Artikelen
11 artikelen uit het clubblad van September 2026
| Terug naar overzicht | |
van het bestuur september 2026 |
tww september 2026 |
Door: Mark Ekelschot
|
|
|
Van het bestuur September 2026 Beste leden. De vakantieperiode is helaas voorbij. De scholen zijn weer begonnen, en velen van ons zijn weer aan het werk. Ook het bestuur en de commissies zijn weer volop bezig om een mooi programma voor jullie te maken. Met nog 4 clubavonden, de excursie en de traditionele polderbok lancering (met competitie) zijn er weer genoeg momenten elkaar te ontmoeten en het glas te heffen. Eerst een terugblik: De aanstaande clubavond is op 25 september. Dan krijgen we bezoek van Martijn de Zeeuw, eigenaar en brouwer van Brouwerij de 12 Stuyvers uit Hazerswoude-Dorp. Vervolgens gaan we vrijdag 2 oktober op excursie naar het zuiden. Een mooie tocht langs drie brouwerijen: Brouwerij Duits & Lauret in Everdingen, Brouwerij Sint Servattumus in Schijndel en Brouwerij Hertog Jan in Arcen. En we krijgen er maar geen genoeg van! De volgende dag, zaterdag 3 oktober lanceren we de polderbok 2026, bij Brouwmaatje.
Helaas heeft de brouwdagcommissie moeten besluiten de gezamenlijke brouwdag niet door te laten gaan. Ondanks de ruim 30 bestellingen, waren er slechts een handvol leden die op 12 september op locatie in Lisserbroek wilde brouwen. De bestellers zijn via de mail op de hoogte gesteld waar zij het pakket konden ophalen. Op het moment van schrijven genieten we van een korte na-zomer, met heerlijke terras temperaturen. Wellicht dat het de komende weken meezit met het terrasweer. Maar niet getreurd als het weer weer eens tegenzit, boktober is in aantocht. Krijg er dorst van. Proost! Met warme brouwersgroeten, Mark
|
|
| Terug naar overzicht | |
Grape Ale |
tww september 2026 |
Door: Theo van Eijden
|
|
Grape Ale, Een nieuwe bierstijl uit ItaliëItalië staat wereldwijd bekend om zijn wijncultuur, maar heeft de afgelopen decennia ook een eigen bierstijl ontwikkeld: de Italian Grape Ale (IGA). Deze bijzondere bierstijl ontstond in Italië uit de samengang van twee kenmerkende producten van het land: bier en druiven. Italiaanse brouwers gebruiken daarbij druiven, druivenmost of afgeleide druivenproducten tijdens het brouw- of vergistingsproces. BJCP Stijlrichtlijn: X3 Italian Grape Ale (Appendix B: Local Styles)
Aroma: Aromatische kenmerken van een specifieke druif moeten waarneembaar zijn, maar mogen de overige aroma's niet overheersen. Het druivenkarakter moet aangenaam zijn en mag geen gebreken vertonen zoals oxidatie. Het moutkarakter is doorgaans terughoudend en mag geen gebrand, stout-achtig profiel vertonen. Hoparoma kan variëren van medium-laag tot afwezig. Sommige voorbeelden kunnen een iets wild karakter vertonen, omschreven als boerenerf, aards of bokkig, maar dit mag niet zo intens zijn als in een lambiek of fruitlambiek. Geen diacetyl. Uiterlijk: De kleur kan variëren van licht goud tot koper, hoewel sommige voorbeelden bruin kunnen zijn. Een roodachtige of robijnrode kleur is meestal te danken aan het gebruik van rode druivenrassen. Witte tot roodachtige schuimkraag met doorgaans een medium-lage retentie. De helderheid is over het algemeen goed, maar enige troebelheid kan aanwezig zijn.
Mondgevoel: Een medium-hoge koolzuurverzadiging versterkt de aromawaarneming. De body varieert over het algemeen van laag tot medium, waarbij enige aciditeit kan bijdragen aan een verhoogde perceptie van droogheid. Zwaardere varianten kunnen enige alcoholwarmte vertonen, evenwel zonder scherp of oplosmiddelachtig aan te voelen. Kenmerkende ingrediënten: Pilsmout in de meeste gevallen of een bleke basismout met eventueel wat speciaalmouten. Het druivenaandeel kan oplopen tot 40% van de totale storting. Druiven of druivenmost, soms langdurig gekookt voor gebruik, kunnen in verschillende stadia worden toegevoegd: tijdens het koken of, meer gebruikelijk, tijdens de hoofd- of nagisting. Gist kan een neutraal profiel tonen of een fruitig en kruidig karakter hebben (Engelse en Belgische stammen). Wijngist kan eveneens worden ingezet, al dan niet in combinatie met andere gisten. Hopvariëteiten uit de Oude Wereld, voornamelijk Duits of Engels, worden in bescheiden hoeveelheden gebruikt om het bier niet overmatig te typeren. Karakteristieken:
Recept: Birra all'Uva (Klassieke Blonde Italian Grape Ale) Specificaties:
Grondstoffen: Stort
Wijntoevoeging
Hop
Gist
Brouwproces
Bronnen
|
|
| Terug naar overzicht | |
Brouwraad september 2026 |
tww september 2026 |
Door: Laurens Hesseling
|
|
|
Het panel: Gery Uytenhaak brouwt ondertussen (samen met partner Ben) 14 jaar bier. Eenmaal bevangen door het brouwvirus heeft Gery StiBON gedaan en daarna de opleiding voor bierkeurmeester. Naast sommelier is Gery sinds 2017 bierkeurmeester. Roanne is professioneel brouwer bij Klein Duimpje in Hillegom en opgeleid als brouwer bij Stibon en Lentis in Rotterdam. Sinds 2018 is Roanne actief in de brouwerij en sinds de COVID-periode full-time actief als brouwer. Daarnaast brouwt Roanne ook thuis. De vraag van deze maand: Kan ik mijn bier na het vergisten bij het bereiken van het eind SG meteen in een keg doen of moet ik het een tijdje op kamertemperatuur laten staan? Zo ja, hoe lang conditioneren voor de cold crash? Gery: Hoewel de gist klaar lijkt te zijn, is het goed om het bier nog een aantal dagen op kamertemperatuur te laten staan. Gist stopt niet ineens, maar 'eet' dan nog reststoffen op. Denk bv aan diacetyl. Meestal wordt een paar dagen aangeraden, denk aan 2 tot 4 dagen. Bij wat zwaardere, donkere bieren kan een week tot twee weken geen kwaad. Na de cold crash hevel je het bier over naar een keg. Tijdens de cold crash zakken eiwitten en gistcellen naar beneden, deze wil je niet ook in je keg hebben, ervan uitgaand dat deze op druk wordt gebracht.
Roanne: Het is verstandig om het bier niet direct op het fust te gooien bij het bereiken van je eind-SG. Laat het gistvat nog een paar dagen op kamertemperatuur staan om zeker te weten dat je bier uitvergist is maar ook om de gist goed uit te laten werken Diacetyl Rust Zelfs als de suikers zijn vergist en het SG stabiel is, heeft de gist nog werk te doen. In deze fase ruimt de gist bijproducten op zoals:
Hoe zou ik het afvullen?
|
|
| Terug naar overzicht | |
Wat zit er in mijn bier? Pediococcus! |
tww september 2026 |
Door: Theo van Eijden
|
|
|
SliertenHet verschijnen van onverklaarbare slierten op de bodem van een bierfles na hergisting is voor veel brouwers een bron van zorg. Hoewel een zeker depot bij ongefilterde bieren volstrekt normaal is, wijst een combinatie van visuele strengen en een stroperig mondgevoel op een specifiek microbiologisch proces. In de brouwerswereld staat dit bekend als ‘ropy beer’ of ‘sick beer’, een verschijnsel waarbij de viscositeit van het bier drastisch toeneemt door de aanwezigheid van exopolysacchariden. De hoofdoorzaak van deze textuurverandering ligt meestal bij melkzuurbacteriën uit het geslacht Pediococcus, met name de soorten Pediococcus damnosus en Pediococcus claussenii. Deze bacteriën onderscheiden zich van veel andere micro-organismen door hun opmerkelijke tolerantie voor hopbitterstoffen en hun vermogen om te overleven in de anaerobe, alcoholrijke omgeving van een bierfles. Wanneer deze bacteriën een nieuwe suikerbron vinden, zoals de bottelsuiker die wordt toegevoegd voor de hergisting, kunnen zij lange suikerketens uitscheiden die bekendstaan als exopolysacchariden. Deze suikerketens fungeren als een soort natuurlijk verdikkingsmiddel dat de vloeistof viskeuzer maakt. In milde gevallen resulteert dit in een olieachtig mondgevoel, maar bij een sterke concentratie ontstaan er zichtbare draden of slijmerige structuren die bij beweging van de fles als kwalachtige slierten door het bier dansen. Wetenschappelijk onderzoek naar het genoom van Pediococcus claussenii heeft aangetoond dat deze bacterie over specifieke genen beschikt voor de productie van dit slijm, wat bovendien bijdraagt aan de vorming van biofilms. Het is belangrijk voor de brouwer om onderscheid te maken tussen onschuldig eiwit- of gistbezinksel en een werkelijke besmetting. Bij bieren met een hoog aandeel tarwe, zoals een Grodziskie, is het depot van nature vaak wat vlokkeriger en minder compact. Een betrouwbare methode om ‘ropiness’ vast te stellen is de zogenaamde lepeltest, waarbij een kleine hoeveelheid bier in een glas wordt geroerd met een schone lepel. Indien het bier bij het omhooghalen van de lepel draden trekt of een slijmerige film vormt, is de aanwezigheid van exopolysacchariden nagenoeg zeker. Naast de textuurverandering kan een besmetting gepaard gaan met de productie van diacetyl, wat een herkenbare smaak van boter of popcorn geeft. Ook een milde verzuring of een onverklaarbare toename van de koolzuurdruk kan duiden op de activiteit van melkzuurbacteriën. Opvallend is echter dat de smaak van het bier in de beginfase van ropiness vaak nog verrassend acceptabel kan zijn, waardoor het probleem zich primair als een esthetisch en textueel defect manifesteert. De introductie van Pediococcus vindt vrijwel altijd plaats aan de koude zijde van het brouwproces, dus na het kookstadium. De bacterie is een meester in het overleven in verborgen nissen zoals de binnenkant van kraantjes, rubberen pakkingen, platenkoelers en microscopisch kleine krasjes in kunststof slangen. Door de vorming van biofilms creëren de bacteriën een beschermende laag die hen afschermt van standaard desinfectiemiddelen. Hierdoor kan een besmetting hardnekkig terugkeren, zelfs wanneer de brouwer denkt dat de apparatuur grondig is gereinigd. In mijn geval heb ik een reconstructie gedaan van mijn eigen brouwproces en kwam een cruciaal detail aan het licht dat als waarschuwing kan dienen voor elke brouwer. De pan die ik gebruikte om het bier in te hevelen vlak voordat ik ging bottelen, had daarvoor gediend als opvangbak voor de geschroote mout. Hoewel de pan visueel schoon leek, was deze verzadigd met microscopisch moutstof. Onbewerkte mout is verre van steriel: de kafjes zitten vol met natuurlijke microflora, waaronder melkzuurbacteriën. Door de pan te hergebruiken zonder een tussenliggende reinigingstap, ontstond er een directe brug tussen de bacteriën op de mout en het kwetsbare, uitgegiste bier. Dit moment, vlak voor het bottelen, bood de Pediococcus-bacteriën de ideale omstandigheden: een verse suikerbron in de vorm van bottelsuiker en een zuurstofarm milieu in de afgesloten fles. Het resultaat was een razendsnelle productie van exopolysacchariden die de volledige batch ondrinkbaar maakten. Het onschadelijk maken van de bacterie vereist een tweeledige aanpak van hitte en mechanische reiniging. Pediococcus is niet bijzonder hittebestendig; een temperatuur van 60°C gedurende twintig minuten is doorgaans voldoende voor inactivatie, terwijl een behandeling op 80°C gedurende tien minuten een absolute veiligheidsmarge biedt voor glaswerk en hittebestendige onderdelen. Het is echter essentieel om te beseffen dat hitte alleen de bacterie doodt, maar de reeds gevormde slijmerige suikerketens niet onmiddellijk afbreekt. In de praktijk wordt vaak waargenomen dat de viscositeit na enkele maanden rijping weer kan normaliseren doordat de aanwezige gist de suikerketens alsnog langzaam afbreekt, al biedt dit geen garantie voor de uiteindelijke bierkwaliteit. De stelregel is dat reiniging altijd vooraf moet gaan aan desinfectie. Biofilms moeten eerst mechanisch of met sterke alkalische middelen worden afgebroken voordat een desinfectiemiddel effectief de achtergebleven cellen kan bereiken. Voor kwetsbare onderdelen zoals zachte kunststof slangen en bottelpijpjes is vervanging vaak de meest rationele en veilige keuze. Door kritische onderdelen, zoals kranen, volledig te demonteren en hittebestendige materialen bloot te stellen aan temperaturen boven de 80°C, kan de cirkel van besmetting definitief worden doorbroken. Referenties
|
|
| Terug naar overzicht | |
Terug in de tijd: Bezoek aan Brouwerij De Keyzer |
tww september 2026 |
Door: Marc Kelderman
|
|
|
Op vrijdag 5 juni streken Judith en ik neer in het bourgondische Maastricht voor een fantastisch uitstapje. Als gepassioneerde hobbybrouwer kan een bezoek aan een historische brouwerij natuurlijk niet ontbreken. Onze bestemming was de roemruchte stoombierbrouwerij De Keyzer in de wijk Wyck. Zodra je hier binnenstapt, reis je letterlijk terug in de tijd. Het unieke aan dit complex is namelijk dat de brouwerij nog volledig in de oorspronkelijke staat verkeert, precies zoals deze aan het einde van de negentiende eeuw werd ingericht en achtergelaten! De geschiedenis van deze plek gaat terug tot halverwege de zeventiende eeuw, toen hier al een brouwerij met de naam ‘Den alden Wolsack’ stond. In 1827 kreeg het verhaal echt vorm toen Nicolaas Antoon Bosch de brouwerij overnam. Onder leiding van de familie Bosch groeide het bedrijf in de negentiende eeuw enorm, met grote verbouwingen en de transformatie tot een heuse stoombierbrouwerij. Wat deze brouwerij in die tijd extra bijzonder maakte, is dat zij volledig zelfvoorzienend waren en over een eigen mouterij beschikten. Van het ontkiemen van het graan tot het eesten, ze hadden het volledige proces en daarmee de kwaliteit en smaak van hun mout helemaal in eigen hand. Helaas viel in 1970 het doek en sloot de brouwerij na decennialang in de familie te zijn geweest. Gelukkig is dit prachtige negentiende-eeuwse brouwerserfgoed gered en als museum bewaard gebleven. Onze rondleiding begon letterlijk bij de bron: het water. We zagen de oude waterput, veilig weggewerkt onder een robuust stalen rooster. Vanuit de put liepen we door naar het hart van het brouwproces, waar de oude beslagkuip een enorme indruk maakte. Bovenop de open kuip is een zwaar, gietijzeren roerwerk met grote tandwielen gemonteerd. Als je daar staat, omringd door die authentieke sfeer van eind negentiende eeuw, ruik je haast nog de zoete geur van hun eigengeproduceerde mout. Vroeger was koelen een ware industriële uitdaging, iets waar we met onze moderne apparatuur nu veel minder bij stilstaan. We vergaapten ons aan een robuuste ammoniakcompressor uit 1910. Deze enorme machine, aangedreven door een groot vliegwiel en een drijfriem, is een prachtig stukje vroege industriële innovatie in de brouwwereld. Iets verderop kwamen we langs een indrukwekkend koelschip met daarin een zware koperen koelspiraal die in een roestige, rechthoekige bak gedompeld was. Het laat perfect zien hoeveel moeite men vroeger moest doen om de vergistingstemperaturen onder controle te houden. In de oude kuiperij werd duidelijk dat brouwen vroeger onlosmakelijk verbonden was met pure houtbewerking. We bewonderden de oude houten schaafbanken, een indrukwekkende handaangedreven slijpsteen en de tassen met gereedschappen die nog netjes aan de witgekalkte muur hingen. Ook een prachtig mechanisme om de zware, kenmerkend geel-zwart geschilderde houten vaten te takelen en te wegen stal de show. Later in de toer bekeken we het oude afvulproces, waar de historische ‘Isobarische Afvulapparatuur’ stond om de fusten onder tegendruk te kunnen vullen. In de kelder waren de latere gevolgen van de verpakkingsrevolutie zichtbaar, met opgestapelde vroege metalen fusten. Het is een absolute aanrader om een bezoek te brengen aan deze enige in Nederland nog bestaande brouwerij uit de negentiende eeuw. |
|
| Terug naar overzicht | |
Temperatuur meten waar het ertoe doet |
tww september 2026 |
Door: Theo van Eijden
|
|
|
Veel hobbybrouwers regelen de temperatuur van hun vergisting met behulp van een externe temperatuurcontroller, zoals de populaire Inkbird ITC-308. Vaak wordt de temperatuursensor tegen de buitenwand van het vat bevestigd. Hoewel dit in de praktijk meestal goed werkt, meet je daarmee niet altijd de werkelijke temperatuur van het vergistende wort. Om de temperatuurregeling verder te verbeteren heb ik mijn Brew Monk RVS vergistingsvat voorzien van een eenvoudige aanpassing. Daarbij is de originele analoge thermometer vervangen door een thermowell waarin de sensor van de Inkbird-controller wordt geschoven. Met behulp van de Inkbird regel ik de temperatuur van de koelkast en daarmee van het wordt dat staat te vergisten. Waarom deze aanpassing?Tijdens de vergisting produceert gist warmte. De temperatuur van het wort kan daardoor enkele graden hoger liggen dan de omgevingstemperatuur in de gistkast. Wanneer de temperatuurmeting niet direct in de vloeistof plaatsvindt, ontstaat er altijd een zekere afwijking tussen de gemeten temperatuur en de daadwerkelijke temperatuur van het bier. Het Brew Monk vergistingsvat is standaard uitgerust met een analoge thermometer. Deze geeft een indicatie van de temperatuur, maar is niet geschikt om rechtstreeks een temperatuurregeling aan te sturen. Door deze thermometer te vervangen door een thermowell kan de Inkbird-sensor rechtstreeks in het midden van het vat meten, zonder in contact te komen met het wort. De gebruikte onderdelenVoor deze aanpassing zijn slechts twee componenten nodig:
De thermowell werd gevonden op AliExpress en bleek vrijwel perfect aan te sluiten op de opening van de originele thermometer. Daardoor was geen aanvullende bewerking van het vat nodig. MontageNa het verwijderen van de analoge thermometer blijft een bestaande opening in de wand van het vergistingsvat over. De thermowell kan hier rechtstreeks in worden gemonteerd met behulp van de aanwezige schroefdraad en afdichtingsrubber. Op de foto's is te zien dat de thermowell diep in het vat steekt en ongeveer tot het midden reikt. Hierdoor bevindt het meetpunt zich daadwerkelijk in het wort en niet tegen de wand van het vat. De temperatuursensor van de Inkbird wordt vervolgens in de thermowell geschoven. Omdat de sensor droog blijft, kan deze eenvoudig worden verwijderd voor reiniging of onderhoud. ResultaatHet grote voordeel van deze oplossing is dat de temperatuurregeling nu gebaseerd is op de temperatuur van de vergistende wort zelf. De Inkbird schakelt de verwarming of koeling van de gistkast in op basis van een veel representatievere meting. Dit levert verschillende voordelen op
PraktijkervaringDe thermowell past verrassend goed in de opening van de originele thermometer van het Brew Monk vergistingsvat. De montage is eenvoudig en volledig omkeerbaar. Bovendien blijft het vat volledig gesloten, waardoor geen extra risico op besmetting ontstaat. Omdat de sensor zich midden in de vloeistof bevindt, wordt de temperatuur gemeten op de plaats waar deze voor de vergisting het meest relevant is. De regeling van de gistkast reageert daardoor direct op veranderingen in de temperatuur van het wort en niet op de temperatuur van de lucht in de kast of de wand van het vat. ConclusieVoor brouwers die hun vergisting nauwkeurig willen beheersen is het vervangen van de analoge thermometer door een thermowell een relatief kleine investering met een groot effect. De combinatie van een Brew Monk RVS vergistingsvat, een Inkbird ITC-308 en een lange RVS thermowell zorgt ervoor dat de temperatuur wordt gemeten waar het echt telt: in het vergistende wort zelf. |
|
| Terug naar overzicht | |
Knollenbier |
tww september 2026 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Door: Peter van den Bosch
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ooit waren brouwmaatje Martien en ik, met onze echtgenotes op een camping bij Lattrop – Breklenkamp aan de Duitse grens. Mooie omgeving om een lekker stukkie te fietsen en om dan uiteraard ook een bezoek te brengen aan de Othmar brouwerij, nabij in het pittoreske Ootmarsum. Naast de brouwerij is ook nog een klein openluchtmuseum met typisch Overijsselse gebouwen, spullen en landbouwwerktuigen. Al met al leuk voor een dagje uit. Bij de camping kun je ook lekker eten in een gezellig soort herberg en wij daar dus heen. ‘Wilt u alvast wat drinken?’ Tuurlijk en de dames aan de witte wijn. Maar ze hadden daar een proeverij van diverse Othmar bieren en dat konden we uiteraard niet laten. En dus verschenen er twee plankjes met uitsparingen erin en daar stonden diverse bieren op in kleine proefglaasjes. Enfin, wij aan de slag, te beginnen met de lichtste versie en op weg naar de stevigere jongens. Oef, zware job en even doorbijten, maar we hebben het gehaald.Maar! Daar stond Othmar blond tussen en toen we die achterover sloegen om ons moed in te drinken en moreel voor te bereiden op de tripel en donkerder bieren, zei ik tegen Martien : ‘Dat smaakje ken ik. Dat is flink gehopt met Northern brewer. Die waar wij een hopplant van hebben. Die gaan we ook maken. We roggelen wel wat’. Ach ja, je kent dat wel. Grote mond, Pippi Langkous zou zeggen: “Nog nooit gedaan, dus dat kan ik wel”. Ja, ja, dat zal wel, maar de praktijk is weerbarstiger. Want ga maar 's een kloon maken als je geen recept hebt, de verhoudingen en hoeveelheden van bitter- en aromahop niet weet en welke gistsoort ook niet. Naar de stort kun je een beetje raden, de hoofdmoot is pilsmout uiteraard. Maar wat verder nog? Beetje Belge, Amber, Vienna ? Of een andere die weinig kleur geeft, geen idee eigenlijk. Dus maar proberen dan. Als het iets anders uitpakt zal het ook wel smaken. De eerste versie hebben we voor het gemak maar ‘blondina’ genoemd. Daar hebben we in de stort van 9 kilo gebruikt (8,8 kilo pilsmout en 200 gram (2,2 %) amber). Dan uiteraard bitter- en aroma gehopt met Northern brewer (bloemen) van eigen oogst. In de hopstand een beetje Barbe rouge voor de frissigheid en de hele rataplan vergist met M-54 hybridegist (Fermentis). Daar kwam een zeer zacht, blond biertje uit, maar wel een beetje vlak en weinig hoppig met een matig mondgevoel. Maar liever dat dan tandenknarsend bitter door juist een overmaat aan hop. IPA en dat ++ in de overtreffende trap (2.0) waar je vullingen van los komen, nee dank u... Enfin, we hadden een makkelijke doordrinker en die batch was in de zomer van 2025 dan ook zo weg. Maar dit was ons doel niet: we wilden een kloon van Othmar blond maken. Het schuim moest wat beter en vooral de smaak en het mondgevoel moest versterkt worden. De tweede batch wilden we met US-05 vergisten, want die is bedrijfszeker en laat - evenals M54 hybridegist in de eerste batch - weinig smaak achter. Toen kwam Martien met de suggestie om een andere gist te gebruiken, die meer smaak geeft. Goed idee en dat werd dus Fermentis T58, een gist waar we ervaring mee hebben. Die we bijvoorbeeld hebben gebruikt om succesvol ‘La Chouffe’ te klonen en in nog een paar geslaagde biertjes. En hij kwam met het idee om een beetje havervlokken toe te voegen, voor een voller mondgevoel en beter schuim. Okay, gaan we ook een keer proberen, maar dan wel met een beetje rijstekaf in de stort. Want je weet maar nooit, straks geven die vlokken een kleefbende in het filterbed. Baat het niet dan schaadt het niet en later toevoegen kan niet. Zo leuk dit en een onderdeel van de voorpret, lekker sleutelen aan een eigen recept, dat overigens verderop nog volgt.
En op deze manier kreeg de tweede kloonversie van Othmar blond de naam ‘Valkenburgs knollenbier’. Uiteraard moest er wel eerst even door ons geproefd worden en hebben we hier en daar wat lopen uitdelen We waren zelf zeer content en de reacties van anderen waren laaiend enthousiast. Een biertje dus wat in de map van DEF. RECEPTEN aan de rij toegevoegd kan worden. Nadeel van de havervlokken was wel dat het bier een beetje hazy kon worden. Is dat erg? Nou nee, maar we hebben wat Iers mos bij vlamuit gebruikt om dat tegen te gaan. Dat was eigenlijk 10 minuten te laat, want je moet het even mee koken. Foutje bedankt… tijd vergeten tijdens de lunch en even niet in de gaten. Voor ons was de vraag of dat 10 minuten in de hopmand mee moet koken of los in de kookketel. We hebben in de haast dat laatste gedaan, omdat het dan mogelijk beter oplost bij vlamuit in de grote pan, want het was dus niet meegekookt. En dus ontwaarden we wat zwevende vlokjes in het gekoelde wort. ‘Nou ja, die bezinken wel’. Mooi niet! En ook niet in de twee weken mandflesrijping. Dus uiteindelijk hebben we voor het bottelen maar even door dubbel kaasdoek gefilterd. Dit is mogelijk een onderwerp voor het vragenrondje op de clubavond of voor ‘De brouwraad’ hier in het clubblad : Iers mos los in de kookketel of in de hopmand storten ? Het recept (Brewfather)Valkenburgs knollenbier – 7 %
Technische gegevens
MaischprofielHigh fermentability. 62 °C - 10 min - Inmaischen (verstijfselen). 67 °C - 60 min - Medium maischen. 78 °C - 10 min – Uitmaischen. VergistingsprofielAle20 °C - 7 dagen – Hoofdvergisting. Narijping en op fles ook 20 °C. Vergistbare ingrediënten (9.25 kg).8.5 kg - Pilsmout 3 EBC (91.9%). 500 g - Cara amber 70 EBC (5.4%). 250 g - Quaker 2 EBC (2.7%) havervlokken. Toevoeging50 g - Mash - Rijst hulzen 3.9 EBC. Hop (60 g)45 min - 10 g - Northern brewer (eigen oogst) (Whole) - 9% (7 IBU). 15 min - 50 g - Northern brewer (eigen oogst) (Whole) - 9% (18 IBU). Hopstandhopstand, start @ 80 °C. 10 min - 40 g - Barbe Rouge - 7% (1 á 2 IBU) (Pellets). Diversen10 min - Koken - 5 g – Iers mos. Vlamuit - 2 g - Gistvoeding Cervomyces (na vlamuit). Gist2 pakjes - Fermentis Safbrew T58. BottelenIn twee liter lauwwarm en vooraf gesteriliseerd water 210 gram kristalsuiker opgelost (7 gram /liter wort). Opmerkingen van de brouwer
Dus nu allen in gestrekte draf - of galop 😊 - naar de brouwketel en maar aan de slag!! |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Terug naar overzicht | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Dubbel Maischen |
tww september 2026 |
Door: Theo van Eijden
|
|
|
Soms wil je een bier brouwen met een hoog begin-SG, maar past de benodigde mout simpelweg niet in je installatie. Zeker bij compacte alles-in-één ketels zit je dan snel aan een maximum storting. Je hebt dan meestal twee logische uitwegen: je gebruikt minder mout (en haalt je doel-SG niet), of je brouwt een kleiner volume (en houdt minder liters De uitleg hieronder is gebaseerd op het artikel van Hopblog: hopblog.nl/dubbel-maischen. Wat is dubbel maischen?Dubbel maischen betekent dat je het maischproces twee keer achter elkaar uitvoert. Je verdeelt de totale moutstorting in twee delen en verwerkt die in twee etappes. Het idee is dat je na de eerste maisch al een suikerrijk wort hebt. Dat wort gebruik je vervolgens als ‘maischwater’ voor de tweede moutstorting. Daardoor bouw je stap voor stap meer suikers op in dezelfde vloeistof en kun je dus zwaardere bieren brouwen zonder dat je je batchgrootte hoeft te verkleinen. Het duidelijke voordeel is: je kunt een hoger SG halen binnen de fysieke grenzen van je ketel. Het nadeel is ook logisch: je bent langer bezig, omdat je twee moutladingen moet maischen en verwerken. Hoe werkt dubbel maischen in de praktijk?Je splitst de mout in twee porties. Eerst maisch je met portie 1. Daarna verwijder je de bostel. Vervolgens voeg je portie 2 toe aan het wort dat je al hebt, en je maischt opnieuw. In het voorbeeld uit het Hopblog-artikel: stel dat je ketel maximaal 8 kg mout aankan, maar je hebt voor je doel-SG 10 kg nodig. Dan kun je twee keer maischen met 5 kg. Waar je normaal bijvoorbeeld met 20 liter maischwater zou starten, begin je nu ook met die 20 liter, maar je gebruikt het wort uit de eerste stap opnieuw voor de tweede stap. Belangrijk om te beseffen: de tweede maisch start dus niet in schoon water, maar in een wort dat al suikers bevat. Dat maakt het beslag in de tweede ronde zwaarder en stroperiger, en dat heeft gevolgen voor doorstroming en rendement. Wel of niet spoelen na de eerste maisch? Normaal gesproken spoel je om twee redenen: je spoelt suikers uit de bostel én je vult je volume aan richting het koken. Bij dubbel maischen wordt dat een afweging, omdat je twee keer met mout werkt en je tussendoor ook nog je proces op temperatuur wilt houden. Je kunt ervoor kiezen om na de eerste maisch niet te spoelen. Dat scheelt tijd en gedoe. Je hoeft dan niet te spoelen, het wort warm te houden en daarna weer de volgende stort te doen. Het compromis is wel dat je rendement iets daalt: je laat namelijk suikers achter in de eerste bostel. Na de tweede maisch spoel je wél ‘gewoon’ door, tot je het gewenste pre-boil volume hebt. Als je de eerste ronde niet hebt gespoeld, kun je dit (deels) opvangen door bij de tweede ronde wat meer spoelwater te gebruiken en langer door te spoelen, totdat je op het juiste volume uitkomt. Hoe lang maischen per ronde?Ook hier heb je keuzes. Als je echt het maximale uit de mout wilt halen, kun je beide rondes een uur aanhouden. Dan ben je in het meest consequente scenario ongeveer twee uur aan het maischen (exclusief het hevelen/liften van de moutkorf en eventueel spoelen). Wil je sneller werken, dan kun je per ronde bijvoorbeeld 45 minuten aanhouden. Dan kom je uit op ongeveer 90 minuten totale maischtijd. Je kunt ook praktisch werken: meten en bijsturen. Als je tijdens een ronde al ziet dat je het beoogde SG (of de beoogde stijging) hebt gehaald, kun je eerder stoppen. Dat vraagt wel dat je meetmomenten plant en weet wat je ongeveer kunt verwachten. Het maischschema: liever simpel dan ingewikkeldBij dubbel maischen is een complex schema vaak niet handig. Je gaat namelijk de tweede ronde verder op de temperatuur waar je de eerste ronde eindigt. Een stap omlaag is dan lastig, en in sommige gevallen zelfs onwenselijk, omdat enzymen bij hoge temperaturen hun werking kunnen verliezen. Praktisch gezien werkt een eenvoudige eenstapsmaisch daarom vaak het prettigst: één temperatuur, één duidelijke routine, twee keer uitvoeren. Een extra tip uit het artikel is om donkere mouten pas in de tweede ronde toe te voegen. Dat kan helpen om het proces beheersbaar te houden en ongewenste effecten (zoals extra stroperigheid of een andere pH-dynamiek) te beperken. Een alternatief is om donkere mouten vooraf te weken (cold steeping) en die extractie later toe te voegen, maar de kernboodschap blijft: houd het bij dubbel maischen graag overzichtelijk. Lager rendement: reken het vooraf meeDubbel maischen levert vrijwel altijd een wat lager rendement op dan een standaard maisch. Dat is niet per se een probleem, zolang je het maar meeneemt in je receptberekening. In het Hopblog-artikel wordt als praktische aanpak genoemd: als je normaal op 70% rekent, stel je software dan eens in op 65% voor dit type brouwdag. Daarmee voorkom je dat je eindigt met een bier dat net te licht uitvalt. Er zit wel een keerzijde aan ‘veilig laag inschatten’: als je rendement tóch hoger uitvalt, wordt je bier zwaarder dan gepland. Of dat erg is, hangt af van je doel. Voor sommige stijlen is iets hoger alcohol of wat meer body prima; voor andere bieren wil je juist strak binnen je beoogde waarden blijven. Beslagdikte: bij dubbel maischen echt een stuurknopBij een normale maisch speelt beslagdikte mee, maar bij dubbel maischen wordt het extra belangrijk. Doordat je in ronde 2 maischt in al suikerrijk wort, wordt het geheel sneller dik en stroperig. Dat heeft twee praktische gevolgen. Ten eerste kan de enzymwerking minder efficiënt worden als het beslag te dik is, omdat de omzetting en diffusie minder vlot verlopen. Ten tweede neemt het risico op een traag of vastlopend filterbed toe, vooral als je installatie gevoelig is voor dichtslibben of als je veel tarwe/haver gebruikt. Een logische manier om dit beheersbaar te houden is om in de eerste ronde relatief ‘dun’ te starten (dus niet extreem zuinig met water), zodat de eerste omzetting vlot verloopt. In ronde 2 wordt het beslag vanzelf dikker; daar wil je niet óók nog eens beginnen met een krappe waterverhouding. |
|
| Terug naar overzicht | |
Van de gadgetcommissie, september 2026 |
tww september 2026 |
Door: Peter van den Bosch
|
|
Zelfbouw OxebarhouderDe commissie vergadert sinds januari voorlopig even niet. Allereerst is onze voorzitter Bert Tas ons onverwacht snel ontvallen; heel triest en daar is al eerder in dit blad een ‘in memoriam’ aan gewijd. Daarnaast hebben we een paar leden medisch in de lappenmand. Er is dus besloten om tot na de zomerstop even niet meer bij elkaar te komen. Beterschap mannen! Maar de overige gadgetleden zitten niet stil en er hebben nog een paar projecten de ‘ongoing’ status. En één daarvan is inmiddels wel afgerond en dus kunnen we toch wat publiceren.
InleidingWeet u het nog …? Ooit, in een ver verleden, hadden Spa petflessen een extra bodempje dat er in het midden met kit aan bevestigd was. Rood voor, u raadt het al, Spa rood (rode dop) en groen voor gezoete Spa Citron (groene dop). Als ik het goed heb was er ook nog een blauwe bodem voor een plat watertje zonder bubbels. Was wel duidelijk eigenlijk en ook prettig, want dan bleven die flessen tenminste fatsoenlijk rechtop staan. En dat was op een spijlenrekje van een koelkast of in het flessenvak in de deur wel prettig. Maar toen andere frisdrankmerken petflessen in de handel brachten zonder bodem, heeft Spa die kostenpost blijkbaar maar geschrapt. De situatie nuPetflessen… wat een rampendingen. Ze mieteren binnen no-time om door de 5 ‘lobben’ in de bodem. Van 1-persoons drinkflesjes tot grote flessen, Oxebar fusten van 4 liter of nog groter van 8 liter. In kunststof is het allemaal hetzelfde liedje, ze staan niet stevig door die rare, gewelfde bodem. En of het nou een fles cola is of een Oxebar, als ze omvallen vooral dan niet openmaken om een schuimfontein te voorkomen. En als je dan tap apparatuur op zo'n Oxebar fles zet, wordt het hele spul topzwaar, dus nog instabieler. Vooral als ie leeg begint te raken is de dragende massa weg en bam, daar ligt ie weer. Dat wil je niet… Dus je hebt een houder nodig om e.e.a. te fixeren en een stukje bodemplaat erbij is dan aanbevolen voor extra stabiliteit. In de laatste vergadering van januari hebben er twee identieke prototypen op tafel gestaan, beide gemaakt met een 3D printer. Een houder van rond 160 inwendig, met daaraan vast een tweede dunnere buis voor een CO2 patroon. Dat is op zich al een flinke vooruitgang, maar wel één met een paar nadelen :
Nou is de stelregel in onze commissie ‘KISS’ (Keep It Simple Stupid). We willen handige hulpmiddelen voor onze medeleden hobbybrouwers bedenken, toegankelijk, zo simpel mogelijk en tegen zo laag mogelijke kosten. Dus kwam in het overleg de opmerking: “Waarom op een dure manier een 3D-versie printen als onderdelen in kunststof al bestaan”? En zo is de zelfbouwversie ontstaan met bestaande materialen die in de bouw reeds voorhanden zijn. Een beetje ‘handige Harry’ moet dit zeker kunnen. Nou is de gadget commissie een denktank en geen assemblage bedrijf, dus hier volgt een uiteenzetting voor eenvoudige zelfbouw, met wat foto's ter verduidelijking. Aan de slag dus en succes… Maar vooraf nog twee opmerkingen terzijde :
Zelfbouw stap voor stapBenodigde materialen
Die rond 90 heb je nodig om twee boutjes te bevestigen. Je hand past niet in een kleiner formaat buis. Daarna past rond 80 er als opvulpijpje in en daarin weer een rond 75. Denk maar aan een matroesjka poppetje… dat idee dus. En dan staat je CO2 patroon er mooi recht in. Geen gewiebel met risico op omvallen.
Benodigd gereedschap
Stappenplan
Deze bouwwijze dient als voorbeeld. Wil je kleinere boutjes gebruiken, leef je uit. Nog mooier zijn popnagels voor de bevestiging van de schuifmof met de PVC 90 mm pijp. Maar niet iedereen heeft een popnageltang. En daarom is deze ‘bouwwijze voor dummies’ beschreven. Laatste opmerking: de rubberen ring inspuiten met siliconenspray is een truc om de Oxebar makkelijker te plaatsen en te verwijderen. Mocht dat niet bevallen, kun je die rubberen ring eventueel wegsnijden met een Stanleymes. Hierbij de foto's als voorbeeld… Succes met bouwen… |
|
| Terug naar overzicht | |
Saflager SH-45 |
tww september 2026 |
Door: Theo van Eijden
|
|
SafLager SH-45: een nieuwe lagergist voor extra hoparomaBinnen de wereld van het amateurbrouwen is er de laatste jaren veel aandacht voor biotransformatie. Dit proces, waarbij gist actieve verbindingen uit hop omzet in nieuwe aroma’s, was tot voor kort vooral het domein van bovengistende bieren zoals de NEIPA. Met de introductie van SafLager SH-45 brengt Fermentis deze techniek nu ook naar de ondergistende bieren. Dit is geen standaard neutrale pilsgist, maar een gist die specifiek is geselecteerd om verborgen fruitige aroma’s uit de hop naar voren te halen. Voor ons als thuisbrouwers is dit een interessante ontwikkeling, omdat het de brouwer de kans geeft om een strak ondergistend bier te combineren met de moderne, tropische hoptonen die we meestal alleen bij bovengistende bieren zien. Recept: Hoppy Lager met SafLager SH-45 Kenmerken
Moutstort
Deze stort houdt het bier licht en doordrinkbaar. De Vienna mout geeft net wat meer broodachtigheid, zodat het bier niet te dun wordt. De Carapils helpt met schuim en mondgevoel. Waterprofiel
Een iets hogere sulfaatwaarde helpt om het bier fris en droog te laten overkomen, zonder dat het bitter hard wordt.
Dit schema levert een goed vergistbare wort op, passend bij een droog en strakke pils. Kooktijd Hopgiften
Hopstand op 80 °C, 20 minuten
Koudhop tijdens actieve vergisting
Deze combinatie is bewust gekozen. Citra levert veel herkenbare citrus en tropisch fruit. Amarillo voegt sinaasappel en zachte bloemigheid toe. Samen geven ze genoeg aromatisch materiaal om de gist iets mee te laten doen. Voor een meer Nieuw-Zeelandse variant kan Amarillo worden vervangen door Motueka of Nelson Sauvin. Gist
Voor een begin SG van 1.050 is één zakje voor 20 liter meestal voldoende, zeker bij vergisting rond 12–14 °C. Wie extra zekerheid wil, kan twee zakjes gebruiken. De gist kan direct worden gestrooid. Vergisting
Wie zeer precies werkt, kan de koudhop toevoegen rond ongeveer halve vergisting. Voor de meeste hobbybrouwers is “dag 2 of 3 bij duidelijk actieve vergisting” praktisch genoeg. Verwacht smaakprofiel
De mout blijft bewust op de achtergrond. De bitterheid is stevig genoeg voor balans, maar niet zo hoog dat ze het aromatische deel overschaduwt. https://www.hobbybrouwen.nl/forum/index.php?topic=48174.0 https://www.youtube.com/watch?v=qfMbk5grVxI https://homebrewtalk.com/threads/fermentis-saflager-sh-45.738771/
|
|
| Terug naar overzicht | |
Clubkampioenschappen 2026 |
tww september 2026 |
Door: Wilfred van der Heijden
|
|
|
|
|
| Terug naar overzicht | |
Door: Mark Ekelschot

Door: Theo van Eijden

Door: Laurens Hesseling


Door: Marc Kelderman



Door: Peter van den Bosch







Door: Wilfred van der Heijden
