootsteen, alle hevelslangen en vulpijpjes werden preventief vervangen en de lege flessen ondergingen een rigoureus hittebad. 

 

Slierten

Het verschijnen van onverklaarbare slierten op de bodem van een bierfles na hergisting is voor veel brouwers een bron van zorg. Hoewel een zeker depot bij ongefilterde bieren volstrekt normaal is, wijst een combinatie van visuele strengen en een stroperig mondgevoel op een specifiek microbiologisch proces. In de brouwerswereld staat dit bekend als ‘ropy beer’ of ‘sick beer’, een verschijnsel waarbij de viscositeit van het bier drastisch toeneemt door de aanwezigheid van exopolysacchariden.

De hoofdoorzaak van deze textuurverandering ligt meestal bij melkzuurbacteriën uit het geslacht Pediococcus, met name de soorten Pediococcus damnosus en Pediococcus claussenii. Deze bacteriën onderscheiden zich van veel andere micro-organismen door hun opmerkelijke tolerantie voor hopbitterstoffen en hun vermogen om te overleven in de anaerobe, alcoholrijke omgeving van een bierfles. Wanneer deze bacteriën een nieuwe suikerbron vinden, zoals de bottelsuiker die wordt toegevoegd voor de hergisting, kunnen zij lange suikerketens uitscheiden die bekendstaan als exopolysacchariden.

Deze suikerketens fungeren als een soort natuurlijk verdikkingsmiddel dat de vloeistof viskeuzer maakt. In milde gevallen resulteert dit in een olieachtig mondgevoel, maar bij een sterke concentratie ontstaan er zichtbare draden of slijmerige structuren die bij beweging van de fles als kwalachtige slierten door het bier dansen. Wetenschappelijk onderzoek naar het genoom van Pediococcus claussenii heeft aangetoond dat deze bacterie over specifieke genen beschikt voor de productie van dit slijm, wat bovendien bijdraagt aan de vorming van biofilms.

Het is belangrijk voor de brouwer om onderscheid te maken tussen onschuldig eiwit- of gistbezinksel en een werkelijke besmetting. Bij bieren met een hoog aandeel tarwe, zoals een Grodziskie, is het depot van nature vaak wat vlokkeriger en minder compact. Een betrouwbare methode om ‘ropiness’ vast te stellen is de zogenaamde lepeltest, waarbij een kleine hoeveelheid bier in een glas wordt geroerd met een schone lepel. Indien het bier bij het omhooghalen van de lepel draden trekt of een slijmerige film vormt, is de aanwezigheid van exopolysacchariden nagenoeg zeker.

Naast de textuurverandering kan een besmetting gepaard gaan met de productie van diacetyl, wat een herkenbare smaak van boter of popcorn geeft. Ook een milde verzuring of een onverklaarbare toename van de koolzuurdruk kan duiden op de activiteit van melkzuurbacteriën. Opvallend is echter dat de smaak van het bier in de beginfase van ropiness vaak nog verrassend acceptabel kan zijn, waardoor het probleem zich primair als een esthetisch en textueel defect manifesteert.

De introductie van Pediococcus vindt vrijwel altijd plaats aan de koude zijde van het brouwproces, dus na het kookstadium. De bacterie is een meester in het overleven in verborgen nissen zoals de binnenkant van kraantjes, rubberen pakkingen, platenkoelers en microscopisch kleine krasjes in kunststof slangen. Door de vorming van biofilms creëren de bacteriën een beschermende laag die hen afschermt van standaard desinfectiemiddelen. Hierdoor kan een besmetting hardnekkig terugkeren, zelfs wanneer de brouwer denkt dat de apparatuur grondig is gereinigd. In mijn geval heb ik een reconstructie gedaan van mijn eigen brouwproces en kwam een cruciaal detail aan het licht dat als waarschuwing kan dienen voor elke brouwer. De pan die ik gebruikte om het bier in te hevelen vlak voordat ik ging bottelen, had daarvoor gediend als opvangbak voor de geschroote mout. Hoewel de pan visueel schoon leek, was deze verzadigd met microscopisch moutstof.

Onbewerkte mout is verre van steriel: de kafjes zitten vol met natuurlijke microflora, waaronder melkzuurbacteriën. Door de pan te hergebruiken zonder een tussenliggende reinigingstap, ontstond er een directe brug tussen de bacteriën op de mout en het kwetsbare, uitgegiste bier. Dit moment, vlak voor het bottelen, bood de Pediococcus-bacteriën de ideale omstandigheden: een verse suikerbron in de vorm van bottelsuiker en een zuurstofarm milieu in de afgesloten fles. Het resultaat was een razendsnelle productie van exopolysacchariden die de volledige batch ondrinkbaar maakten.

Het onschadelijk maken van de bacterie vereist een tweeledige aanpak van hitte en mechanische reiniging. Pediococcus is niet bijzonder hittebestendig; een temperatuur van 60°C gedurende twintig minuten is doorgaans voldoende voor inactivatie, terwijl een behandeling op 80°C gedurende tien minuten een absolute veiligheidsmarge biedt voor glaswerk en hittebestendige onderdelen. Het is echter essentieel om te beseffen dat hitte alleen de bacterie doodt, maar de reeds gevormde slijmerige suikerketens niet onmiddellijk afbreekt. In de praktijk wordt vaak waargenomen dat de viscositeit na enkele maanden rijping weer kan normaliseren doordat de aanwezige gist de suikerketens alsnog langzaam afbreekt, al biedt dit geen garantie voor de uiteindelijke bierkwaliteit.

De stelregel is dat reiniging altijd vooraf moet gaan aan desinfectie. Biofilms moeten eerst mechanisch of met sterke alkalische middelen worden afgebroken voordat een desinfectiemiddel effectief de achtergebleven cellen kan bereiken. Voor kwetsbare onderdelen zoals zachte kunststof slangen en bottelpijpjes is vervanging vaak de meest rationele en veilige keuze. Door kritische onderdelen, zoals kranen, volledig te demonteren en hittebestendige materialen bloot te stellen aan temperaturen boven de 80°C, kan de cirkel van besmetting definitief worden doorbroken.

Referenties

  1. Milk The Funk Wiki, ‘Pediococcus’ — Uitgebreide beschrijving van ropiness, viscositeit en de vorming van exopolysacchariden in bier. https://www.milkthefunk.com/wiki/Pediococcus
  2. Haakensen M. et al., ‘Complete Genome Sequence of the Beer Spoilage Organism Pediococcus claussenii ATCC BAA-344T’ — Wetenschappelijke onderbouwing van EPS-productie en biofilmvorming door Pediococcus. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC3294761/
  3. ScienceDirect Topics, ‘Pediococcus damnosus’ — Overzicht van de rol van extracellulaire polysacchariden bij de verhoging van viscositeit in bierbederf. https://www.sciencedirect.com/topics/agricultural-and-biological-sciences/pediococcus-damnosus
Terug naar overzicht

Terug in de tijd: Bezoek aan Brouwerij De Keyzer

tww september 2026
Door: Marc Kelderman

Op vrijdag 5 juni streken Judith en ik neer in het bourgondische Maastricht voor een fantastisch uitstapje. Als gepassioneerde hobbybrouwer kan een bezoek aan een historische brouwerij natuurlijk niet ontbreken. Onze bestemming was de roemruchte stoombierbrouwerij De Keyzer in de wijk Wyck. Zodra je hier binnenstapt, reis je letterlijk terug in de tijd. Het unieke aan dit complex is namelijk dat de brouwerij nog volledig in de oorspronkelijke staat verkeert, precies zoals deze aan het einde van de negentiende eeuw werd ingericht en achtergelaten!

De geschiedenis van deze plek gaat terug tot halverwege de zeventiende eeuw, toen hier al een brouwerij met de naam ‘Den alden Wolsack’ stond. In 1827 kreeg het verhaal echt vorm toen Nicolaas Antoon Bosch de brouwerij overnam. Onder leiding van de familie Bosch groeide het bedrijf in de negentiende eeuw enorm, met grote verbouwingen en de transformatie tot een heuse stoombierbrouwerij. Wat deze brouwerij in die tijd extra bijzonder maakte, is dat zij volledig zelfvoorzienend waren en over een eigen mouterij beschikten. Van het ontkiemen van het graan tot het eesten, ze hadden het volledige proces en daarmee de kwaliteit en smaak van hun mout helemaal in eigen hand. Helaas viel in 1970 het doek en sloot de brouwerij na decennialang in de familie te zijn geweest. Gelukkig is dit prachtige negentiende-eeuwse brouwerserfgoed gered en als museum bewaard gebleven.

Onze rondleiding begon letterlijk bij de bron: het water. We zagen de oude waterput, veilig weggewerkt onder een robuust stalen rooster. Vanuit de put liepen we door naar het hart van het brouwproces, waar de oude beslagkuip een enorme indruk maakte. Bovenop de open kuip is een zwaar, gietijzeren roerwerk met grote tandwielen gemonteerd. Als je daar staat, omringd door die authentieke sfeer van eind negentiende eeuw, ruik je haast nog de zoete geur van hun eigengeproduceerde mout.

Vroeger was koelen een ware industriële uitdaging, iets waar we met onze moderne apparatuur nu veel minder bij stilstaan. We vergaapten ons aan een robuuste ammoniakcompressor uit 1910. Deze enorme machine, aangedreven door een groot vliegwiel en een drijfriem, is een prachtig stukje vroege industriële innovatie in de brouwwereld. Iets verderop kwamen we langs een indrukwekkend koelschip met daarin een zware koperen koelspiraal die in een roestige, rechthoekige bak gedompeld was. Het laat perfect zien hoeveel moeite men vroeger moest doen om de vergistingstemperaturen onder controle te houden.

In de oude kuiperij werd duidelijk dat brouwen vroeger onlosmakelijk verbonden was met pure houtbewerking. We bewonderden de oude houten schaafbanken, een indrukwekkende handaangedreven slijpsteen en de tassen met gereedschappen die nog netjes aan de witgekalkte muur hingen. Ook een prachtig mechanisme om de zware, kenmerkend geel-zwart geschilderde houten vaten te takelen en te wegen stal de show. Later in de toer bekeken we het oude afvulproces, waar de historische ‘Isobarische Afvulapparatuur’ stond om de fusten onder tegendruk te kunnen vullen. In de kelder waren de latere gevolgen van de verpakkingsrevolutie zichtbaar, met opgestapelde vroege metalen fusten.

Het is een absolute aanrader om een bezoek te brengen aan deze enige in Nederland nog bestaande brouwerij uit de negentiende eeuw.

Terug naar overzicht

Temperatuur meten waar het ertoe doet

tww september 2026
Door: Theo van Eijden

Veel hobbybrouwers regelen de temperatuur van hun vergisting met behulp van een externe temperatuurcontroller, zoals de populaire Inkbird ITC-308. Vaak wordt de temperatuursensor tegen de buitenwand van het vat bevestigd. Hoewel dit in de praktijk meestal goed werkt, meet je daarmee niet altijd de werkelijke temperatuur van het vergistende wort. Om de temperatuurregeling verder te verbeteren heb ik mijn Brew Monk RVS vergistingsvat voorzien van een eenvoudige aanpassing. Daarbij is de originele analoge thermometer vervangen door een thermowell waarin de sensor van de Inkbird-controller wordt geschoven. Met behulp van de Inkbird regel ik de temperatuur van de  koelkast en daarmee van het wordt dat staat te vergisten.

Waarom deze aanpassing?

Tijdens de vergisting produceert gist warmte. De temperatuur van het wort kan daardoor enkele graden hoger liggen dan de omgevingstemperatuur in de gistkast. Wanneer de temperatuurmeting niet direct in de vloeistof plaatsvindt, ontstaat er altijd een zekere afwijking tussen de gemeten temperatuur en de daadwerkelijke temperatuur van het bier. Het Brew Monk vergistingsvat is standaard uitgerust met een analoge thermometer. Deze geeft een indicatie van de temperatuur, maar is niet geschikt om rechtstreeks een temperatuurregeling aan te sturen. Door deze thermometer te vervangen door een thermowell kan de Inkbird-sensor rechtstreeks in het midden van het vat meten, zonder in contact te komen met het wort.

De gebruikte onderdelen

Voor deze aanpassing zijn slechts twee componenten nodig:

  • Een Inkbird ITC-308 temperatuurcontroller.
  • Een RVS thermowell van 150 mm lengte, voorzien van M10x1,5 schroefdraad en een buitendiameter van 6 mm.

De thermowell werd gevonden op AliExpress en bleek vrijwel perfect aan te sluiten op de opening van de originele thermometer. Daardoor was geen aanvullende bewerking van het vat nodig.

Montage

Na het verwijderen van de analoge thermometer blijft een bestaande opening in de wand van het vergistingsvat over. De thermowell kan hier rechtstreeks in worden gemonteerd met behulp van de aanwezige schroefdraad en afdichtingsrubber. Op de foto's is te zien dat de thermowell diep in het vat steekt en ongeveer tot het midden reikt.

Hierdoor bevindt het meetpunt zich daadwerkelijk in het wort en niet tegen de wand van het vat. De temperatuursensor van de Inkbird wordt vervolgens in de thermowell geschoven. Omdat de sensor droog blijft, kan deze eenvoudig worden verwijderd voor reiniging of onderhoud.

thermoweel     Brew monk met ink bird    binnenkant Brew monk

Resultaat

Het grote voordeel van deze oplossing is dat de temperatuurregeling nu gebaseerd is op de temperatuur van de vergistende wort zelf. De Inkbird schakelt de verwarming of koeling van de gistkast in op basis van een veel representatievere meting.

Dit levert verschillende voordelen op

  • Nauwkeurigere temperatuurregeling tijdens de vergisting.
  • Minder invloed van schommelingen in de omgevingstemperatuur.
  • Betere controle over de activiteit van de gist.
  • Minder risico op ongewenste smaakafwijkingen door temperatuurschommelingen.
  • Een nettere installatie zonder sensoren die aan de buitenzijde van het vat zijn bevestigd.

Praktijkervaring

De thermowell past verrassend goed in de opening van de originele thermometer van het Brew Monk vergistingsvat. De montage is eenvoudig en volledig omkeerbaar. Bovendien blijft het vat volledig gesloten, waardoor geen extra risico op besmetting ontstaat. Omdat de sensor zich midden in de vloeistof bevindt, wordt de temperatuur gemeten op de plaats waar deze voor de vergisting het meest relevant is. De regeling van de gistkast reageert daardoor direct op veranderingen in de temperatuur van het wort en niet op de temperatuur van de lucht in de kast of de wand van het vat.

Conclusie

Voor brouwers die hun vergisting nauwkeurig willen beheersen is het vervangen van de analoge thermometer door een thermowell een relatief kleine investering met een groot effect. De combinatie van een Brew Monk RVS vergistingsvat, een Inkbird ITC-308 en een lange RVS thermowell zorgt ervoor dat de temperatuur wordt gemeten waar het echt telt: in het vergistende wort zelf.

Terug naar overzicht

Knollenbier

tww september 2026
Door: Peter van den Bosch

Ooit waren brouwmaatje Martien en ik, met onze echtgenotes op een camping bij Lattrop – Breklenkamp aan de Duitse grens. Mooie omgeving om een lekker stukkie te fietsen en om dan uiteraard ook een bezoek te brengen aan de Othmar brouwerij, nabij in het pittoreske Ootmarsum. Naast de brouwerij is ook nog een klein openluchtmuseum met typisch Overijsselse gebouwen, spullen en landbouwwerktuigen. Al met al leuk voor een dagje uit.

Bij de camping kun je ook lekker eten in een gezellig soort herberg en wij daar dus heen. ‘Wilt u alvast wat drinken?’ Tuurlijk en de dames aan de witte wijn. Maar ze hadden daar een proeverij van diverse Othmar bieren en dat konden we uiteraard niet laten. En dus verschenen er twee plankjes met uitsparingen erin en daar stonden diverse bieren op in kleine proefglaasjes. Enfin, wij aan de slag, te beginnen met de lichtste versie en op weg naar de stevigere jongens. Oef, zware job en even doorbijten, maar we hebben het gehaald.

Maar! Daar stond Othmar blond tussen en toen we die achterover sloegen om ons moed in te drinken en moreel voor te bereiden op de tripel en donkerder bieren, zei ik tegen Martien : ‘Dat smaakje ken ik. Dat is flink gehopt met Northern brewer. Die waar wij een hopplant van hebben. Die gaan we ook maken. We roggelen wel wat’.

Ach ja, je kent dat wel. Grote mond, Pippi Langkous zou zeggen: “Nog nooit gedaan, dus dat kan ik wel”. Ja, ja, dat zal wel, maar de praktijk is weerbarstiger. Want ga maar 's een kloon maken als je geen recept hebt, de verhoudingen en hoeveelheden van bitter- en aromahop niet weet en welke gistsoort ook niet. Naar de stort kun je een beetje raden, de hoofdmoot is pilsmout uiteraard. Maar wat verder nog? Beetje Belge, Amber, Vienna ? Of een andere die weinig kleur geeft, geen idee eigenlijk.

Dus maar proberen dan. Als het iets anders uitpakt zal het ook wel smaken. De eerste versie hebben we voor het gemak maar ‘blondina’ genoemd. Daar hebben we in de stort van 9 kilo gebruikt (8,8 kilo pilsmout en 200 gram (2,2 %) amber). Dan uiteraard bitter- en aroma gehopt met Northern brewer (bloemen) van eigen oogst. In de hopstand een beetje Barbe rouge voor de frissigheid en de hele rataplan vergist met M-54 hybridegist (Fermentis).

Daar kwam een zeer zacht, blond biertje uit, maar wel een beetje vlak en weinig hoppig met een matig mondgevoel. Maar liever dat dan tandenknarsend bitter door juist een overmaat aan hop. IPA en dat ++ in de overtreffende trap (2.0) waar je vullingen van los komen, nee dank u... Enfin, we hadden een makkelijke doordrinker en die batch was in de zomer van 2025 dan ook zo weg. Maar dit was ons doel niet: we wilden een kloon van Othmar blond maken.

Het schuim moest wat beter en vooral de smaak en het mondgevoel moest versterkt worden. De tweede batch wilden we met US-05 vergisten, want die is bedrijfszeker en laat - evenals M54 hybridegist in de eerste batch - weinig smaak achter. Toen kwam Martien met de suggestie om een andere gist te gebruiken, die meer smaak geeft. Goed idee en dat werd dus Fermentis T58, een gist waar we ervaring mee hebben. Die we bijvoorbeeld hebben gebruikt om succesvol ‘La Chouffe’ te klonen en in nog een paar geslaagde biertjes.

En hij kwam met het idee om een beetje havervlokken toe te voegen, voor een voller mondgevoel en beter schuim. Okay, gaan we ook een keer proberen, maar dan wel met een beetje rijstekaf in de stort. Want je weet maar nooit, straks geven die vlokken een kleefbende in het filterbed. Baat het niet dan schaadt het niet en later toevoegen kan niet. Zo leuk dit en een onderdeel van de voorpret, lekker sleutelen aan een eigen recept, dat overigens verderop nog volgt.

Valkenburgs knollenbier
Valkenburgs knollenbier
En zo kwamen we aan de verbeterde versie en die moest een naam hebben die past bij de oudste paardenmarkt van Nederland in ons dorp, die al bijna 1100 jaar bestaat. Ik heb al eerder beschreven dat wij traditioneel een paar pakjes bier aan het Paardenmarktcomité ter beschikking stellen voor de verloting van het veulen (of een vergelijkbare geldprijs) en vele kleinere prijzen. Want het comité heeft de opbrengst van die verloting nodig voor een mooi rijtje knollen rondom de kerk het jaar daarop. Paardenhandelaren moeten tenslotte gelokt worden met een leuke premie om hun handelswaar te laten zien.

En op deze manier kreeg de tweede kloonversie van Othmar blond de naam ‘Valkenburgs knollenbier’. Uiteraard moest er wel eerst even door ons geproefd worden en hebben we hier en daar wat lopen uitdelen We waren zelf zeer content en de reacties van anderen waren laaiend enthousiast. Een biertje dus wat in de map van DEF. RECEPTEN aan de rij toegevoegd kan worden.

Nadeel van de havervlokken was wel dat het bier een beetje hazy kon worden. Is dat erg? Nou nee, maar we hebben wat Iers mos bij vlamuit gebruikt om dat tegen te gaan. Dat was eigenlijk 10 minuten te laat, want je moet het even mee koken. Foutje bedankt… tijd vergeten tijdens de lunch en even niet in de gaten. Voor ons was de vraag of dat 10 minuten in de hopmand mee moet koken of los in de kookketel. We hebben in de haast dat laatste gedaan, omdat het dan mogelijk beter oplost bij vlamuit in de grote pan, want het was dus niet meegekookt. En dus ontwaarden we wat zwevende vlokjes in het gekoelde wort. ‘Nou ja, die bezinken wel’. Mooi niet! En ook niet in de twee weken mandflesrijping. Dus uiteindelijk hebben we voor het bottelen maar even door dubbel kaasdoek gefilterd.

Dit is mogelijk een onderwerp voor het vragenrondje op de clubavond of voor ‘De brouwraad’ hier in het clubblad : Iers mos los in de kookketel of in de hopmand storten ?

Het recept (Brewfather)

Valkenburgs knollenbier – 7 %

Type:

Helles Bock (?)

Auteur:

Celosia brew brothers

Soort:

Volmout

IBU:

26 (Tinseth)

BU/GU:

0.38

Kleur:

12 EBC

Carbonisatie:

2.4 CO2-vol

SG voor koken:

1.043

Begin SG:

1.068

Eind SG:

1.014

 

Technische gegevens

Batchgrootte:

30 L

Kookvolume:

43 ? L - Hoeveel filterverlies ?

Vol. na koken:

ca. 32 L

Maischwater:

30 L

Spoelwater:

20 L

Kooktijd:

60 min

Totaal water:

50 L

Brouwzaalrendement:

74.2%

Maischrendement:

74.4%

 

Maischprofiel

High fermentability.

62 °C - 10 min - Inmaischen (verstijfselen).

67 °C - 60 min - Medium maischen.

78 °C - 10 min – Uitmaischen.

Vergistingsprofiel

Ale

20 °C - 7 dagen – Hoofdvergisting.

Narijping en op fles ook 20 °C.

Vergistbare ingrediënten (9.25 kg).

8.5 kg - Pilsmout 3 EBC (91.9%).

500 g - Cara amber 70 EBC (5.4%).

250 g - Quaker 2 EBC (2.7%) havervlokken.

Toevoeging

50 g - Mash - Rijst hulzen 3.9 EBC.

Hop (60 g)

45 min - 10 g - Northern brewer (eigen oogst) (Whole) - 9% (7 IBU).

15 min - 50 g - Northern brewer (eigen oogst) (Whole) - 9% (18 IBU).

Hopstand

hopstand, start @ 80 °C.

10 min - 40 g - Barbe Rouge - 7% (1 á 2 IBU) (Pellets).

Diversen

10 min - Koken - 5 g – Iers mos.

Vlamuit - 2 g - Gistvoeding Cervomyces (na vlamuit).

Gist

2 pakjes - Fermentis Safbrew T58.

Bottelen

In twee liter lauwwarm en vooraf gesteriliseerd water 210 gram kristalsuiker opgelost (7 gram /liter wort).

Opmerkingen van de brouwer

  1. Brewfather kan niet omgaan met onze primitieve potten-en-pannen brouwmethode en geeft liters aan die niet kloppen. We hebben al van alles geprobeerd en aangepast. Lukt in Brewfather echt niet. Heel simpel: we maischen met 30 L en spoelen met 20 L. Dat zal ook wel iets invloed hebben op het gemelde brouwzaalrendement.

  2. Van dichtslibben van het filterbed hadden we helemaal geen last, sterker nog: leeg persen leverde weinig wort op. Het was al goed drooggevallen. Of de rijstvlokken daar debet aan zijn is de vraag, maar het is toch wel raadzaam die voor de zekerheid mee te nemen.

  3. Hoeveel vocht je verliest in je filterbed is altijd onzeker. Maar we hadden aan het eind van de gisting bij het hevelen naar de mandfles ca. 2 liter over en dat gaf ons de kans om de vuile trub onderin het gistvat met dat restje te laten liggen en later weg te spoelen bij de schoonmaak.

  4. Bij het hevelen naar de bottelbak hebben we gefilterd door dubbeldik kaasdoek. Dat leverde een aardig laagje troep en helderder bier op.

  5. Bij alle bewerkingen hebben we erop gelet dat er zo min mogelijk zuurstofinvloed aan te pas kwam. Zo hebben we bijvoorbeeld gefilterd zonder het bier in de bottelbak te laten kletteren. Rustig hevelen en onderin (door de filter) laten uitstromen !

  6. Al met al was ‘men’ het er roerend over eens dat dit een mooi biertje is met een aangename prikkel, een mooi vol mondgevoel, er is nog een zoetje over en het schuim is mooi stabiel. Voorzichtig inschenken trouwens, het schuimt flink en een overstroming van je glas is zonde van het bier…

Dus nu allen in gestrekte draf - of galop 😊 - naar de brouwketel en maar aan de slag!!

Terug naar overzicht

Dubbel Maischen

tww september 2026
Door: Theo van Eijden

Soms wil je een bier brouwen met een hoog begin-SG, maar past de benodigde mout simpelweg niet in je installatie. Zeker bij compacte alles-in-één ketels zit je dan snel aan een maximum storting. Je hebt dan meestal twee logische uitwegen: je gebruikt minder mout (en haalt je doel-SG niet), of je brouwt een kleiner volume (en houdt minder liters
over). Er is nog een derde aanpak die dit probleem vaak netjes oplost: dubbel maischen.

De uitleg hieronder is gebaseerd op het artikel van Hopblog: hopblog.nl/dubbel-maischen.

Wat is dubbel maischen?

Dubbel maischen betekent dat je het maischproces twee keer achter elkaar uitvoert. Je verdeelt de totale moutstorting in twee delen en verwerkt die in twee etappes. Het idee is dat je na de eerste maisch al een suikerrijk wort hebt. Dat wort gebruik je vervolgens als ‘maischwater’ voor de tweede moutstorting. Daardoor bouw je stap voor stap meer suikers op in dezelfde vloeistof en kun je dus zwaardere bieren brouwen zonder dat je je batchgrootte hoeft te verkleinen. Het duidelijke voordeel is: je kunt een hoger SG halen binnen de fysieke grenzen van je ketel. Het nadeel is ook logisch: je bent langer bezig, omdat je twee moutladingen moet maischen en verwerken.

Hoe werkt dubbel maischen in de praktijk?

Je splitst de mout in twee porties. Eerst maisch je met portie 1. Daarna verwijder je de bostel. Vervolgens voeg je portie 2 toe aan het wort dat je al hebt, en je maischt opnieuw. In het voorbeeld uit het Hopblog-artikel: stel dat je ketel maximaal 8 kg mout aankan, maar je hebt voor je doel-SG 10 kg nodig. Dan kun je twee keer maischen met 5 kg. Waar je normaal bijvoorbeeld met 20 liter maischwater zou starten, begin je nu ook met die 20 liter, maar je gebruikt het wort uit de eerste stap opnieuw voor de tweede stap. Belangrijk om te beseffen: de tweede maisch start dus niet in schoon water, maar in een wort dat al suikers bevat. Dat maakt het beslag in de tweede ronde zwaarder en stroperiger, en dat heeft gevolgen voor doorstroming en rendement. Wel of niet spoelen na de eerste maisch?

Normaal gesproken spoel je om twee redenen: je spoelt suikers uit de bostel én je vult je volume aan richting het koken. Bij dubbel maischen wordt dat een afweging, omdat je twee keer met mout werkt en je tussendoor ook nog je proces op temperatuur wilt houden. Je kunt ervoor kiezen om na de eerste maisch niet te spoelen. Dat scheelt tijd en gedoe. Je hoeft dan niet te spoelen, het wort warm te houden en daarna weer de volgende stort te doen. Het compromis is wel dat je rendement iets daalt: je laat namelijk suikers achter in de eerste bostel. Na de tweede maisch spoel je wél ‘gewoon’ door, tot je het gewenste pre-boil volume hebt. Als je de eerste ronde niet hebt gespoeld, kun je dit (deels) opvangen door bij de tweede ronde wat meer spoelwater te gebruiken en langer door te spoelen, totdat je op het juiste volume uitkomt.

Hoe lang maischen per ronde?

Ook hier heb je keuzes. Als je echt het maximale uit de mout wilt halen, kun je beide rondes een uur aanhouden. Dan ben je in het meest consequente scenario ongeveer twee uur aan het maischen (exclusief het hevelen/liften van de moutkorf en eventueel spoelen). Wil je sneller werken, dan kun je per ronde bijvoorbeeld 45 minuten aanhouden. Dan kom je uit op ongeveer 90 minuten totale maischtijd. Je kunt ook praktisch werken: meten en bijsturen. Als je tijdens een ronde al ziet dat je het beoogde SG (of de beoogde stijging) hebt gehaald, kun je eerder stoppen. Dat vraagt wel dat je meetmomenten plant en weet wat je ongeveer kunt verwachten.

Het maischschema: liever simpel dan ingewikkeld

Bij dubbel maischen is een complex schema vaak niet handig. Je gaat namelijk de tweede ronde verder op de temperatuur waar je de eerste ronde eindigt. Een stap omlaag is dan lastig, en in sommige gevallen zelfs onwenselijk, omdat enzymen bij hoge temperaturen hun werking kunnen verliezen. Praktisch gezien werkt een eenvoudige eenstapsmaisch daarom vaak het prettigst: één temperatuur, één duidelijke routine, twee keer uitvoeren. Een extra tip uit het artikel is om donkere mouten pas in de tweede ronde toe te voegen. Dat kan helpen om het proces beheersbaar te houden en ongewenste effecten (zoals extra stroperigheid of een andere pH-dynamiek) te beperken. Een alternatief is om donkere mouten vooraf te weken (cold steeping) en die extractie later toe te voegen, maar de kernboodschap blijft: houd het bij dubbel maischen graag overzichtelijk.

Lager rendement: reken het vooraf mee

Dubbel maischen levert vrijwel altijd een wat lager rendement op dan een standaard maisch. Dat is niet per se een probleem, zolang je het maar meeneemt in je receptberekening. In het Hopblog-artikel wordt als praktische aanpak genoemd: als je normaal op 70% rekent, stel je software dan eens in op 65% voor dit type brouwdag. Daarmee voorkom je dat je eindigt met een bier dat net te licht uitvalt. Er zit wel een keerzijde aan ‘veilig laag inschatten’: als je rendement tóch hoger uitvalt, wordt je bier zwaarder dan gepland. Of dat erg is, hangt af van je doel. Voor sommige stijlen is iets hoger alcohol of wat meer body prima; voor andere bieren wil je juist strak binnen je beoogde waarden blijven.

Beslagdikte: bij dubbel maischen echt een stuurknop

Bij een normale maisch speelt beslagdikte mee, maar bij dubbel maischen wordt het extra belangrijk. Doordat je in ronde 2 maischt in al suikerrijk wort, wordt het geheel sneller dik en stroperig. Dat heeft twee praktische gevolgen. Ten eerste kan de enzymwerking minder efficiënt worden als het beslag te dik is, omdat de omzetting en diffusie minder vlot verlopen. Ten tweede neemt het risico op een traag of vastlopend filterbed toe, vooral als je installatie gevoelig is voor dichtslibben of als je veel tarwe/haver gebruikt. Een logische manier om dit beheersbaar te houden is om in de eerste ronde relatief ‘dun’ te starten (dus niet extreem zuinig met water), zodat de eerste omzetting vlot verloopt. In ronde 2 wordt het beslag vanzelf dikker; daar wil je niet óók nog eens beginnen met een krappe waterverhouding.

Terug naar overzicht

Van de gadgetcommissie, september 2026

tww september 2026
Door: Peter van den Bosch

Zelfbouw Oxebarhouder

De commissie vergadert sinds januari voorlopig even niet. Allereerst is onze voorzitter Bert Tas ons onverwacht snel ontvallen; heel triest en daar is al eerder in dit blad een ‘in memoriam’ aan gewijd. Daarnaast hebben we een paar leden medisch in de lappenmand. Er is dus besloten om tot na de zomerstop even niet meer bij elkaar te komen. Beterschap mannen!

Maar de overige gadgetleden zitten niet stil en er hebben nog een paar projecten de ‘ongoing’ status. En één daarvan is inmiddels wel afgerond en dus kunnen we toch wat publiceren.

 

Inleiding

Weet u het nog …? Ooit, in een ver verleden, hadden Spa petflessen een extra bodempje dat er in het midden met kit aan bevestigd was. Rood voor, u raadt het al, Spa rood (rode dop) en groen voor gezoete Spa Citron (groene dop). Als ik het goed heb was er ook nog een blauwe bodem voor een plat watertje zonder bubbels. Was wel duidelijk eigenlijk en ook prettig, want dan bleven die flessen tenminste fatsoenlijk rechtop staan. En dat was op een spijlenrekje van een koelkast of in het flessenvak in de deur wel prettig. Maar toen andere frisdrankmerken petflessen in de handel brachten zonder bodem, heeft Spa die kostenpost blijkbaar maar geschrapt.

De situatie nu

Petflessen… wat een rampendingen. Ze mieteren binnen no-time om door de 5 ‘lobben’ in de bodem. Van 1-persoons drinkflesjes tot grote flessen, Oxebar fusten van 4 liter of nog groter van 8 liter. In kunststof is het allemaal hetzelfde liedje, ze staan niet stevig door die rare, gewelfde bodem. En of het nou een fles cola is of een Oxebar, als ze omvallen vooral dan niet openmaken om een schuimfontein te voorkomen.

En als je dan tap apparatuur op zo'n Oxebar fles zet, wordt het hele spul topzwaar, dus nog instabieler. Vooral als ie leeg begint te raken is de dragende massa weg en bam, daar ligt ie weer. Dat wil je niet… Dus je hebt een houder nodig om e.e.a. te fixeren en een stukje bodemplaat erbij is dan aanbevolen voor extra stabiliteit.

3D Oxebar houder        zelfbouw houder oxebar      Oxebar houder boutjes

In de laatste vergadering van januari hebben er twee identieke prototypen op tafel gestaan, beide gemaakt met een 3D printer. Een houder van rond 160 inwendig, met daaraan vast een tweede dunnere buis voor een CO2 patroon. Dat is op zich al een flinke vooruitgang, maar wel één met een paar nadelen :

  1. Het feitelijke eigen gewicht van zo’n geprinte versie is wat laag. Het geheel wordt stabieler, maar bij lediging van – met name – een 8 liter Oxebar versie kan die toch nog topzwaar worden en ‘dwarsop’ ( naar opzij ) om kiepen.

  2. In de bodem zitten een paar spijlen, zodat een Oxebar er niet doorheen kan zakken, want dan mist die houder zijn functie als ie wat omhoog schuift. Maar er mist een stabiliserende bodemplaat die wat breder is dan de houder zelf.

  3. Een 3D printer staat ca. zes uur te ‘rammelen’ vooraleer een exemplaar klaar is.En dat maakt zo'n 3D geprinte versie een beetje kostbaar. En daarnaast beschikt niet iedereen over zo'n printer.

Nou is de stelregel in onze commissie ‘KISS’ (Keep It Simple Stupid). We willen handige hulpmiddelen voor onze medeleden hobbybrouwers bedenken, toegankelijk, zo simpel mogelijk en tegen zo laag mogelijke kosten. Dus kwam in het overleg de opmerking: “Waarom op een dure manier een 3D-versie printen als onderdelen in kunststof al bestaan”? En zo is de zelfbouwversie ontstaan met bestaande materialen die in de bouw reeds voorhanden zijn. Een beetje ‘handige Harry’ moet dit zeker kunnen.

Nou is de gadget commissie een denktank en geen assemblage bedrijf, dus hier volgt een uiteenzetting voor eenvoudige zelfbouw, met wat foto's ter verduidelijking. Aan de slag dus en succes… Maar vooraf nog twee opmerkingen terzijde :

  1. Gaandeweg de bouw van het prototype is-ie ter beoordeling een keer mee geweest naar een clubavond. Men was positief, er kwamen een paar verbeterpunten naar voren die we hebben mee genomen.
    En we hebben geconstateerd dat CO2 patronen van Sodastream en Quooker exact hetzelfde model zijn. Een reduceerventiel past op beide.

  2. Deze beschrijving dient als richting gevend voorbeeld, variaties zijn mogelijk.

Zelfbouw stap voor stap

Benodigde materialen

  • Een PVC ‘schuifmof’ , inwendig rond 160 mm. Waarom een schuifmof ? Daar zit halverwege geen richel (stootrandje) in en in een gewone PVC mof wel. Daardoor kan de Oxebar er tot de bodem in zakken. Zo’n mof is 15 cm hoog en da’s voldoende, dat is getest.
  • Een plaatje van 25 x 25 cm plexiglas of trespa plaat. Dit is kunststof en bij morsen te reinigen onder de kraan. Een houten of triplex plaatje kan wel, maar het gaat ook mee in de koeling en slaat daarna nat aan door condens, als je het setje eruit haalt. In dat geval of bij morsen wordt dat hout lelijk en op den duur onhygiënisch vies (schimmel!).
  • Een stukje PVC regenpijp van 25 cm lang, rond 90
  • Idem PVC, rond 80
  • En idem PVC, rond 75

Die rond 90 heb je nodig om twee boutjes te bevestigen. Je hand past niet in een kleiner formaat buis. Daarna past rond 80 er als opvulpijpje in en daarin weer een rond 75. Denk maar aan een matroesjka poppetje… dat idee dus. En dan staat je CO2 patroon er mooi recht in. Geen gewiebel met risico op omvallen.

  • Vier slotboutjes M5x25 mm met moertjes (maat 10).
  • Twee boutjes met verzonken kop, kort M5 mm) draad en dezelfde moertjes maat 10.
  • Twee tafel/stoelhoekjes o.i.d. voor bevestiging van de schuifmof aan de bodemplaat van 25 x 25 cm.
    Bij het prototype zijn plastic meubelhoekjes toegepast (zie foto's).
  • Set van 4 (of 6) ‘viltjes’ (voor bijvoorbeeld stoelpoten). Te plakken onder de bodemplaat om krassen in een tafel te voorkomen. Viltjes bestaand uit kunststof schuim zijn het beste, ook weer vanwege de reiniging.

Benodigd gereedschap

  • Boormachine met boortje 6 mm en 10 of 12 mm (afhankelijk van kopgrootte van de 2 verzonken boutjes).
  • Slijpschijf.
  • Steek/ringsleuteltje 10 of idem dopsleutel met ratel.
  • Schroevendraaier voor de 2 verzonken boutjes in bodemplaat.
  • Een paar wasknijpers of kleine lijmklemmen.
  • Een vijl.
  • Een veiligheidsbril

Stappenplan

  • Plaatje op maat maken (of kant en klaar kopen).
    Kunststof plaat zagen met een fijne ijzerzaag in je decoupeer zaagmachine, dit i.v.m. splinteren. Ook om die reden de plaat niet laten ‘klapperen’ . Bij voorkeur langs een steunlat zagen om netjes rechtuit te gaan. Een handzaag voor hout kan ook, afstrepen met een stift en dan rustig zagen. Randen en - vooral – de hoeken even nalopen met een vijl of langs schuurmachine halen om scherpe kantjes en hoekpunten glad te maken.

  • Schuifmof rond 160 aan schaffen. Niet alle bouwmarkten hebben dat, soms is hun sortiment max. tot rond 110. Dan maar even naar de bouwmaterialen handel. Ik heb daar overigens € 14,75 voor die mof betaald

  • Eerder genoemd klein materiaal aanschaffen.

  • In de beide randen van de schuifmof zit een rubberen ring en daarom is die rand verdikt om - ook daar - rond 160 in die rubbers door te laten. Die verdikking is de sparing waar de rubber ring in valt. In die verdikking komt aan beide zijden het uiteinde van een slotbout.

  • Met de boutjes bij de hand op die rand met een stift o.i.d. de plek markeren waar de bout komt, zodat later de bout met moer netjes in de sparing onder het rubber valt.

  • Maak gebruik van de lasnaad (af fabriek) om recht boven elkaar te markeren.

  • Gaatje boren met 6 mm boor op beide plekken. Voorzichtig boren, hou het rubber heel! De rubberen rand omvouwen en vastzetten met klemmetjes of knijpers om schade te voorkomen.

  • Alle drie PVC regenpijp stukjes even vijl erlangs halen voor de zaagrafels.

  • PVC regenpijp rechtop tegen schuifmof zetten. Laat knijpers e.d. zitten, die zijn later nog nodig. Door de boorgaatjes met een stift de boorplekken markeren in de rond 90 PVC buis.

  • Gaatje boren in rond 90 met 6 mm boor op die beide plekken.
    NB: Met montagekit, PVC lijm o.i.d. de twee pijpen aan elkaar maken is niet effectief. De raakvlakken zijn te klein en dit houdt in het gebruik geen stand, mede ook door de regelmatige temperatuurverschillen die de set ondergaat.

  • Beide buizen aan elkaar monteren, gladde kop van de slotbouten in de 90 mm pijp plaatsen.

  • Moeren er stevig op draaien in de twee randen van de schuifmof.

  • Nou komt de lastigste: met een slijpschijf het overschot schroefdraad wegslijpen en de moer zelf gelijk ook glad slijpen. Neem de tijd, dit is een beetje een precisiewerkje. Zet een veiligheidsbril op, door de ronde pijp vliegen de vonken diverse kanten op!

  • Rubber randen los maken en checken of de ergste bobbel weg is. Zeker bij de bovenste bout, onderin is niet zo spannend i.v.m. de ronding in de Oxebar bodem. Daar hoeft de Oxebar fles tenslotte niet langs te glijden.

  • Links en rechts in de verdikte onderrand van de schuifmof - met slotboutje bij de hand - markering maken voor de 2 bouten die voor verbinding met de onderplaat zorgen.

  • Gaatje boren met 6 mm boor op die beide plekken.

  • Slotbouten met de gladde kop in de verdikking plaatsen en uitwendig monteren aan een hoekplaatje.

  • Het geheel diagonaal op de kunststof onderplaat op maat centreren.

  • Twee boorgaatjes met stift op de onderplaat markeren.

  • Gaatje boren met 6 mm boor op die beide plekken. Plaat omdraaien en in de bodem de twee schroefgaten met een dikkere boor ter grootte van de diameter van de schroefkoppen voorzichtig een sparing uitkotteren.

  • Truc: om te zorgen dat je niet door de plaat heen schiet, je boor achteruit laten draaien om te voorkomen dat-ie te diep in de kunststof vreet.

    • In dat ‘trechtervormige’ boorgat vallen dan de twee bouten verzonken in de plaat. Steken dus niet uit en maken geen krassen in een tafel o.i.d.

  • Bouten van onderaf plaatsen en met moertjes verbinden met de hoekplaatjes.

  • Vier ‘viltjes’ op de hoeken aan de onderkant plakken en eventueel twee - voor alle zekerheid – op de verzonken boutjes.

  • Hele set omdraaien, PVC 80 en 75 mm erin zetten en voila… houder klaar.

Deze bouwwijze dient als voorbeeld. Wil je kleinere boutjes gebruiken, leef je uit. Nog mooier zijn popnagels voor de bevestiging van de schuifmof met de PVC 90 mm pijp. Maar niet iedereen heeft een popnageltang. En daarom is deze ‘bouwwijze voor dummies’ beschreven.

Laatste opmerking: de rubberen ring inspuiten met siliconenspray is een truc om de Oxebar makkelijker te plaatsen en te verwijderen. Mocht dat niet bevallen, kun je die rubberen ring eventueel wegsnijden met een Stanleymes.
Denk om je vingers! Een klein scherp schaartje werkt ook. Maar de Oxebar schuurt dan wel langs de afgeslepen bout in de rand, dus raden we aan daar een stukje rubber te handhaven.

Hierbij de foto's als voorbeeld…
Op 1 foto lijken de pijpjes die in elkaar passen niet allemaal even lang, maar dat zijn ze wel en voor de foto om te tonen hoe te plaatsen, zit er even een prop papier onder.


3 pijpjes oxebar     houder oxebar met sodastream

grondplaat oxebar

Succes met bouwen…
De gadgetcommissie

Terug naar overzicht

Saflager SH-45

tww september 2026
Door: Theo van Eijden

SafLager SH-45: een nieuwe lagergist voor extra hoparoma

Binnen de wereld van het amateurbrouwen is er de laatste jaren veel aandacht voor biotransformatie. Dit proces, waarbij gist actieve verbindingen uit hop omzet in nieuwe aroma’s, was tot voor kort vooral het domein van bovengistende bieren zoals de NEIPA. Met de introductie van SafLager SH-45 brengt Fermentis deze techniek nu ook naar de ondergistende bieren. Dit is geen standaard neutrale pilsgist, maar een gist die specifiek is geselecteerd om verborgen fruitige aroma’s uit de hop naar voren te halen. Voor ons als thuisbrouwers is dit een interessante ontwikkeling, omdat het de brouwer de kans geeft om een strak ondergistend bier te combineren met de moderne, tropische hoptonen die we meestal alleen bij bovengistende bieren zien.
Technisch gezien is SH-45 een echte ondergist van de soort Saccharomyces pastorianus. De gist heeft een schijnbare vergistingsgraad van ongeveer 77 tot 82 procent en werkt optimaal tussen de 12 en 18 graden Celsius. Hoewel de fabrikant spreekt over een hoge productie van esters, moet dit in de juiste context worden geplaatst. Het blijft een ondergist die een schoon profiel behoudt, maar die wel actiever meewerkt aan het aromatische karakter van de hop dan een klassieke stam zoals de bekende W-34/70. Het bijzondere zit hem in het vrijmaken van thiolen. Dit zijn geurstoffen die in hop vaak "op slot" zitten in verbindingen die wij zelf niet kunnen ruiken en een extreem lage geur- en smaakdrempel hebben. SH-45 beschikt over de enzymen om deze verbindingen open te breken, waardoor aroma’s van passievrucht, citrus en grapefruit vrijkomen.
Voor de thuisbrouwer is het essentieel om te begrijpen dat deze gist alleen zijn volledige potentieel toont wanneer er direct contact is tussen de actieve gist en de hop tijdens de vergisting. In een traditioneel pilsrecept met alleen hopgiften tijdens het koken zal de gist zich vrij neutraal gedragen. De echte winst ontstaat wanneer een deel van de hop wordt toegevoegd op het moment dat de vergisting nog volop bezig is, meestal rond de tweede of derde dag. In deze fase is de gist vitaal genoeg om de aromatische voorlopers uit de hop om te zetten. Dit maakt de gist bij uitstek geschikt voor moderne stijlen zoals een Nieuw-Zeelandse pils, een India Pale Lager of een hoppy lager.
Bij de keuze voor hopsoorten is het verstandig om te kijken naar rassen die van zichzelf al rijk zijn aan deze verborgen aroma’s. Soorten als Citra, Amarillo, Motueka en Nelson Sauvin worden in de vakliteratuur en op brouwfora vaak genoemd als de ideale partners voor deze gist. Het gebruik van SH-45 vraagt echter ook om een zorgvuldige procesvoering. Omdat er hop wordt toegevoegd tijdens de actieve vergisting, moet de brouwer rekening houden met hopcreep. Dit verschijnsel zorgt ervoor dat de vergisting door enzymen uit de hop weer even op gang komt, wat invloed heeft op het eind-SG en de benodigde tijd voor een goede diacetylrust. Geduld en een stabiel eind-SG zijn hierbij belangrijker dan bij een standaard pils.

Recept: Hoppy Lager met SafLager SH-45
Onderstaand recept is bedoeld als praktische toepassing van de hierboven besproken eigenschappen. Het is geen extreem bier, maar juist een recept waarin de gist de kans krijgt om zijn sterke punt te tonen.

Kenmerken

  • batchgrootte: 20 liter
  • begin SG: 1.050
  • eind SG: ongeveer 1.010
  • alcohol: circa 5,2%
  • bitterheid: ongeveer 28 IBU
  • kleur: licht goud, circa 7 EBC

Moutstort

  • 4,50 kg pilsmout
  • 0,30 kg Vienna mout
  • 0,20 kg Carapils of dextrinemout

Deze stort houdt het bier licht en doordrinkbaar. De Vienna mout geeft net wat meer broodachtigheid, zodat het bier niet te dun wordt. De Carapils helpt met schuim en mondgevoel.

Waterprofiel
Voor wie zijn brouwwater aanpast, is een licht hopgericht profiel passend. Denk aan:

  • calcium: 50–80 ppm
  • chloride: 50–70 ppm
  • sulfaat: 90–130 ppm

Een iets hogere sulfaatwaarde helpt om het bier fris en droog te laten overkomen, zonder dat het bitter hard wordt.
Maischschema

  • 60 minuten op 64 °C
  • 20 minuten op 72 °C
  • 5 minuten uitmaischen op 78 °C

Dit schema levert een goed vergistbare wort op, passend bij een droog en strakke pils.

Kooktijd
60 minuten

Hopgiften

  • 20 g Magnum (14% alfazuur), 60 minuten meekoken
  • 20 g Citra, (12,5% alfazuur),10 minuten meekoken

Hopstand op 80 °C, 20 minuten

  • 30 g Citra (12,5% alfazuur)
  • 30 g Amarillo (14% alfazuur)

Koudhop tijdens actieve vergisting

  • 40 g Citra (12,5% alfazuur)
  • 20 g Amarillo (14% alfazuur)

Deze combinatie is bewust gekozen. Citra levert veel herkenbare citrus en tropisch fruit. Amarillo voegt sinaasappel en zachte bloemigheid toe. Samen geven ze genoeg aromatisch materiaal om de gist iets mee te laten doen. Voor een meer Nieuw-Zeelandse variant kan Amarillo worden vervangen door Motueka of Nelson Sauvin.

Gist

  • 1 zakje SafLager SH-45, 11,5 g

Voor een begin SG van 1.050 is één zakje voor 20 liter meestal voldoende, zeker bij vergisting rond 12–14 °C. Wie extra zekerheid wil, kan twee zakjes gebruiken. De gist kan direct worden gestrooid.

Vergisting

  • belucht het wort goed
  • ent bij 12–13 °C
  • houd deze temperatuur 3 tot 4 dagen aan
  • voeg de koudhop toe wanneer de vergisting goed actief is, meestal op dag 2 of 3
  • laat daarna de temperatuur geleidelijk stijgen naar 15–16 °C
  • houd 2 dagen een diacetylrust aan rond 16 °C
  • lager vervolgens 1 tot 2 weken bij 2–4 °C

Wie zeer precies werkt, kan de koudhop toevoegen rond ongeveer halve vergisting. Voor de meeste hobbybrouwers is “dag 2 of 3 bij duidelijk actieve vergisting” praktisch genoeg.

Verwacht smaakprofiel
Het bier zal in de basis fris, droog en helder pilsachtig zijn. Daarbovenop mogen aroma’s worden verwacht van:

  • grapefruit
  • limoen of citrus
  • passievrucht
  • licht tropisch fruit
  • een vleug witte druif of sauvignon blanc

De mout blijft bewust op de achtergrond. De bitterheid is stevig genoeg voor balans, maar niet zo hoog dat ze het aromatische deel overschaduwt.

Bron;
https://fermentis.com/en/product/saflager-sh-45/#:~:text=SafLager%E2%84%A2%20SH-45%20is%20a%20carefully%20selected%20lager%20yeast%2C,possesses%20the%20capability%20to%20release%20and%20esterify%20thiols.

https://www.hobbybrouwen.nl/forum/index.php?topic=48174.0

https://www.youtube.com/watch?v=qfMbk5grVxI

https://homebrewtalk.com/threads/fermentis-saflager-sh-45.738771/

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar overzicht

Clubkampioenschappen 2026

tww september 2026
Door: Wilfred van der Heijden

Uitnodiging Clubkampioenschappen 2026

 

 

 

 

 

Terug naar overzicht